Symfonie nr. 4 (Dvořák)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Symfonie nr. 4
Symfonie č. 4
Componist Antonín Dvořák
Soort compositie symfonie
Gecomponeerd voor orkest
Toonsoort d-mineur
Opusnummer 13
Andere aanduiding B 41
Gecomponeerd in 1874
Première 25 mei 1874 (fr)
6 april 1892
Duur 41 minuten
Vorige werk B 40: Strijkkwartet nr. 6[1]
Volgende werk B 42: Koning en de Kolenbrander
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Antonín Dvořák voltooide zijn Symfonie nr. 4 opus 13 op 26 maart 1874.

Geschiedenis[bewerken]

Dvořák was onder de indruk geraakt van de muziek van Richard Wagner, toen deze in februari 1863 een bezoek bracht aan Praag en daar gedeelten uitvoerde uit zijn opera's. Dit bezoek heeft invloed gehad op de jonge Tsjechische componist. Toen hij dan ook op 33-jarige leeftijd in januari 1874 een zijn vier de symfonie begon, wijdde hij nog een heel deel (deel twee) een de indruk die Tannhäuser op hem gemaakt had. De symfonie had niet zo’n groot succes. Bedřich Smetana gaf eerst een gedeeltelijke uitvoering (Scherzo) op 25 mei 1874, maar daarna moest het achttien jaar (1892) wachten voordat het weer werd uitgevoerd, nota bene onder leiding van de componist zelf in een iets aangepaste vorm. Het werk is pas in 1912 uitgegeven , nadat de componist was overleden. Ook anno 2009 geldt dat de populariteit van Dvořáks symfonieën gelijke tred houdt met de nummering. Zijn negende symfonie is veruit het meest uitgevoerd, daarna nummer 8, nummer 7 en af en toe een uitvoering van de zesde. De symfonieën 1 tot en met 5 worden zelden uitgevoerd of opgenomen.

Muziek[bewerken]

Wagner mag dan in deel twee en in mindere mate in deel drie de inspirator geweest zijn, de muziek neigt voor het grootste deel naar Ludwig van Beethoven en dan met name zijn Symfonie nr. 9. De orkestklank van Dvořák is daarbij natuurlijk meer aangepast aan de romantiek, maar de sporen van de Duitse componist zijn overal hoorbaar. Alleen al de toonsoort (d-mineur) geldt voor beide symfonieën. In aanvulling op beide inspiratiebronnen is de toekomstige stijl van de componist te horen, zo hier en daar zijn glimpen op te vangen van de muziek, die hem later wereldberoemd zou maken met zijn negende symfonie. Bohemiaanse volksmelodieën zijn in het scherzo te horen.

Delen[bewerken]

De symfonie is geschreven in de traditionele vierdelige opzet:

  1. Allegro
  2. Andante sostenuto e molto cantabile
  3. Scherzo (Allegro feroce)
  4. Finale: Allegro con brio

De muziek is soms uitbundig terwijl er toch in een mineurtoonladder gespeeld wordt. De thema’s van deel één klinken als Beethoven of een Felix Mendelssohn Bartholdy. De toonsoort schommelt hier tussen mineur en majeur om toch nog in mineur te eindigen in het coda. Deel twee, het langzame, is gewijd aan de opera van Wagner, met haar koralen met koperblazers. Deel drie doet denken aan Die Meistersinger met haar mars. In deel vier twijfelt de componist weer over mineur / majeur; uiteindelijk wordt afgesloten op majeur

Orkestratie[bewerken]

Discografie[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten
  1. Voor de chronologische volgorde wordt de nummering aangehouden van Jarmil Burghauser; de toenmalige uitgever van Dvořák gaf niet alles uit, dus de opusnummering is niet steekhoudend.