Tronen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tronen (Grieks: θρόνοι, thronoi), ofanim (Hebreeuws: אוֹפַנִּים ’ōphannīm, "wielen") of galgallim (Hebreeuws: גַּלְגַּלִּים, galgallim, "sferen", "wielen", "wervelwinden") zijn in joodse en christelijke literatuur hemelse wezens. In de joodse literatuur domineert de beschrijving als grote wielen of "veelogigen", in de christelijke literatuur als tronen.

Jodendom[bewerken | brontekst bewerken]

Traditionele verbeelding van het visioen van Ezechiël

In de Hebreeuwse Bijbel komen de termen voor deze "wielen" voor in het visioen van Ezechiël.[1] Een van de Dode Zee-rollen (4Q405) interpreteert hen als engelen. Late delen van 1 Henoch beelden hen af als een klasse van hemelse wezens die nooit slapen, maar Gods troon bewaken[2] en gebruikt een opsomming die bepalend lijkt te zijn voor de latere hiërarchie in het christendom:

"... rondom waren serafim, cherubim en ofanim.[3]"

Deze "wielen" worden soms geïdentificeerd met die in het visioen van Daniël:

"Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. ... Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur.[4]"

Het late boek 2 Henoch verwijst naar hen als "veelogigen".[5]

Christendom[bewerken | brontekst bewerken]

In het Nieuwe Testament is vooral de vermelding in de hymne in Kolossenzen 1:16 belangrijk:

"In [Jezus] is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten [letterlijk: "tronen"] en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen."

Hierin wordt een parallel gezien met 1 Petrus 3:21,22:

"de opstanding van Jezus Christus, die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn."

Sinds Pseudo-Dionysius worden tronen in het christendom beschouwd als derde orde van de hoogste sfeer of koor van engelen, na de serafs en cherubs.[6] Deze visie werd geaccepteerd door Thomas van Aquino en de Rooms-Katholieke Kerk.[7]