Utah Beach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Utah Beach
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
De landingen op Utah Beach
De landingen op Utah Beach
Datum 6 juni 1944
Locatie Pouppeville, La Madeleine, Frankrijk
Resultaat Geallieerde overwinning
Strijdende partijen
Flag of the United States.svg Verenigde Staten Flag of German Reich (1935–1945).svg Duitsland
Commandanten en leiders
Flag of the United States.svg Raymond O. Barton
Flag of the United States.svg Theodore Roosevelt jr.
Flag of German Reich (1935–1945).svg Karl-Wilhelm von Schlieben
Flag of German Reich (1935–1945).svg Dietrich Kraiss
Troepensterkte
32.000 Onbekend
Verliezen
200 doden en gewonden Onbekend
USS Bayfield en landingsvaartuigen op 6 juni 1944
Detailkaart landingen Utah Beach
DD tanks op Utah Beach
Positie Amerikaanse troepen aan het einde van de dag

Utah Beach was de codenaam van het meest westelijke van de stranden die waren uitgekozen om te gebruiken tijdens de landing in Normandië. Utah Beach is gelegen tussen Poupeville en La Madeleine, aan de oostkust van het schiereiland Cotentin. Het strand was toegewezen aan de Amerikaanse 4e Infanteriedivisie onder leiding van brigadegeneraal Theodore Roosevelt jr., zoon van oud-president Theodore Roosevelt.

Aanval[bewerken]

In de nacht van 5 op 6 juni stoomden de Amerikaanse invasievloot naar de Franse kust voor Utah Beach. Mijnvegers gingen de schepen voor en maakten Duitse zeemijnen onklaar.[1] Om 02:30 uur kwamen de schepen op de plaats van bestemming aan en stapten de militairen van boord in de landingsvaartuigen. Boven de wachtende vloot cirkelden jachtvliegtuigen om een mogelijk aanval van de Luftwaffe af te slaan.

De USS Bayfield, de naamgever van een klasse van aanvalstransportschepen, was het vlaggenschip en het hoofdkwartier.[1] Andere schepen, zoals het slagschip USS Nevada, de monitor HMS Erebus en het Nederlandse schip Soemba openden om 05:50 uur het vuur op de invasiestranden en bleven schieten tot het moment de troepen het strand bereikten.[1] In dezelfde ochtend waren 360 bommenwerpers opgestegen om de stranden te bombarderen.[1] Wolken belemmerden het zicht en 67 toestellen keerden terug met de bommenlast. De overige 293 lieten de bommen vallen, maar een zeer groot deel kwam of in zee of achter de duinen tot ontploffing.[1]

Het plan was om vier golven soldaten op de stranden af te sturen, voorzien van enkele pantservoertuigen en met vuursteun van de marine. De twintig landingsvaartuigen van de eerste golf zetten op precies de afgesproken tijd de tocht in naar de stranden. De landingsvaartuigen werden begeleid door boten met machinegeweren die de mijnen moesten laten exploderen. Ongeveer op Uur H waren de landingsvaartuigen tot op 273 meter van het strand genaderd. Zij schoten rooksignalen af als teken dat het mitrailleurvuur moest stoppen. Op Uur H werden de landingsbruggen naar beneden gelaten en waadden 600 soldaten tot hun middel in het water de resterende 100 meter naar het strand, waar ze enkele minuten later aankwamen. Tegenstand was er bijna niet, aangezien de Duitsers hier geen aanval verwachtten; er waren enkel een paar reserve eenheden aanwezig.

Hoewel de landing een groot succes werd, landde enkele minuten later het 1e Bataljon zuidelijker bij het gehucht La Madeleine. Door stof en rook die het zicht op de stranden belemmerden en de stroming, kwamen de troepen zo’n 1800 meter ten zuiden van de geplande landingsplaats aan land.[1] Dit kon ernstige gevolgen hebben voor het verloop van de landing. Het viel echter mee, aangezien de Duitsers daar zeer zwak stonden en brigadegeneraal Roosevelt van de 4e Divisie het bataljon persoonlijk leidde. Hij was de hoogste en de oudste militair die op D-Day voet aan wal zette. Hij verkende de situatie persoonlijk en besprak de situatie met de twee bataljonscommandanten. Samen met hen viel hij de overblijvende Duitse posities aan, en zorgde dat de bevoorrading en de versterkingen op de nieuwe, niet-geplande plaats aankwamen, iets dat hem de Medal of Honor zou opleveren.

De Sherman A4-D4 DD tanks arriveerden zo’n 15 minuten te laat, maar door een gebrek aan doelen werd de late aankomst niet als een probleem ervaren.[1] Slechts vier tanks waren tijdens de reis verloren gegaan toen het landingsschip op een zeemijn liep en zonk.[1] Het strand was licht verdedigd en de genietroepen in de tweede aanvalsgolf konden meer opruimen dan verwacht. In een uur waren alle obstakels verwijderd en begon men met het opblazen van de zeemuur zodat voertuigen het strand konden verlaten. Grote delen achter de duinen waren door het Duitse leger geïnundeerd, maar de wegen door dit gebied waren allemaal in Amerikaanse handen de eerste dag.

De landingen op Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach waren een groot succes, waaraan echter ook de 13.100 parachutisten van de 82e en 101e Luchtlandingsdivisie hadden bijgedragen; die waren in de nacht van 5 op 6 juni erg verspreid landinwaarts terechtgekomen, waarbij zij aanzienlijke verliezen leden. De meest legendarische episode van die nacht voltrok zich in het dorpje Sainte-Mère-Église, 10 km landinwaarts vanaf Poupeville. De parachutisten bemoeilijkten niettemin de Duitse tegenaanval op de gelande troepen op Utah Beach.

Aan het einde van D-Day waren op Utah Beach ongeveer 20.000 manschappen en 1.700 voertuigen geland, met ongeveer zevenhonderd doden en gewonden aan geallieerde zijde. Utah Beach was het strand met de minste verliezen. Op het andere Amerikaanse landingsstrand, Omaha Beach, waren de verliezen dramatisch, van de eerste landingsgolf werd 50% uitgeschakeld.

Aanvoerroute voor troepen en vracht[bewerken]

De geallieerde invasie richtte zich niet direct op de verovering van Franse havens. Het Duitse leger zou deze zwaar verdedigen en vernielingen van de faciliteiten zou de havens onbruikbaar maken. De stranden kregen hierdoor een belangrijke logistieke rol. Vanaf de invasie tot medio november 1944 zijn 800.000 manschappen, circa 165.000 voertuigen en ruim 0,7 miljoen ton vracht via Utah Beach Frankrijk binnengebracht.[2] Een belangrijke rol hierin hebben de landingsvaartuigen en de DUKW gespeeld. Vanaf de schepen voor de kust, soms wel zoveel als 75 liberty schepen, werd de lading gelost in deze vaartuigen die het naar het strand brachten. Ondanks problemen in de communicatie en een zware storm die tussen 20 en 24 juni 1944 woedde, werd in de eerste maand al bijna 110.000 ton lading via het strand aangevoerd. In juli werd een record hoeveelheid verwerkt van ongeveer 195.000 ton waarna een daling optrad. Met de verovering en opening van de Franse havens Le Havre en Rouen én de verschuiving van de front naar het oosten, nam het logistieke belang van de invasiestranden af.

Utah Beach museum[bewerken]

Het Utah Beach museum ligt bij La Madeleine en is gebouwd rond een groep bunkers van Widerstandsnest 5 (WN 5). Dit was ook de plaats waar de eerste Amerikaanse troepen voet aan land hebben gezet. Het museum heeft in de collectie een replica van een B-26 Marauder staan, dit type vliegtuig bombardeerde de kust vlak voor de invasie.

Externe link[bewerken]

Naslagwerken[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h Harrison, p.300-304
  2. (en) U.S. Army in World War II, The Transportation Corps: Operations Overseas, van J. Bykofsky en H. Larson, Office of the Chief of Military History, Department of the Army, Washington DC, 1957. Bladzijden: 276-278