Vliegende auto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
ConvairCar Model 118

Een vliegende auto is een auto die net als een gewone auto over de openbare weg mag rijden, maar daarnaast ook kan opstijgen, vliegen en landen als een vliegtuig. Dit houdt in dat de bestuurder zowel in het bezit moet zijn van een rijbewijs als een vliegbrevet (RPL of PPL).

Vliegende auto's zijn altijd een compromis van tegenstrijdige ontwerpeisen. Om te beginnen past een vliegtuig niet op de openbare weg. En een auto is veel te zwaar geconstrueerd om mee te kunnen vliegen. Een personenwagen moet de inzittenden beschermen bij een frontale botsing, terwijl dergelijke voorzieningen bij een vliegtuig slechts zinloze ballast opleveren (een mid-air botsing van een vliegtuig is sowieso fataal). De besturing en dashboard van een auto zijn van een geheel andere orde dan van een vliegtuig. Hetzelfde geldt voor de motor, tractie, zwaartepunt en rijeigenschappen. En zo zijn er nog tal van tegenstrijdige eisen op het gebied van aerodynamica, veiligheid en voorschriften.

Doordat vele compromissen moeten worden gesloten zal een vliegende auto vrijwel altijd suboptimaal presteren, zowel tijdens de rijfase als de vliegfase. In Nederland heeft de bouwer van een vliegende auto te maken met twee toezichthoudende instanties: de RDW en de ILT (voormalige Rijksluchtvaartdienst).

Vliegende auto's kunnen onderverdeeld worden in twee verschillende types:

  • Geïntegreerd - Alle onderdelen blijven één geheel tijdens het rijden.
  • Modulair - De delen die alleen gebruikt worden om mee te vliegen (bijvoorbeeld vleugels en staart) blijven achter op het vliegveld.

De eerste vliegende auto's waren allemaal van het modulaire type, voornamelijk vanwege de eenvoudiger constructie. Vandaag de dag werken ontwerpers voornamelijk aan geïntegreerde exemplaren om complete flexibiliteit voor de gebruiker mogelijk te maken.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Visie[bewerken | brontekst bewerken]

Niet lang nadat de Gebroeders Wright hun eerste succesvolle vlucht maakten, begonnen luchtvaartpioniers te geloven in een hybride vliegende auto. Dit zou een voertuig moeten worden voor de gewone man. Men zou rijdend vanuit ieder huis kunnen vertrekken naar een geschikte plaats om op te kunnen stijgen om van daaruit de rit al vliegend voort te zetten. In enkele huidige projecten, zoals in de LaBiche FSC-1, is een automatische conversie naar vliegtuig ingebouwd.

Eerste experimenten[bewerken | brontekst bewerken]

Glenn Curtiss, de belangrijkste concurrent van de Gebroeders Wright, was de eerste die met een ontwerp voor een vliegende auto kwam. Zijn vliegende auto had drie vleugels en een aluminium carrosserie en maakte gebruik van dezelfde vleugels als zijn Model L Triplane die een spanwijdte had van 12 meter en een lengte van 6 meter. Zijn vliegende auto zou nooit vliegen, maar werd tentoongesteld in New York in 1917. Het eerste patent voor een vliegende auto ging naar Felix Longobardi op 3 december 1918 en Curtiss ontving een patent voor zijn vliegende auto in 1919.

De eerste vliegende auto die ook daadwerkelijk zou vliegen, werd gebouwd door Waldo Waterman. Op 21 februari 1937 ging zijn Arrowbile voor het eerst de lucht in. De Arrowbile was een verdere ontwikkeling van Watermans staartloze vliegtuig, de Whatsit. Hij had een spanwijdte van ruim 11 meter en een lengte van ruim 6 meter. Zowel op de grond als in de lucht werd hij aangedreven door een Studebaker motor. Hij kon vliegen met een snelheid van 177 km per uur en rijden met een snelheid van bijna 90 km per uur. Er werden in totaal vijf Arrowbiles gemaakt.

Naoorlogse ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren 1950 was de westerse wereld aan het herstellen van de Tweede Wereldoorlog en scheen alles mogelijk te zijn. De vliegende auto was een visie voor het transport in de 21e eeuw en een veelgebruikt kenmerk van sciencefictionverhalen.

The Taylor Aerocar III in het Museum of Flight in Seattle

Verschillende ontwerpen (zoals de Convair vliegende auto en Molt Taylor's Aircar) hebben gevlogen, maar geen enkele heeft commercieel succes behaald en degene die hebben gevlogen zijn onbekend bij het grote publiek. Een opmerkelijk ontwerp, Henry Smolinski's Mizar, gemaakt door een Cessna Skymaster te combineren met een Ford Pinto, viel uiteen tijdens een testvlucht, waarbij Smolinski en zijn piloot omkwamen.

In de jaren 1950 voerde de Ford Motor Company een serieuze studie uit naar de haalbaarheid van een vliegende auto als commercieel product. Ze kwamen tot de conclusie dat het technisch uitvoerbaar was, economisch haalbaar was en significante realistische markten had. De verkende markten omvatten de ambulancediensten, politie- en reddingsdiensten, militair gebruik, en aanvankelijk, een luxe vorm van transport. Enkele van deze markten worden nu bediend door lichte helikopters, waaruit de trefzekerheid van Fords campagne blijkt. Maar de vliegende auto die Ford had onderzocht, zou zeker vijftig keer minder duur zijn.

Toen Ford de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) benaderde voor de voorschriften, was het probleem dat de toen bekende vormen van luchtverkeersleiding ongeschikt waren voor de hoeveelheid verkeer die Ford voorspelde. In die tijd maakte de luchtverkeersleiding gebruik van kaartjes waar de vluchtnummers, hoogtes en opschriften op werden geschreven en die in een kaartenbak werden geplaatst. Naar alle waarschijnlijkheid zou een geautomatiseerde luchtverkeersleiding, of een of andere vorm van hoogtetoewijzing, de problemen kunnen oplossen. Andere problemen zouden echter ook op een of andere manier opgelost moeten worden, zoals dronken bestuurders of bestuurders zonder rijbewijs.

Lijst van opmerkelijke vliegende auto's en rijdende vliegtuigen[bewerken | brontekst bewerken]

Moderne ontwikkelingen[bewerken | brontekst bewerken]

PAL-V in rij- en vliegmodus (als autogiro)
AEROMOBIL 3.0 uit Slovenië (juli 2016)
Terrafugia (2012)
Ehang 184 drone voor één passagier (2018)
PAL-V
In 2012 is een Nederlandse vliegende auto gepresenteerd onder de naam PAL-V. Met het toestel werd een testronde gevlogen boven Brabant op 400 meter hoogte. Het toestel landde weer veilig om er vervolgens mee verder te rijden. De PAL-V is een tweepersoons driewieler met een propeller en opklapbare rotorbladen. De geschatte aanschafkosten per exemplaar liggen tussen de $300 000 en $600 000. De bedoeling is dat de PAL-V in 2021 kan worden geleverd. Er is zowel een rijbewijs nodig om ermee te rijden als een vliegbrevet om te mogen vliegen. De PAL-V is een autogiro en dit type luchtvaartuig kan nog relatief veilig een noodlanding maken als de motor uitvalt.
Aeromobil
De Aeromobil maakte zijn eerste vlucht in oktober 2014. Het toestel klapt de vleugels naar achteren weg tijdens het rijden. Op 8 mei 2015 stortte een prototype van het Slowaakse bedrijf neer. De testpiloot had slechts lichte verwondingen. Er wordt gewerkt aan een aangepaste versie. Nieuwe leverdatum nog onbekend.
Terrafugia
In 2006 opgericht bedrijf door studenten van de Massachusetts Institute of Technology. De Terrafugia heeft aan de zijkant van de romp opvouwbare vleugels. Het bedrijf kwam in 2017 in Chinese handen. Eerste leveringen staan gepland voor 2023.
I-TEC Maverick
De Maverick is een combinatie van een paramotor en een soort buggy. Het voertuig kan voor de vliegfase een parapente (glijscherm) ontplooien via een 6,5 m hoge mast. Hiermee kan, voortgestuwd door een vijfbladige duwpropeller, een luchtsnelheid van rond de 60 km/u worden behaald. De Maverick ontving in 2008 het Amerikaanse 'Experimental' luchtwaardigheidsbewijs. Na twee (niet fatale) ongevallen kampt het project met een gebrek aan financiering en is de noodzakelijke herontwikkeling van het grote glijscherm gestopt.
Moller Skycar
De Moller Skycar is een prototype van een VTOL (vertical take-off and landing, oftewel verticaal opstijgen en landen) vliegtuig, dat door sommigen ook een vliegende auto wordt genoemd. In 2003 werden de eerste vliegproeven gedaan. Hoewel de Skycar er van buiten als een auto uitziet, is hij niet ontworpen om er op de weg mee te rijden. Hij heeft voor op de grond geen toepasbaar aandrijvingssysteem en is veel te breed om er legaal mee op de snelweg te rijden. Maar Skycar maakt wel gebruik van technologie waarmee het gat tussen auto's en vliegtuigen overbrugd kan worden.
Personal Drone
Vanuit de ontwikkeling van onbemande VTOL elektrische multicopter drones worden nu ook proeven gedaan met zogenaamde 'personal drones' voor personenvervoer. Het Chinese bedrijf Ehang deed in 2019 al proeven met autonoom vliegende personal drones.[1] Hoewel de Ehang drone, net als de Moller Skycar, niet kan rijden is dit technisch niet onmogelijk. Met opvouwbare propellers en een rollend elektrisch onderstel zou dit constructief vrij eenvoudig te realiseren zijn.

Organisaties en evenementen[bewerken | brontekst bewerken]

Vandaag de dag is er een actieve beweging in de zoektocht naar een uitvoerbare vliegende auto. Ieder jaar worden er diverse conventies gehouden om de huidige projecten te bediscussiëren en in ogenschouw te nemen. Twee opmerkelijke evenementen die er in de wereld gehouden worden zijn de EEA Airventure in Oshkosh, Wisconsin, VS en de Society of Automotive Engineers (SAE) in verschillende steden.

Fictie[bewerken | brontekst bewerken]

In de romans van Philip K. Dick, zoals De elektrische nachtmerrie, komen vliegende auto's met VTOL-capaciteiten voor in de vorm van "flapples" en "spinners". Vliegende auto's en andere vleugelloze voertuigen komen veel voor in sciencefiction-films en -series waarin een technologisch vergevorderde toekomst wordt uitgebeeld, zoals in Star Wars, The Fifth Element, Star Trek en The Matrix. Gewoonlijk vliegen deze voertuigen zonder zichtbare middelen om in de lucht te blijven (mogelijk met behulp van antizwaartekracht of een andere exotische technologie). In de film Flubber maakt een professor gebruik van het door hem uitgevonden flubber om zijn eigen auto te laten vliegen. Een van de meest iconische vliegende auto's is de DeLorean-tijdmachine uit de film Back to the Future Part II, waar hij aangepast wordt om te vliegen terwijl hij een tijdreis maakt in de toekomst. Een andere bekende vliegende filmauto is Chitty Chitty Bang Bang, uit de gelijknamige Britse muziekfilm uit 1968, die geïntegreerde vleugels heeft.

Meer recent hebben vliegende auto's hun overgang gemaakt van de sciencefiction naar de fantasy in de Harry Potter-boeken, waarin een Ford Anglia wordt omgetoverd tot een vliegende auto.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]