Wapening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wapening voor beton ten behoeve van een brug

Wapening is een technische versterking die wordt aangebracht in een bouwwerk of in bouwmateriaal zoals beton. Zodoende wordt gesproken over gewapend beton, gewapend metselwerk of een gewapend talud. De bouwkundige redenen om wapening aan te brengen kan verschillen. Zo kan wapening in beton nodig zijn omdat dit materiaal slecht trekkrachten op kan nemen, wapening in metselwerk om de kracht van een er boven liggende opening op te vangen en wapening van een talud als een stijlere hellingshoek nodig is dan met natuurlijk materiaal kan worden gerealiseerd.

Bij beton wordt in een groot deel van de gevallen stalen staven, kabels of netten als wapening toegepast, het betonijzer. De wapening wordt door betonstaalvlechters op een minimale afstand tot de buitenkant van het beton (de dekking) aangebracht om aantasting te voorkomen. De dekking is voorgeschreven in normen en is afhankelijk van de toepassing van de constructie. Het is ook mogelijk om voor andere materialen of verschijningen dan staal te kiezen. Wordt betonijzer niet op de juiste manier aangebracht, of wordt het beton nadien beschadigd, kan de wapening door corrosie (roest) verzwakken, dit heet in de volksmond "betonrot".

Materialen[bewerken | brontekst bewerken]

Als wapening kunnen de volgende materialen dienen:

Glasvezel en koolstofvezels zullen niet gaan roesten, en zijn dus bij uitstek geschikt om onder extreme omstandigheden te worden toegepast. Bovendien geleiden deze materialen geen elektriciteit, waarmee ze geschikt zijn voor bijzondere toepassingen.

Verschijningen[bewerken | brontekst bewerken]

  • staven
  • netten
  • kabels
  • vezels

Kwaliteiten (wapeningsstaven)[bewerken | brontekst bewerken]

  • FeB 220 HWL, gladde staven, wordt niet meer constructief toegepast, wel voor b.v. aarding (de gladde staaf is dan goed herkenbaar tijdens het werk). De vloeispanning is 190 N/mm² De vloeispanning wordt berekend door de representatieve waarde van de vloeispanning te delen door een materiaalfactor. Volgens de VBC (NEN 6720) wordt dit als volgt berekend: fs = fs;rep/γm = 220/1,15 = 190 N/mm²
  • FeB 400, HWL, HK, wordt niet meer toegepast; de vloeispanning is 350 N/mm².
  • FeB 500, HWL, HK, HKN, 500 HWL wordt meest toegepast; de vloeispanning van de staven is 500 N/mm²

Bij het toepassen van vezels worden korte vezels met een lengte tussen de 10 en 15 mm door de betonmortel (het vloeibare beton) gemengd. Deze vezels zorgen dan voor een sterkte in alle richtingen van het beton.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Wapening van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.