Wet van Pouillet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de natuurkunde zijn twee wetten naar de Franse natuurkundige Claude Pouillet genoemd, die door hem zijn opgesteld. De beide wetten van Pouillet hebben betrekking op de elektriciteitsleer.

Stroomkring[bewerken | brontekst bewerken]

De wet van Pouillet voor elektrische netwerken is de voorloper van de wetten van Kirchhof en stelt dat in een stroomkring, de serieschakeling van spanningsbronnen en ohmse weerstanden, de stroom gelijk is aan het quotiënt van de som van de door de bronnen opgewekte spanningen en de som van de in de kring aanwezige weerstanden .

De wet, die experimenteel ontdekt is door Pouillet, is een direct gevolg van de wet van Ohm en is in overeenstemming met de stelling van Thévenin.

Weerstand van een draad[bewerken | brontekst bewerken]

De wet van Pouillet voor elektrische weerstand van een geleider stelt dat de weerstand van een installatie- of stroomdraad met constante doorsnede recht evenredig is met de lengte en omgekeerd evenredig met de doorsnede. De evenredigheidsconstante is de soortelijke weerstand:

Daarin is:

  • de weerstand van de draad in ohm
  • de soortelijke weerstand van het materiaal in ohm·meter
  • de lengte van de draad in meter
  • de oppervlakte van de dwarsdoorsnede van de geleider in vierkante meter

Men kan deze wet ook schrijven als functie van de geleidbaarheid of conductantie van het materiaal. De wet wordt dan:

Daarin is:

  • de elektrische geleidbaarheid of conductantie van de draad in siemens
  • de soortelijke geleidbaarheid of conductiviteit van het materiaal in siemens per meter
  • de lengte van de geleider
  • de oppervlakte van de doorsnede van de geleider

Elektrische weerstand en geleidbaarheid zijn elkaars omgekeerde.