Naar inhoud springen

Wigstaarttok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Wigstaarttok
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2020)
Wigstaarttok
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Bucerotiformes
Familie:Bucerotidae (Neushoornvogels)
Geslacht:Ocyceros
Soort
Ocyceros birostris
(Scopoli, 1786)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Wigstaarttok op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De wigstaarttok (Ocyceros birostris) is een neushoornvogel die wijdverbreid voorkomt op het Indisch subcontinent.[2]

De wigstaarttok is circa 60 cm lang. Het mannetje heeft een donkere snavel met een grote, puntige casque; het vrouwtje heeft een vuilgele snavel met wat zwart en een betrekkelijk kleine casque. Beide seksen zijn overwegend grijs van kleur, iets lichter op borst en buik. De soort is opvallend aanpasbaar: er zijn waarnemingen van nesten in gebouwen en van broedvogels in stedelijk groen.

Verspreiding en leefgebied

[bewerken | brontekst bewerken]

Het verspreidingsgebied beslaat een EOO (Extent of Occurrence) van circa 3.020.000 km² en omvat vrijwel het gehele Indiase subcontinent: India (met uitzondering van het noordoosten en de hogere delen van de Himalaya), noordoostelijk Pakistan, zuidelijk Nepal en noordwestelijk Bangladesh (als zwerver). De soort is wijdverbreid in de Oost-Ghats en wordt ook in steden waargenomen.[2]

De wigstaarttok leeft in een breed scala aan habitats: van droge savannes en droog loofbos tot stedelijk groen en tuinen, tot op 1.500 meter boven zeeniveau. Slechts circa 6% van het totale verspreidingsgebied wordt als optimaal habitat beschouwd. De generatieduur bedraagt 5,8 jaar.[2]

Voedsel en voortplanting

[bewerken | brontekst bewerken]

De wigstaarttok voedt zich met vruchten van o.a. Ficus-soorten, Diospyros en Vitex, alsmede insecten. In de Oost-Ghats zijn ook piepkleine zaden, bessen en vruchten van diverse bomen onderdeel van het dieet. De soort is een belangrijke zaadverspreider in droog loofbos.[2]

Het broedseizoen in de Oost-Ghats loopt van december tot april. Het vrouwtje legt 2–5 eieren; de incubatietijd bedraagt 21 dagen gevolgd door een uitvliegperiode van 45 dagen. De gemiddelde nestsluiting duurt circa 65 dagen; de totale nestcyclus circa 93 dagen.[2]

Droog loofbos en rivier begeleidend natuurlijk bos, die essentieel zijn voor de soort in de Oost-Ghats, staan onder sterke antropogene druk (landbouw, begrazing, houtoogst). In aangetast habitat ontbreken 65% van de voedselplanten. Incidentele jacht is gemeld in delen van het verspreidingsgebied.[2]

De wigstaarttok staat als niet bedreigd (Least Concern) op de Rode Lijst van de IUCN (beoordeling 2020). De populatieomvang is niet nauwkeurig gekwantificeerd, maar de soort is wijdverbreid en vaak algemeen. De populatietrend is stabiel. De soort is niet opgenomen in CITES.[2]