Willem Jansz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Replica van de Duyfken
Kaart van Nieuw-Nederland door Melchisédech Thévenot (1670), gebaseerd op gegevens van Willem Jansz. en Abel Tasman; aangekocht door Eugenius van Savoye

Willem Jansz. (of Janszoon) (Amsterdam?, ca. 1570 – ca. 1636) was een Nederlandse schipper, gouverneur op Solor, raad van Indië, admiraal en ontdekkingsreiziger, die vanuit Europees perspectief als de officiële ontdekker van Australië geldt.

Biografie[bewerken]

Over Jansz. jonge jaren is niets bekend; hij zou een wees kunnen zijn geweest. Hij trad in dienst van een van de zogenaamde voorcompagnieën van de VOC en reisde in 1598 naar Oost-Indië met een vloot onder Jacob van Neck. In 1601 zeilde hij onder Joris van Spilbergen naar Indië. In december 1603 was Jansz. schipper op de Duyfken op de eerste VOC-tocht onder Steven van der Hagen. Bij de terugkeer van de vloot van twaalf schepen bleef Jansz. in Bantam achter. Hij kreeg de opdracht om op zoek te gaan naar goud[1] en zijn reis naar het onbekende Zuidland in kaart te brengen.

Op 18 november 1605 verliet hij de haven. Jansz. zeilde via Ceram, Banda-, Kei- en Aru-eilanden richting Nieuw-Guinea. Hij volgde de kust tot aan Kaap Vals. Van daaruit zeilde hij zuidwaarts over de Arafurazee, en toen hij eind februari 1606 weer land zag bevond hij zich voor de kust van Australië, bij het Kaap York-schiereiland, waarvan hij de kust volgde tot aan Kaap Keerweer. Hij bracht zo'n 320 kilometer van dit continent in kaart, denkend dat het zuidelijke uitlopers van Nieuw-Guinea betrof. Hij noemde het land dat hij had ontdekt Nieu Zelandt, maar deze naam is niet algemeen overgenomen; Abel Tasman gebruikte de naam in 1642 voor een ander Nieuw-Zeeland. In juni keerde hij terug naar Bantam, ruwweg via dezelfde route.

Jansz. maakte vervolgens carrière in de VOC. Cornelis Matelieff de Jonge zond hem in 1607 naar Ambon en Banda. Hij vocht tegen de Portugezen en Engelsen, en in 1611 was hij even terug in Holland.[2] Hij werd gouverneur van Solor, (1616), raad van Indië (1618), onder Coen, samen met Pieter de Carpentier, Adriaen Maertensz. Block en Herman van Speult. In 1617-18 voer hij op en neer naar het vaderland met het schip Mauritius. In 1619 werd hij vanwege zijn leeftijd buiten de aanval op Jakarta gehouden. Hij werd naar Tiku op West-Sumatra gezonden en veroverde vier Engelse schepen. Hij moest tevens een onderzoek doen naar de activiteiten van Cornelis Coomans. In 1620 was hij betrokken bij de onderhandelingen met de Engelsen. In een gecombineerde vloot van tien schepen vertrok hij onder Engels bevel naar Manilla om daar de Chinese handel te beletten. In 1621 zouden de rollen worden omgedraaid en was hij admiraal op de "Defensievloot".

In 1622 besloot de Raad om een aanval te doen op Macau en een fort te bouwen op de Pescadores. Zestien schepen werden in gereedheid gebracht met voor 18 maanden proviand alsmede 1.300 man waaronder schipper Bontekoe en vermoedelijk 150 slaven.[3] Jansz. was gouverneur van Banda tussen 1623 en 1627. Hij voer vervolgens in een diplomatieke missie naar India of Perzië. In december 1628 keerde hij terug naar Nederland, als admiraal van de retourvloot.

Australië[bewerken]

Hoewel Jansz geldt als de officiële ontdekker van Australië, was hij natuurlijk niet de eerste die het continent zag. De Aboriginals leefden daar al tienduizenden jaren. Daarnaast was het continent waarschijnlijk al door de Chinezen en de Portugezen gezien - harde bewijzen ontbreken, maar er zijn zeker aanwijzingen. Jansz was echter wel de eerste bij naam identificeerbare persoon die Australië zag, hoewel hij zelf dacht dat de kust die hij onderzocht nog steeds bij Nieuw-Guinea hoorde.

De originele journalen en kaarten die gedurende Jansz' reis werden gemaakt zijn verloren gegaan, maar de Nationale Bibliotheek van Oostenrijk beschikt over een kopie van de kaart uit omstreeks 1670 en de Caert van't Landt van d'Eendracht is deels op zijn reizen gebaseerd.

Externe link[bewerken]