Woonboot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Woonboot in Amsterdam
Woonboot gefotografeerd te Leeuwarden (2004). Deze boot is later naar Deventer verhuisd, waar hij voor korte perioden werd verhuurd aan gelegenheidsbewoners.
Varende ark, voortgeduwd door een sleepboot
De Twee Gezusters, een bewoond varend monument
Studentenboot aan het Zwarte Water in Zwolle

Een woonboot is een verzamelnaam voor boten die zodanig zijn ingericht dat men erop kan wonen en waarvan de primaire functie ook wonen is. Een woonboot is niet meer (primair) bedoeld om mee te reizen. Een woonboot kan een ponton zijn met een soort huis erop, maar ook een zeilschip of, wat veel voorkomt, een oud binnenvaartschip.

Geschiedenis[bewerken]

Uit plaatselijke wetgeving van het Amsterdams stadsbestuur uit 1652 is af te leiden dat er in deze stad toen al op boten werd gewoond. Bepaald werd, dat niemand in “leggers, schepen of toegemaeckte schuyten (mag) wonen, kachels of vuyrsteden (mag) stellen, of vertrecken afschieten om te bewonen”.[1] De periode dat woonboten vast onderdeel van het stadsgezicht gingen uitmaken waren de 50'er jaren van de vorige eeuw, toen er in Amsterdam grote woningnood was ontstaan.[2]

Soorten woonboten[bewerken]

Vaak wordt het volgende onderscheid in soorten woonboten gemaakt:

Ark 
een betonnen casco waarop een houten, stenen of kunststof opbouw is bevestigd.
Schark 
een veelal metalen schip, vaak in onbruik geraakte binnenvaartschip of schuit, waarop een houten, stenen of kunststof opbouw is gemaakt. Ze lijken op arken, maar onderscheiden zich door de metalen onderbouw. Ze moeten eens in de vijf jaar naar de werf voor onderhoud.
Woonschepen 
vaak traditionele schepen, uit de vaart genomen binnenvaartschepen of anderszins historische schepen die een liggende (niet varende) woonfunctie hebben gekregen. Soms zijn deze woonschepen nog in staat tot varen.

Nederland[bewerken]

In het Amsterdams (centrum)beleid krijgen woonschepen momenteel voorkeur boven arken en scharken, vanwege uiterlijke kenmerken. Het wooncomfort van arken is doorgaans beter dan op scharken en woonschepen. Arken maken het meest efficiënt gebruik van de beschikbare ligplaats, woonschepen het minst. Op sommige plaatsen kunnen arken behoorlijk uit de toon vallen in de omgeving, terwijl ze op andere plaatsen beter in de omgeving passen. Meestal geldt daarom tegenwoordig een (streng) welstandsbeleid dat wordt toegepast bij alle veranderingen en vervangingen aan alle typen woonboten.

Ligplaatsbeleid[bewerken]

Gemeenten en waterschappen hebben vaak speciale gedeelten van kanalen of havens aangewezen voor woonboten. Deze officiële ligplaatsen hebben dan ook vaak nutsvoorzieningen, zoals gas, water en elektriciteit.

In Nederland is een beperkt aantal officiële ligplaatsen voor woonboten beschikbaar; ongeveer 10.000. Nederland kent een restrictief ligplaatsbeleid; het aantal officiële ligplaatsen wordt in principe niet uitgebreid. De vraag naar ligplaatsen is daarom groot. Een officiële ligplaats is opgenomen in het bestemmingsplan, heeft daarin een woonfunctie en heeft een ligplaatsvergunning. Ligplaatsvergunningen kunnen overdraagbaar en niet-overdraagbaar zijn; ofwel bij verkoop van de woonboot kan de vergunning al dan niet automatisch aan de nieuwe eigenaar overgaan. Voor historische woonschepen is tevens een beperkt aantal ligplaatsen in historische havens beschikbaar. Veel woonboten hebben echter geen vergunning en liggen in feite dus illegaal of worden gedoogd: de gemeente is op de hoogte van de illegale situatie maar kiest ervoor om deze vooralsnog te laten bestaan.

Diverse gemeenten of deelgemeenten voeren een actief woonbotenbeleid. Het gaat daarbij onder meer om liggelden (precario), vergunningen, afmetingen, welstand en nautische issues (vrije doorvaart etc). Soms komen woonbootbewoners en gemeentebestuur tegenover elkaar te staan. Met name in Amsterdam kan het debat stevige vormen aannemen, vooral als het gaat om onderwerpen als het wegslepen van illegale woonboten of de verhoging van liggelden.

Woonboten hebben een eigen woonadres. Bijzonder hieraan is het gebruik van de letters t/o = tegenover. De woonboot ligt dan tegenover het huis met het adres zonder t/o, dus Boterdiep t/o 15, ligt aan de overkant van het huis Boterdiep 15. Ook de aanduiding a/b met de betekenis aan boord komt voor. Na a/b volgt dan de naam van de boot. Het adres is dan: Julianakade a/b Drie Gezusters. Tegenwoordig hebben boten meestal een gewoon nummer. Om ze te onderscheiden van "gewone" nummers worden ze (ook) vooraf gegaan door a/b. Er worden ook nummers gebruikt die extra hoog zijn (Julianakade a/b 3). Men begint ook wel te tellen bij 1000 (Singel 1003). In de gemeente Amsterdam is men ertoe overgegaan de woonboten een eigen huisadres te geven. Een letter-toevoeging indiceert dat het om een woonboot gaat. Zo heeft de woonboot tegenover Prinsengracht 824 het nummer 824G gekregen.

Roerend of onroerend?[bewerken]

Een woonark is een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, zodat sprake is van een schip in de zin van artikel 8:1 BW. Een schip is in het algemeen een roerende zaak, zie HR 15 januari 2010, LJN BK 9136. In die uitspraak oordeelt de Hoge Raad dat het enkele feit dat een woonboot door middel van beugels is verbonden met in de bodem verankerde meerpalen niet maakt dat deze onroerend wordt. Om te bepalen of sprake is van een onroerende zaak gaat het er om dat de woonboot duurzaam met de grond (dus de bodem van het water) verenigd is als die, mede gelet op de bedoeling van degene door wie of in wiens opdracht het tot stand is gebracht, naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en dit ook naar buiten kenbaar is uit bijzonderheden van aard en inrichting van dat gebouw of werk.[3] Hierbij mag geen acht geslagen worden op omstandigheden die zien op de omgeving van de woonark, aldus HR 15 januari 2010.

Hoewel de meeste woonboten als roerende zaak worden beschouwd, kan er meestal een gewone hypotheek op worden afgesloten en gelden in Nederland dezelfde belastingregels als voor de onroerende woning, mits de woonboot niet ook vaart. In Nederland wordt op woonboten roerende zaak belasting (RZB) in plaats van de onroerende zaak belasting (OZB) geheven.

Huurbescherming en huurprijsbescherming[bewerken]

Voor het wonen op het water geldt geen huurbescherming, noch huurprijsbescherming. Als gevolg hiervan zijn woonbootbewoners - die praktisch allemaal een ligplaats moeten huren - vogelvrij in die zin, dat ze nooit zeker kunnen zijn van een ligplaats of de prijs die ze voor die ligplaats betalen. In het ontwerp ligplaatsenbeleid van de provincie Zuid-Holland worden alle woonboten van de vaarwegen verjaagd en verwezen naar nog niet bestaande woonbotenhavens van de gemeenten in de provincie. [4] Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën heeft op 28 december 2010 een informatiebrief verzonden aan alle huurders van een ligplaats van een woonboot aan rijkswater-/oever, waarin hij verhogingen van het tarief tot honderden procenten aankondigt.

Voorbeelden van bijzondere woonboottypen[bewerken]

Er bestaan diverse speciale woonboottypen. De meeste zijn echter geen woonboten in de strikte zin van het woord, door het ontbreken van de woonfunctie.

  • Studentenboot. Dit kan een ponton zijn waarop een soort containers geplaatst zijn in meerdere woonlagen die ingericht zijn om bewoond te worden door studenten;
  • Botel. Een ander bijzonder type is het drijvende hotel. In Maastricht en Amsterdam bestaan bekende exemplaren.
  • Bajesboot. Bij gebrek aan andere ruimte voor opgepakte illegaal in Nederland verblijvende personen heeft het Ministerie van Justitie in Rotterdam, Dordrecht en Zaanstad bijzondere detentiecentra ingericht; detentieboten ofwel bajesboten. Mensen die de overheid het land uit wil zetten verblijven hier onder spartaanse omstandigheden. Na de brand in het cellencomplex op Schiphol is ook bij deze wijze van opsluiting een vraagteken komen te staan, voornamelijk vanwege de (brand)veiligheidssituatie. In 2008 kwam Amnesty International tot de slotsom dat het regime op de boten in strijd is met de mensenrechten. De bajesboten zijn in 2010 niet meer in gebruik omdat ook de Inspectie voor de Sanctietoepassing van het ministerie van Justitie ernstige kritiek had op de gebrekkige omstandigheden.

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Tijdschrift "Binnenstad" van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, nr 181, maart/april 2000, "Vroege pleziervaart en woonboten in Amsterdam", Renée E. Kistemaker. [1]
  2. Stadsarchief Gemeente Amsterdam, "Amsterdamse schatten - Grachten en Torens". [2]
  3. zie onder meer HR 17 november 2006, nr. 41 434, BNB 2007/5.
  4. Ontwerp Ligplaatsenbeleid provinciale vaarwegen Zuid-Holland, 21 september 2010