Šamorín (Duits: Sommerein, Hongaars: Somorjais) is een kleine stad in Slowakije, gelegen ten noorden van de Donau, ten zuidoosten van Bratislava en dicht bij het drielandpunt met Oostenrijk en Hongarije. Een groot deel van de bevolking spreekt er behalve Slowaaks ook Hongaars. Šamorín telt zo'n 12.000 inwoners en heeft sinds 1405 stadsrechten. Sinds 1991 onderhoudt Šamorín een stedenband met Leiderdorp in Nederland.
De plaats werd voor het eerst vermeld in 1238, als ecclesia Sancte Mariae en was in de middeleeuwen een belangrijke haven aan de Donau. Dankzij een gunstige ligging en vruchtbare aarde ontwikkelde de landbouw zich in Šamorín en langs de Donau ontstonden talrijke scheepswerven. Echter, door de opmars van Bratislava verloor de stad steeds meer aan betekenis en uiteindelijk verloor het haar stadsrechten, die koning Sigismund van Hongarije de stad in 1405 verleende. In de zeventiende eeuw vestigde Šamorín de aandacht op zich door de heksenprocessen die er plaats vonden.
Tot 1918 behoorde de stad tot het Koninkrijk Hongarije en daarna tot het nieuw gevormde Tsjecho-Slowakije. Van 1938 tot 1945 behoorde de stad tijdelijk tot Hongarije.
[bewerken] Bezienswaardigheden