Abdij van Thorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over de abdij van Thorn; voor de abdijkerk, zie Stiftskerk Thorn; voor de geschiedenis van het wereldlijk gebied Thorn, zie Vorstendom Thorn
Maquette van de voormalige abdij in de Stiftskerk
Glas-in-loodraam met de stichters van de abdij: Ansfried en Hilsondis

De abdij van Thorn was een rijksabdij of sticht in het Heilige Roomse Rijk, gelegen in het stadje Thorn, tegenwoordig in de Nederlandse provincie Limburg.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan abdij van Thorn[bewerken]

De abdij van Thorn werd rond 975 gesticht als benedictinessenklooster door graaf Ansfried (later bisschop van Utrecht) en zijn echtgenote Hilsondis, ook Hereswind genoemd, volgens de Strijenlegende gravin van Strijen. Zij zou aan het jonge klooster diverse bezittingen in West-Brabant geschonken hebben. Hun dochter Benedicta werd de eerste abdis.

Geschiedenis en organisatie stift Thorn[bewerken]

In de loop van de 13e eeuw evolueerde het klooster naar een wereldlijk sticht (of stift) voor adellijke vrouwen. De stiftsdames of kanunnikessen leefden vanaf die tijd niet langer gemeenschappelijk, maar hadden ieder een huis in de omgeving van de kerk, hoewel ze wel nog enige tijd geacht werden om de nacht op de gemeenschappelijke slaapzaal in het abdijgebouw door te brengen.[1] In 1310 verzochten ze de paus om het zwarte bovenkleed, dat herinnerde aan het reguliere kloosterverleden, te mogen afleggen, waar ze eerst in 1497 toestemming voor kregen.

Kanunnikessen van Thorn hoefden geen kloostergeloftes af te leggen en mochten persoonlijke eigendommen bezitten. In de praktijk leefden de dames een normaal, zij het luxueus en enigszins afgeschermd leven. Bij het bijwonen van de mis werden ze geacht koorkleding te dragen. De mis konden ze gadeslaan vanaf het dameskoor in het westwerk van de stiftskerk, zodat ze zich niet onder het gewone kerkvolk hoefden te begeven.

Om lid te kunnen worden van het Thornse stift, moest een stamboom met 16 adelskwartieren overlegd worden. De meeste Thornse stiftsdames kwamen uit hoogadellijke kringen en behoorden tot de elite van het Heilige Roomse Rijk. Meestal waren er niet meer dan twintig kanunnikessen. Een bekende stiftdame was Clara Elisabeth van Manderscheid-Blankenheim,[2] zuster van de toenmalige abdis, die uit dankbaarheid voor een genezing een Loretokapel in Thorn stichtte. Haar grafmonument bevindt zich in de stiftskerk.

De stiftsdames vormden samen met de abdis, de decanes (voorzitster) en vier, later zes (mannelijke) kanunniken, het Thornse kapittel, dat besliste over het reilen en zeilen van de gemeenschap en over haar eigendommen. Het kapittel koos uit haar midden de nieuwe abdis.

Geschiedenis vorstendom Thorn[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Abdijvorstendom Thorn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de 14e eeuw bezaten de abdissen van Thorn tevens de heerlijke rechten over het Land van Thorn, waardoor zij zich vorstin-abdis konden noemen. De abdissen van Thorn hadden daarmee een hogere status dan andere abten en abdissen en hadden onder meer zitting in de Duitse Rijksdag. In de 17e en 18e eeuw waren ze vaak tegelijkertijd abdis van het sticht Essen of andere adellijke kloosters.

De komst van de Fransen in 1794 betekende het einde van het stift. De meeste dames waren al eerder naar Essen gevlucht en keerden nooit meer naar Thorn terug. In 1797 werd de abdij formeel opgeheven. De abdijgoederen werden verbeurd verklaard en de abdijgebouwen, op de stiftskerk na, afgebroken.

Beschrijving gebouwen[bewerken]

Abdijkerk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Sint-Michaëlskerk (Thorn) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Alleen de kerk herinnert tegenwoordig nog aan de lange geschiedenis van de abdij. De voormalige abdij- of stiftskerk werd in 1797 als parochiekerk in gebruik genomen, waarna de oude parochiekerk gesloopt werd. De grotendeels gotische stiftskerk (met barokke inrichting) werd eind 19e eeuw door de bekende architect Pierre Cuypers gerestaureerd en deels verbouwd. Na de Tweede Wereldoorlog moest de kerk opnieuw worden hersteld, nadat ze in 1944 zwaar beschadigd was. In het westwerk van de kerk bevinden zich thans nog een aantal ruimtes, die eertijds uitsluitend door de leden van het kapittel mochten worden betreden, zoals het dameskoor, de kapittelzaal en de archiefkamer.

Abdijgebouwen[bewerken]

Van de abdijgebouwen is nagenoeg niets meer over. Alleen enkele huizen van kanunniken en stiftsdames, en delen van de muur die het abdijcomplex omringden, zijn bewaard gebleven. Buiten het centrum herinneren de Loretokapel en enkele kapittelboerderijen en -watermolens nog aan de macht van het stift. De overige abdijgebouwen, het abdissenpaleis, de parochiekerk en de economiegebouwen, zijn verdwenen. Desondanks is het abdijverleden in Thorn nog bijna tastbaar, niet om het minst vanwege de witgeschilderde huizen, waardoor het stadje een eigen sfeer heeft weten te behouden.

Trivia[bewerken]

  • Op 4 juni 1007 werd de Sint-Lambertuskerk in het Gelderse dorp Kerk-Avezaath door bisschop Notger van Luik aan de abdij van Thorn geschonken.[3] De abdij heeft tot 1619 het collatierecht gehad over de kerkgemeenschap in Kerk-Avezaath.[4]
  • Een maquette van de voormalige abdij, gemaakt door de bouwkundig historicus Anton Moers, wordt tentoongesteld in de stiftskerk.

Bronnen

  • Forschelen, J. (red.), De Abdijkerk, toeristische brochure in de serie 'Grote monumenten in Thorn'. Uitgave: Stichting Limburg Natuurlijk, jaar onbekend

Referenties

  1. Forschelen, p.2.
  2. Zie de:Clara Elisabeth von Manderscheid-Blankenheim.
  3. Geschiedenis van de Sint-Lambertuskerk in Kerk-Avezaath op website kerkenkapel.nl.
  4. Omschrijving en geschiedenis Sint-Lambertuskerk op de website van de Stichting Oude Gelderse Kerken, geraadpleegd op 23-6-2011.