Abodriten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Abodriten of Obodriten waren een vroegmiddeleeuws verband van West-Slavische stammen rond de Elbe. Zij woonden in het gebied van het tegenwoordige Mecklenburg en Holstein. Lange tijd verbonden zij zich met Karel de Grote in zijn oorlogen tegen de Germaanse Saksen en de Slavische Veleti of Wilzen. Een poos lang is Liubice (Lübeck) de zetel van de vorsten van de Abodriten, die meestal uit de familie der Nakoniden (regeerde 960 – 1129) komen. Hun burcht lag waar de Schwartau uitstroomt in de Trave. De naam 'Abodriten' betekent 'afstammelingen van Abodr'.

Traditioneel waren de Abodriten de vijanden van de eveneens Slavische Wilzen. Deze onenigheid is vermoedelijk terug te voeren op gebiedsaanspraken. Uit de Abodriten komt ook het tot 1918 regerende vorstengeslacht van Mecklenburg voort. Deze hertogen (vanaf 1815 groothertogen) zijn daarmee een van de zeldzame Duitse vorstengeslachten die van de Slavische koningen afstamt. Adam van Bremen (ca. 1050 - ca. 1085) noemt de Obodriten Reregi omdat ze in Reric aan de Oostzee in zijn tijd een lucratieve handelsstad hadden. Duitse bronnen noemen hen vaak Wenden.

Standbeeld van koning Niklot in het kasteel van Schwerin

Stammen[bewerken]

De voornaamste stammen van de Abriten-confederatie waren:

  • de Abodriten in engere zin (van de baai van Wismar tot het meer van Schwerin);
  • de Wagri (in oostelijk Holstein);
  • de Warnower of Warnabi (aan de Warnow en bij Mildenitz, omgeving van Rostock);
  • de Polabi of Polaben (tussen de Trave en de Elbe).

Tot de confederatie behoorden ook min of meer:

Overzicht geschiedenis[bewerken]

Rond het jaar 700 trekken Slavische groepen het gebied tussen Oostzee, Elbe en Warnow binnen. Al in 794-799 strijden de Abodriten in een verbond met de Franken onder Karel de Grote tegen de met de Wilzen verbonden Saksen. In 798 vindt het beslissende treffen plaats op het Sventanafeld (of Schwentinefeld; bij Bornhöved in de omgeving van Neumünster). De Abodriten behalen daar onder prins Drozko de overwinning. Als beloning krijgen zij in 804 delen van het voormalige Saksische woongebied, met name Holstein, inclusief Hamburg, waaruit keizer Karel de heidense Saksen verdreven had. Tegen het einde van de 8e eeuw zijn de eerste vorsten historisch aantoonbaar. In het jaar 808 wordt de hoofdstad Reric door de vikingkoning Gudfred (804-810) vernietigd. Vanaf 810 richten de Saksen de Limes Saxoniae op, een leeg gebied met ondoordringbare bossen en hagen van Kiel tot voorbij Lübeck in het zuiden, om zich te beschermen tegen overvallen door de Abodriten. Vanaf 819 is Liubice de voornaamste burcht aan de monding van de Schwartau.

Kaart (ca. 1000) met de stammen van de Abriten-confederatie

Saksische onderwerping[bewerken]

Keizer Otto I trekt in 955 ten strijde tegen de Abodriten en overwint hen op 16 oktober 955 in de slag aan de Raxa. Hij onderwerpt de Abodriten en sticht op hun gebied de mark van de Billungen, tussen Elbe en Oostzee. In 936 al had Otto de Saksische graaf Herman Billung († 27 maart 973) benoemd tot princeps militiae in dat gebied. Nog geen dertig jaar later (983) begint de eerste grote Slavische opstand. De Abodriten weten zich van de Duitse heerschappij te bevrijden. De Saksische feodale heren moeten het gebied voorlopig opgeven.

Zowel als verbondenen met de Karolingers als met hun Ottoonse opvolgers, strijden de Abodriten van 800 tot 1200 tegen de koningen van Denemarken, die de oevers van de Oostzee willen regeren zonder inmenging van de keizers. Zodra het keizerrijk verslapt, proberen ook de Abodriten hun macht uit te breiden. In 983 vernietigen zij onder leiding van hun koning Mstivoj een eerste keer Hamburg. Op andere momenten gaan ze op strooptocht en innen schatting van de Noormannen en Saksen.

Kruistocht tegen de Wenden[bewerken]

In 1043 wordt Godschalk Nakonide hertog (knes, koning) van de Abodriten. In navolging van aartsbisschop Adalbert van Bremen probeert hij een christelijke staat van Elbe-Slaven te stichten, naar Pools voorbeeld. Na de val van Adalbert in 1066 wordt Godschalk vermoord en Kruto neemt de macht over. Hij overvalt onder meer de Hammaburg (Hamburg) en vernietigt deze. In 1090 echter vermoordt Godschalks zoon Hendrik - met hulp van de Noormannen - zijn tegenstander Kruto en trekt na de slag van Schmilau (1093) de macht aan zich. Maar als Hendrik in 1127 sterft, verbrokkelt zijn rijk, zeker zodra in 1131 zijn zwager Knut vermoord wordt.

Korte tijd later (1147) begint de Saksische hertog Hendrik de Leeuw zijn Kruistocht tegen de Wenden. Hoewel koning Niklot de christelijke aanval in eerste instantie weet af te slaan, weet Hendrik grote delen van het Abodritenrijk te onderwerpen. In 1160 volgt een oorlog van de Noormannen en de Saksen tegen de resten van het Abodritenrijk. De stamvorst Niklot (regeert 1131-1160) komt daarbij om. Zijn zoon Pribislav krijgt - na zijn onderwerping - in 1167 zijn vaders goederen terug als leen van Hendrik de Leeuw. Daarmee begint het geslacht van de latere (groot)hertogen van Mecklenburg.

Duitse missionarissen (o.a. Sint-Vicelinus) bekeren de Abodriten. In 1170 erkennen de stammen de soevereiniteit van het Heilige Roomse Rijk. Daarmee wordt een eerste stap gezet naar germanisatie en assimilatie. Tot ver in de 15e eeuw blijven de inwoners van het gebied echter nog Slavische dialecten (Polabisch) spreken. Deze taal sterft pas in de achttiende eeuw uit. Enkele stammen Abodriten trekken naar het zuiden en vestigen zich in de Pannonische Vlakte, waar het gebied Bodrogiensis van het middeleeuwse koninkrijk Hongarije naar hen genoemd wordt.

Opvallend[bewerken]

De Duitse dichter Johann Heinrich Voss (1751-1826), geboren in Mecklenburg-Strelitz, noemde zich graag een Abodriet om zijn Slavische erfenis te benadrukken. De Abodriten waren in tijd voldoende ver weg en onbekend om de opkomende etnische identificatie van de romantiek aan te spreken.