Abonnement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een abonnement is een overeenkomst tussen een leverancier van een bepaald product of dienst en een afnemer daarvan, de abonnee. Een bepaald product of dienst wordt periodiek geleverd in ruil voor betaling door de abonnee. Voorbeelden waarvoor een abonnement kan worden afgesloten:

Een abonnement op bijvoorbeeld een krant of tijdschrift geeft recht op één exemplaar van iedere uitgave.

Veel andere abonnementen geven recht op onbeperkt gebruik (zolang het abonnement duurt), uiteraard binnen de grenzen van wat in totaal wordt aangeboden.

Wanneer het aanbod zodanig beperkt is dat een typische consument van het volledige aanbod gebruik wil maken dan vervalt bovenstaand onderscheid. Dit kan het geval zijn bij een abonnement op een serie films of concerten, enzovoorts. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een abonnement op een dierentuin: maar weinigen zullen elke dag de volledige openingstijden benutten.

Lidmaatschap van een boekenclub kan neerkomen op een soort abonnement op boeken, waarbij men minstens met een bepaalde frequentie, bijvoorbeeld eens per kwartaal, een boek naar keuze koopt. Tegenover die verplichting staat dan bijvoorbeeld het voordeel van een gereduceerde prijs.

Soms mag men met een toegangsbewijs voor een museum, dierentuin, attractiepark, zwembad, sauna, enzovoorts, weggaan en dezelfde dag weer terugkomen met hetzelfde toegangsbewijs; het is dan te beschouwen als een dagabonnement; soms krijgt men een stempel op zijn hand om te voorkomen dat een ander aan wie het toegangsbewijs wordt doorgegeven het kan gebruiken.

Een abonnement is in principe een overeenkomst waaraan beide partijen voordeel kunnen behalen. De leverancier heeft de garantie van afzet tegen een vooraf bepaalde prijs. Ook zijn veel abonnementen er op gericht om de afzet te verhogen. Zo is een abonnement op een boekenclub voor de leverancier gunstig omdat de abonnee dan in elk geval één keer per periode een boek aanschaft.

De afnemer of abonnee heeft doorgaans het voordeel dat deze prijs lager is dan de prijs voor een niet abonnee. Sommige abonnementen kennen niet zozeer een prijsvoordeel als belangrijkste reden om het abonnement af te sluiten, maar garanderen bijvoorbeeld beschikbaarheid bij schaarse goederen. In andere gevallen is een abonnement ook een noodzakelijke voorwaarde, bijvoorbeeld bij toegang tot een exclusieve club of tot het thuisbezorgd krijgen van een bepaald goed zoals een krant.

Een abonnement hoeft niet altijd vooraf te worden betaald. Veel leveranciers accepteren ook betaling tijdens of na levering van het product of de dienst.

In het openbaar vervoer wordt een abonnement ook wel een propositie genoemd. Het is vaak een reisrecht dat bestaat uit een recht op korting (eventueel 100%: vrij reizen), veelal afhankelijk van de dag en de tijd, bijvoorbeeld OV-Jaarabonnement, trajectabonnement, sterabonnement; zie ook Reizen met de OV-chipkaart in de trein en Voordeelurenabonnement.

Een abonnement voor een dag heet een dagkaart.

Meestal moet men van tevoren kiezen of men een abonnement neemt of de losse prijzen gaat betalen. In sommige gevallen hoeft men niet vooraf te kiezen, maar wordt achteraf bepaald wat het voordeligst is, zie dagkaart. De leverancier heeft dan dus niet van tevoren de garantie van afzet.

Huurabonnement[bewerken]

Sommige videotheken hebben abonnementen om voor een vast bedrag per maand onbeperkt films te lenen. Er is alleen een beperking van het aantal films dat men tegelijk te leen heeft.

Abonnementsduur en opzegging[bewerken]

De Nederlandse Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), ook de Wet Van Dam genoemd, is per 1 december 2011 ingegaan. De wet vergroot de rechten van consumenten ten aanzien van opzegging.

De term abonnement wordt in de wet niet genoemd, de gebruikte formulering is "overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen". Bij sommige bepalingen wordt onderscheid gemaakt tussen "geregeld afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften" (hieronder "blad(en)") en andere abonnementen. Voor het opzeggen van een lidmaatschap gelden minder strenge eisen waar de voorwaarden aan moeten voldoen, een lid geniet dus minder bescherming dan een abonnee, ook al is in de praktijk een lidmaatschap soms vergelijkbaar met een abonnement.[1] De bepalingen gelden niet voor huur, verzekering of financiële producten zoals spaardeposito's (die soms ook stilzwijgend verlengd worden).

Artikel 236 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bevat de zogenaamde "zwarte lijst" van bedingen in algemene voorwaarden die als onredelijk bezwarend worden aangemerkt bij een overeenkomst tussen een gebruiker (degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt: de aanbieder) en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (de abonnee). Het gaat onder meer om de volgende bedingen:

j. een beding dat, bij een ander abonnement dan op een blad, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;

o. een beding dat de bevoegdheid van de wederpartij om de overeenkomst, die mondeling, schriftelijk of langs elektronische weg tot stand is gekomen, op een overeenkomstige wijze op te zeggen, uitsluit of beperkt;

p. een beding dat bij een abonnement op een blad leidt tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur die langer is dan drie maanden, dan wel tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur van ten hoogste drie maanden zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de overeenkomst telkens tegen het einde van de duur van de verlenging of de vernieuwing op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;[2]

q. een beding dat bij een abonnement op een blad leidt tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand of, als het blad minder dan eenmaal per maand verschijnt, met een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden;[3]

r. een beding dat de wederpartij verplicht de verklaring tot opzegging van een overeenkomst als bedoeld onder j of p respectievelijk q te laten plaatsvinden op een bepaald moment;

s. een beding dat in geval van een proefabonnement op een blad leidt tot voortzetting van de overeenkomst.

Artikel 237 bevat de zogenaamde "grijze lijst" van bedingen in de algemene voorwaarden geldend bij een overeenkomst als boven waarvan wordt vermoed dat ze onredelijk bezwarend zijn. Onderdeel k betreft een beding dat een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij na een jaar de bevoegdheid heeft de overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand (was: een jaar).

Omdat het hier gaat om de "grijze lijst" en niet om de "zwarte lijst" kan zo'n beding wel toegepast worden als het niet onredelijk bezwarend is. Als bijvoorbeeld een tweejarig abonnement voor een mobiele telefoon wordt aangeboden waarbij men een duur toestel cadeau krijgt of tegen een sterk gereduceerd tarief dan zal het normaal gesproken niet worden gekenmerkt als onredelijk bezwarend als men het niet per eerdere datum kan opzeggen.

Indien een aanbieder de consument vooruit laat betalen, zal deze de consument de te veel betaalde bedragen moeten terugstorten indien de consument van zijn recht gebruikmaakt de overeenkomst op te zeggen.

Overgangsrecht[bewerken]

De wetswijziging voorziet niet expliciet in overgangsrecht. Artikel 191 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek bepaalt echter dat Afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 op algemene voorwaarden die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten worden gebruikt, van toepassing is nadat een jaar na dit tijdstip is verstreken.

Aanhangig is het Voorstel van wet van het lid Van Dam tot herstel van een mogelijk wetstechnisch gebrek met betrekking tot het overgangsrecht in de Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten) (Stb. 2010, 789) dat het genoemde Artikel 191 buiten toepassing verklaart voor dit geval. Het betekent dat de nieuwe regels vanaf aanname van deze reparatiewet ook van toepassing zijn op reeds gesloten overeenkomsten. Het is door de Tweede Kamer aangenomen, en aanhangig in de Eerste Kamer. Op verzoek van de indiener is het op 29 november 2011 echter van de plenaire agenda afgevoerd en is de behandeling tot een nader te bepalen tijdstip aangehouden omdat hem nieuwe relevante informatie heeft bereikt.[4]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De indiener van het initiatiefwetsvoorstel had graag gezien dat onderscheid kon worden gemaakt tussen professioneel opererende verenigingen als de ANWB of een omroepvereniging en amateurverenigingen, aangezien de ergernis van de consument ook geldt voor professioneel opererende verenigingen. De indiener acht dit onderscheid echter juridisch onmogelijk te maken aangezien er een veelheid aan verenigingen bestaat in Nederland waarbij de mate van professionaliteit per vereniging verschilt.
  2. Bij een abonnement op een blad zijn de regels waaraan de voorwaarden moeten voldoen dus soepeler (de bescherming van de abonnee is minder) dan bij andere abonnementen: door stilzwijgende verlenging van een tijdelijk abonnement kan de abonnee van een blad steeds weer voor drie maanden aan het abonnement vastzitten in plaats van één maand.
  3. Bij een abonnement op een blad dat minstens eenmaal per maand verschijnt zijn de regels hier dus hetzelfde als bij andere abonnementen: na stilzwijgende omzetting van een tijdelijk abonnement in één voor onbepaalde tijd is de opzegtermijn ten hoogste een maand.
  4. Voorstel van wet van het lid Van Dam tot herstel van een mogelijk wetstechnisch gebrek met betrekking tot het overgangsrecht in de Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten) (Stb. 2010, 789), stand van zaken
Icoontje WikiWoordenboek Zoek abonnement op in het WikiWoordenboek.