Aloë vera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aloë vera
Rode bloeiwijze
Rode bloeiwijze
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Asphodelaceae (Affodilfamilie)
Geslacht: Aloe (Aloë)
Soort
Aloe vera
(L.) Burm.f. (1768)
Aloë vera
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Aloë vera (Aloe vera) is een succulent uit de affodilfamilie (Asphodelaceae). De plant heeft een korte, houtige stam van 30-50 cm hoog, die aan de basis uitlopers vormt of zich vertakt. De bladeren staan vaak opeengedrongen. Ze zijn blauwgroen, zeer succulent, 40-50 cm lang en aan de basis 7-8 cm breed, waarna ze zich versmallen tot een punt. Aan de onderkant zijn de bladeren afgerond en ze hebben aan de randen uit elkaar staande, driehoekige, bleekgroene, hoornachtige tanden.

De trossige bloeiwijze kan tot 90 cm lang worden. Er bestaan vormen met rode en met gele bloeiwijzen. De jonge, ongeopende bloemen staan naar boven gericht. De oudere bloemen staan met hun cilindrisch–gebogen en vergroeide bloembuizen naar beneden, waardoor de bloeiwijze een piramideachtige vorm krijgt. In de slanke bloembuis zitten zes meeldraden verborgen. Het vruchtbeginsel bestaat uit drie vruchtbladen en groeit uit tot een doosvrucht.

Aloë vera komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Arabisch Schiereiland. Tegenwoordig komt hij onder andere ook voor in het Middellandse Zeegebied, Indonesië, De Nederlandse Antillen en West-Indië. In Barbados en Mexico bevinden zich vele kwekerijen van deze plant.

Het plantensap kan worden gebruikt als wondmiddel en tegen zonnebrand. Het wordt veel in cosmetica verwerkt. De winning vindt plaats door de bladeren af te snijden en het hieruit druppelende sap te verzamelen en in de lucht te laten drogen.

Gele bloeiwijze
bladrand met tanden