Antoon Thiry
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Antoon Frans Thiry (Leuven, 8 september 1888 - Antwerpen, 13 juli 1954) was een Vlaams schrijver.
In 1911 debuteerde hij met het samen met Felix Timmermans geschreven Begijnhofsproken. In 1918 verhuisde hij naar Tiel in Gelderland, waar hij leraar en bibliothecaris was en tot zijn terugkeer naar Vlaanderen in 1930 twaalf romans schreef. Na zijn terugkeer woonde hij in Antwerpen en Mortsel en schreef tot en met 1949 nog negen romans, waaronder Gasten in 't huis ten halve en Ach, de kleine stad.
[bewerken] Bibliografie
- Begijnhofsproken (1911, samen met Felix Timmermans)
- Het schoone jaar van Carolus (1920)
- Pauwke's vagevuur (1922)
- De droomer (1924)
- Het hofken van Oliveten en 7 andere verhalen (1924)
- Onder Sinte Gommarus' wake (1924)
- Meester Vindevogel (1924)
- Mijnheer Pastoor en zijn vogelenparochie (1925)
- De vader (1926)
- Baziel's uittocht (1927)
- Mijnheer van Geertrui zijn Kerstnacht (1927)
- Van vier pelgrims (1928)
- De izegrim (1929)
- Kiroeme ! Kiroeme ! Menschkens keert eens om (1930)
- De president van 't Vliegend Wiel (1930)
- De drie uit Sinte Gerardus Majella en hun vrouw (1931)
- De hoorn schalt (1932)
- Domien en zijn zoon (1932)
- Gasten in 't huis ten halve (1932)
- Vikingers (1932)
- De zevenslager (1934)
- Ach ! De kleine stad (1936)
- Voghelen in der muyte (1949)
[bewerken] Externe link
- Profiel bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- Profiel bij Vlaamse Schrijvers