Apollovlinder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Apollovlinder
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996)
Apollowik.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Papilionidae (Pages)
Geslacht: Parnassius
Soort
Parnassius apollo
(Linnaeus, 1758)
Parnassius apollo - Roter Apollo.jpg
Afbeeldingen Apollovlinder op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Apollovlinder op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De apollovlinder (Parnassius apollo) is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).

Kenmerken[bewerken]

De vleugel varieert in lengte tussen de 3,4 en 4,0 cm.[2] De achtervleugel is meestal afgerond. De achtervleugels dragen aan de bovenzijde meestal twee, aan de onderzijde meerdere ronde rode vlekken. Hiernaast hebben zowel de voor- als achtervleugels donkere vlekken. De voorvleugels verschillen van die van Parnassius phoebus doordat ze niet gelig getint zijn, en geen rode vlekken hebben.[3] De toppen van de voorvleugels zijn iets doorzichtig.

De rupsen zijn ongeveer 5 centimeter lang, zwart met kort stekeltjeshaar en langs beide zijkanten een rij oranjerode, soms gele vlekjes.[3]

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voornamelijk voor in bergachtige gebieden in Europa en delen van Midden-Azië.

Levenscyclus[bewerken]

De waardplant van de rupsen is wit vetkruid (Sedum album).[4] Ook op Huislook[5] en Sedum telephium, (deze laatste vooral in Scandinavië[6]) kunnen de rupsen worden aangetroffen.

De vliegtijd is van mei tot en met september. De levensduur bedraagt 2 à 3 weken.

Als vlinder bezoeken de dieren niet alleen de bloemen van het wit vetkruid, maar hebben zij een voorkeur voor de rode en violette bloemen van distels (bijvoorbeeld Carduus nutans), centauriesoorten als knoopkruid en Origanum vulgare.[7] De vlinder zit graag op bloemen en stenen te zonnen.[5]

Ze overwintert als ei.

Op de foto rechtsboven worden twee vlinders in copula afgebeeld, na paring worden vrouwtjes geplugd zodat ze niet opnieuw kunnen paren.

Ondersoorten[bewerken]

Deze vlinder is bijzonder variabel in uiterlijk. Er worden verschillende ondersoorten onderscheiden:[7]

Verspreiding[bewerken]

In de bergen vliegt de vlinder tussen de 1000 en 2400 meter hoogte en geeft de voorkeur aan steile zonnige hellingen.

Zijn verspreidingsgebied loopt van het Iberisch Schiereiland over alle Europese gebergten zoals de Karpaten, de Kaukasus de Oeral tot aan het Baikalmeer in het oosten.[7]

In het noorden loopt het verspreidingsgebied tot Fennoscandinavië, de zuidelijke grens bestaat uit de Sierra Nevada, Sicilië en Zuid-Turkije. Ze ontbreekt op de Britse eilanden, in Duitsland komt ze vooral op de steile hellingen in het Moezeldal voor tussen Valwig en Bruttig-Fankel.[7]
Als dwaalgast wordt ze aangetroffen in Nederland en België.[4]

In Finland werd ze als eerste als bedreigd verklaard. In de jaren vijftig nam de populatie daar drastisch af. De reden hiervan is niet met zekerheid bekend, meestal wordt aangenomen dat de oorzaak een ziekte was.[8]

Ze staat vermeld op de rode lijst van het IUCN als bedreigd.[1]

Foto's[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Apollovlinder op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Apollovlinder op Vlindernet
  3. a b (de) Gunther Steinbach u.a., Schmetterlinge erkennen & bestimmen, ISBN 3-576-11457-2
  4. a b Veldgids dagvlinders, door Irma wynhoff, Chris van Swaay en Jan van der Made.
  5. a b Nieuwe insecten gids, Michael Chinery, uitgave Tirion.
  6. Soortenbank.nl.
  7. a b c d Duitstalige Wikipedia.
  8. Engelstalige Wikipedia.