Apollovlinder
| Apollovlinder IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Parnassius apollo (Linnaeus, 1758) |
|||||||||||||
| Afbeeldingen Apollovlinder op |
|||||||||||||
| Apollovlinder op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De apollovlinder (Parnassius apollo) is een dagvlinder uit de familie Papilionidae, de grote pages.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
De vleugel varieert in lengte tussen de 3,4 en 4,0 cm.[2] De achtervleugel is meestal afgerond. De achtervleugels dragen aan de bovenzijde meestal twee, aan de onderzijde meerdere ronde rode vlekken. Hiernaast hebben zowel de voor- als achtervleugels donkere vlekken. De voorvleugels verschillen van parnassius phoebus doordat ze niet gelig getint is, en geen rode vlekken heeft[3].
Wel zijn de toppen van de voorvleugels iets doorzichtig.
De rupsen zijn ongeveer 5 centimeter lang, zwart met kort stekeltjeshaar en langs beide zijkanten een rij oranjerode, soms gele vlekjes.[3]
Levenscyclus [bewerken]
De waardplant van de rupsen is Wit vetkruid (Sedum album).[4] Ook op Huislook[5] en Sedum telephium subsp. telephium, (deze laatste vooral in Scandinavië[6]) kunnen de rupsen worden aangetroffen.
De vliegtijd is van mei tot en met september. De levensduur bedraagt 2 à 3 weken.
Als vlinder bezoeken de dieren niet alleen de bloemen van het wit vetkruid, maar hebben zij een voorkeur voor de rode en violette bloemen van distels (bijvoorbeeld Carduus nutans), centauriesoorten als knoopkruid en origanum vulgare.[7] De vlinder zit graag op bloemen en stenen te zonnen.[5]
Ze overwintert als ei.
Op de foto rechtsboven worden twee vlinders in copula afgebeeld, na paring worden vrouwtjes geplugd zodat ze niet opnieuw kunnen paren.
Ondersoorten [bewerken]
Deze vlinder is bijzonder variabel in uiterlijk. Dit is ook de aanleiding dat verschillende ondersoorten onderkend zijn:[7]
- Parnassius apollo nevadensis Oberthür, Sierra Nevada
- Parnassius apollo filabricus de Sagarra, Sierra de los Filabres
- Parnassius apollo gadorensis Rougeot & Capdeville, Sierra de Gádor
- Parnassius apollo hispanicus Oberthür, Spanje
- Parnassius apollo rhodopensis Markovic, Griekenland en de zuidelijke Balkan
- Parnassius apollo vinningensis (Moselapollo) Stichel 1899, Moezel, Duitsland
Verspreiding [bewerken]
In de bergen vliegt de vlinder tussen de 1000 en 2400 meter hoogte en geeft de voorkeur aan steile zonnige hellingen.
Zijn verspreidingsgebied loopt van het Iberisch Schiereiland over alle Europese gebergten zoals de Karpaten, de Kaukasus de Oeral tot aan het Baikalmeer in het oosten.[7]
In het noorden loopt het verspreidingsgebied tot Fennoscandinavië, de zuidelijke grens bestaat uit de Sierra Nevada, Sicilië en Zuid-Turkije. Ze ontbreekt op de Britse eilanden, in Duitsland komt ze vooral op de steile hellingen in het Moezeldal voor tussen Valwig en Bruttig-Fankel.[7]
Als dwaalgast wordt ze aangetroffen in Nederland en België.[4]
In Finland werd ze als eerste als bedreigd verklaard. In de jaren vijftig nam de populatie daar drastisch af. De reden hiervan is niet met zekerheid bekend, meestal wordt aangenomen dat de oorzaak een ziekte was.[8]
Ze staat vermeld op de rode lijst van het IUCN als bedreigd.[1]
Foto's [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|