Ariërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De term Ariërs werd oorspronkelijk gebruikt als aanduiding voor de Iraanse volkeren en later ook de Noord-Indiërs (Indo-Ariërs), en voor de ruimere etnische groep waartoe deze volken behoren. De Ariërs staan synoniem voor de Indo-Iraans sprekende Indo-Iraniërs. Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt vooral in de Westerse wereld dit synoniem gebruikt.

Inhoud

[bewerken] Etymologie

De naam "Ariër" (Sanskriet: आर्यन) is ontleend aan het Sanskriet, Pali en Avestisch voor edel of de spirituele. Het komt van de Sanskriete en Avestische term "ārya-", de verlengde vorm "aryāna-", "ari-" en/of "arya-", waar de naam "Iran" van afgeleid is.

[bewerken] Arische ras

Zie Arische ras voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Europa is de term Ariër een negentiende-eeuwse aanduiding voor de Indo-Germanen die enige duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling Europa vanuit het oosten bevolkten. De term groeide uit tot een racistische aanduiding waarop in de twintigste eeuw de nazi's hun rassenleer baseerden.

Het begrip "Arische ras" stamt uit de 19e-eeuwse rassenleer.

[bewerken] Geschiedenis

Ariërs hebben zich ruim 5000 jaar geleden gevestigd in het huidige Iran en omstreken, en later ook in de noordelijke helft van het Indisch Subcontinent. Ook een deel van de Afghanen uit Afghanistan die vooral in het noorden en westen van het land wonen behoren tot de Ariërs. Vooral in Mazar-e Sharif, Herat, Kabul en Badakhshan. Darius de Grote (koning van Perzië) noemt in een van zijn inscripties zijn dynastie Arisch van afkomst.

[bewerken] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken