Aridisol
| Bodemtype |
|---|
| World Reference Base for Soil Resources |
|
Acrisol | Albeluvisol | Alisol | Andosol | Anthrosol | Arenosol | Calcisol | Cambisol | Chernozem | Cryosol | Durisol | Ferralsol | Fluvisol | Gleysol | Gypsisol | Histosol |Kastanozem | Leptosol | Lixisol | Luvisol | Nitisol | Phaeozem | Planosol | Plinthosol | Podzol | Regosol | Solonchak | Solonetz | Stagnosol | Technosol | Umbrisol | Vertisol |
| USDA Soil Taxonomy |
|
Alfisol | Andisol | Aridisol | Entisol | Gelisol | Histosol | Inceptisol | Mollisol | Oxisol | Spodosol | Ultisol | Vertisol |
| Nederlandse bodemclassificatie |
|
Veengronden | Podzolgronden | Brikgronden | Eerdgronden | Vaaggronden |
Een aridisol is één van de 12 bodemtypes in de Amerikaanse bodemclassficatie (USDA Soil Taxonomy) [1]. Het zijn bodems die zijn gevormd in een aride of semi-aride klimaat. Watertekort en een hoge concentratie zouten zijn in deze bodems belangrijke factoren. Door de beperkte uitspoeling in het profiel komen er horizonten voor met een accumulatie van onder andere SiO2, natriumzouten, CaCO3 en gips. Deze horizonten kunnen ook irreversibel zijn verhard tot een hardpan. Aridisolen komen voor in woestijnen en droge gebieden met een spaarzame droogte-resistente vegetatie.
In de FAO World Reference Base for Soil Resources komen de Aridisolen overeen met onder meer Solonchaks, Durisolen en Gypsisolen.
Referenties
|