Arleigh Burkeklasse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
Arleigh Burkeklasse
Vlag
USS Barry (DDG-52)
USS Barry (DDG-52)
Geschiedenis
Kiellegging 6 december 1988
Tewaterlating 16 september 1989
In dienst gesteld 4 juli 1991
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 8.315 - 9.200 ton
Afmetingen 154 m × 18 m
Bemanning 323 koppen
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 75 MW
Snelheid < 30 knopen
Bewapening 90 cels Mk41 vertical launch systems
BGM-109 Tomahawk
RGM-84 Harpoon
SM-2 Standard SAM
RIM-162 ESSM SAM (vanaf DDG-79)
RUM-139 Vertical Launch ASROC
5 inch Mk-45 kanon
twee 20 mm Phalanx CIWS
twee drieloops torpedobuizen
Portaal  Portaalicoon   Marine

De Arleigh Burkeklasse is een klasse van torpedobootjagers van de Amerikaanse marine. De schepen zijn gebouwd rondom het Aegis sensor- en commandosysteem en de SPY-1 multi-functionele phased array radar. Het eerste schip werd op 4 juli 1991 indienstgesteld. Sinds de uitdienststelling van de laatste torpedobootjager van de Spruanceklasse, Cushing, op 21 september 2005, is de Arleigh Burkeklasse de enige klasse geleidewapenjagers van de United States Navy.

De klasse is genoemd naar Admiraal Arleigh "31-Knot" Burke, een officier die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft onderscheiden als commandant van een groep torpedobootjagers. Admiraal Burke leefde nog toen het eerste schip van de klasse in dienst werd gesteld. Tijdens de indienststellingsceremonie sprak hij tot de bemanning: "This ship is built to fight, you had better know how." ("Dit schip is gebouwd voor de strijd, zorg dat je weet hoe je moet strijden.")[1]

De Japanese Maritime Self-Defense Force (Japanse Maritieme Zelfverdeding) heeft vier gemodificeerde Flight I schepen in dienst, de Kongoklasse. Rond 2010 zullen er nog drie in dienst worden gesteld, maar dan volgens het Flight IIA ontwerp.

Eigenschappen[bewerken]

De schepen van de Arleigh Burkeklasse zijn de grootste en best bewapende geleidewapenjagers die voor de US Navy zijn gebouwd. Deze jagers zijn groter en zwaarder bewapend dan menige kruiser uit bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog. De grotere schepen van de Ticonderogaklasse werden gebouwd volgens hetzelfde ontwerp als de Spruance-klasse, maar aangeduid als kruisers. In tegenstelling tot hetgeen tot nog toe gebruikelijk was, is de Arleigh Burkeklasse geheel van staal gebouwd. Voorheen werden de meeste Amerikaanse marineschepen gebouwd met een stalen romp en was de bovenbouw van aluminium. De aanleiding tot dit besluit was de brand aan boord van USS Belknap in 1975 waarbij de bovenbouw bijna wegsmolt, en een analyse van de averij van de Britse schepen tijdens de Falklandoorlog.

De schepen van de Arleigh Burkeklasse zijn de eerste Amerikaanse oorlogsschepen die zijn ontworpen met een luchtfiltersysteem tegen nucleaire, biologische en chemische aanvallen.

Ontwikkeling[bewerken]

In 1980 gaf de Amerikaanse marine aan zeven scheepswerven de opdracht een ontwerp te maken voor een nieuwe klasse geleidewapenjagers. In 1983 waren er nog drie scheepswerven overgebleven die kans maakten op de bouwopdracht: Bath Iron Works, Todd Shipyards en Ingalls Shipbuilding. Op 3 april 1985 werd met Bath Iron Works een contract getekend van $ 321,9 miljoen voor de bouw van het eerste schip , Arleigh Burke. De totale kosten van het eerste schip kwamen uit op $ 1,1 miljard, waarbij de overige $ 778 miljoen voor de bewapening waren.

De schepen van de tweede serie, "Flight IIA", zijn van een aangepast ontwerp, wat sommigen ertoe bracht deze eenheden aan te duiden als de "Oscar Austinklasse" , naar het eerste Flight IIA schip, Oscar Austin. De aanpassingen van het ontwerp bevatten onder meer de toevoeging van een dubbele hangar voor onderzeebootbestrijdingshelikopters en een nieuw, langer 5 inch kanon (vanaf de Winston S. Churchill). Vanaf de Mustin zijn de schepen voorzien van een gemodificeerde schoorsteen die is geïntegreerd in de bovenbouw, zodat het schip moeilijker is te detecteren door radar. Ook heeft de "Flight IIA" geen TACTAS sleepsonar meer. De eenheden vanaf The Sullivans (DDG-68) tot en met Bulkeley (DDG-84) zijn voorzien van het AN/SLQ-32 (V3) systeem voor elektronische oorlogvoering. De overige eenheden zijn uitgerust met het AN/SLQ-32 (V5) systeem. Het V3-systeem is in staat tot actieve elektronische oorlogvoering, terwijl het V5-systeem alleen geschikt is voor passieve elektronische oorlogvoering.

Operationele geschiedenis[bewerken]

Een Arleigh Burkeklasse schip heeft door vijandelijke acties averij opgelopen: Cole liep ernstige averij op door een aanslag van twee zelfmoordenaars in oktober 2000 in Aden, Jemen. Het schip werd gerepareerd en kwam in 2001 weer in dienst.

Lijst van schepen[bewerken]

 Naam   Boegnummer   Scheepswerf   Tewaterlating   Indienststelling   Thuishaven   Status 
Flight I
Arleigh Burke[2] DDG-51 Bath Iron Works 16 september 1989 4 juli 1991 Norfolk In dienst
Barry[3] DDG-52 Ingalls Shipbuilding 8 juni 1991 12 december 1992 Norfolk In dienst
John Paul Jones[4] DDG-53 Bath Iron Works 26 oktober 1991 18 december 1993 San Diego In dienst
Curtis Wilbur[5] DDG-54 Bath Iron Works 16 mei 1992 19 maart 1994 Yokosuka (Japan) In dienst
Stout[6] DDG-55 Ingalls Shipbuilding 16 oktober 1992 13 augustus 1994 Norfolk In dienst
John S. McCain[7] DDG-56 Bath Iron Works 26 september 1992 2 juli 1994 Yokosuka (Japan) In dienst
Mitscher[8] DDG-57 Ingalls Shipbuilding 7 mei 1993 10 december 1994 Norfolk In dienst
Laboon[9] DDG-58 Bath Iron Works 20 februari 1993 18 maart 1995 Norfolk In dienst
Russell[10] DDG-59 Ingalls Shipbuilding 20 oktober 1993 20 mei 1995 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Paul Hamilton[11] DDG-60 Bath Iron Works 24 juli 1993 27 mei 1995 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Ramage[12] DDG-61 Ingalls Shipbuilding 11 februari 1994 22 juli 1995 Norfolk In dienst
Fitzgerald[13] DDG-62 Bath Iron Works 29 januari 1994 14 oktober 1995 Yokosuka (Japan) In dienst
Stethem[14] DDG-63 Ingalls Shipbuilding 17 juli 1994 21 oktober 1995 Yokosuka (Japan) In dienst
Carney[15] DDG-64 Bath Iron Works 23 juli 1994 13 april 1996 Mayport In dienst
Benfold[16] DDG-65 Ingalls Shipbuilding 9 november 1994 30 maart 1996 San Diego In dienst
Gonzalez[17] DDG-66 Bath Iron Works 18 februari 1995 12 oktober 1996 Norfolk In dienst
Cole[18] DDG-67 Ingalls Shipbuilding 10 februari 1995 8 juni 1996 Norfolk In dienst
The Sullivans[19] DDG-68 Bath Iron Works 12 augustus 1995 19 april 1997 Mayport In dienst
Milius[20] DDG-69 Ingalls Shipbuilding 1 augustus 1995 23 november 1996 San Diego In dienst
Hopper[21] DDG-70 Bath Iron Works 6 januari 1996 6 september 1997 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Ross[22] DDG-71 Ingalls Shipbuilding 22 maart 1996 28 juni 1997 Norfolk In dienst
Flight II
Mahan[23] DDG-72 Bath Iron Works 29 juni 1996 2 februari 1998 Norfolk In dienst
Decatur[24] DDG-73 Bath Iron Works 10 november 1996 29 augustus 1998 San Diego In dienst
McFaul[25] DDG-74 Ingalls Shipbuilding 18 januari 1997 25 april 1998 Norfolk In dienst
Donald Cook[26] DDG-75 Bath Iron Works 3 mei 1997 4 december 1998 Norfolk In dienst
Higgins[27] DDG-76 Bath Iron Works 4 oktober 1997 24 april 1999 San Diego In dienst
O'Kane[28] DDG-77 Bath Iron Works 28 maart 1998 23 oktober 1999 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Porter[29] DDG-78 Ingalls Shipbuilding 12 november 1997 20 maart 1999 Norfolk In dienst
Flight IIA: variant met 5"/54-kanon’’’
Oscar Austin[30] DDG-79 Bath Iron Works 7 november 1998 19 augustus 2000 Norfolk In dienst
Roosevelt[31] DDG-80 Ingalls Shipbuilding 10 januari 1999 14 oktober 2000 Mayport In dienst
Flight IIA: variant met 5"/62-kanon’’’
Winston S. Churchill[32] DDG-81 Bath Iron Works 17 april 1999 10 maart 2001 Norfolk In dienst
Lassen[33] DDG-82 Ingalls Shipbuilding 16 oktober 1999 21 april 2001 Yokosuka (Japan) In dienst
Howard[34] DDG-83 Bath Iron Works 20 november 1999 20 oktober 2001 San Diego In dienst
Bulkeley[35] DDG-84 Ingalls Shipbuilding 21 juni 2000 8 december 2001 Norfolk In dienst
Flight IIA: variant met 5"/62-kanon, zonder 20 mm CIWS[36]
McCampbell[37] DDG-85 Bath Iron Works 2 juli 2000 17 augustus 2002 Yokosuka (Japan) In dienst
Shoup[38] DDG-86 Ingalls Shipbuilding 22 november 2000 22 juni 2002 Everett, Washington In dienst
Mason[39] DDG-87 Bath Iron Works 23 juni 2001 12 april 2003 Norfolk In dienst
Preble[40] DDG-88 Ingalls Shipbuilding 1 juni 2001 9 november 2002 San Diego In dienst
Mustin[41] DDG-89 Ingalls Shipbuilding 12 december 2001 26 juli 2003 Yokosuka (Japan) In dienst
Chafee[42] DDG-90 Bath Iron Works 2 november 2002 18 oktober 2003 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Pinckney[43] DDG-91 Ingalls Shipbuilding 26 juni 2002 29 mei 2004 San Diego In dienst
Momsen[44] DDG-92 Bath Iron Works 19 juli 2003 28 augustus 2004 Everett, Washington In dienst
Chung-Hoon[45] DDG-93 Ingalls Shipbuilding 15 december 2002 18 september 2004 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
Nitze[46] DDG-94 Bath Iron Works 3 april 2004 5 maart 2005 Norfolk In dienst
James E. Williams[47] DDG-95 Ingalls Shipbuilding 25 juni 2003 11 december 2004 Norfolk In dienst
Bainbridge[48] DDG-96 Bath Iron Works 13 november 2004 12 november 2005 Norfolk In dienst
Halsey[49] DDG-97 Ingalls Shipbuilding 9 januari 2004 30 juli 2005 San Diego In dienst
Forrest Sherman[50] DDG-98 Ingalls Shipbuilding 2 oktober 2004 28 januari 2006 Norfolk In dienst
Farragut[51] DDG-99 Bath Iron Works 23 juli 2005 10 juni 2006 Mayport In dienst
Kidd[52] DDG-100 Ingalls Shipbuilding 22 januari 2005 9 juni 2007 San Diego In dienst
Gridley[53] DDG-101 Bath Iron Works 28 december 2005 10 februari 2007 San Diego In dienst
Sampson[54] DDG-102 Bath Iron Works 16 september 2006 3 november 2007 San Diego In dienst
Truxtun[55] DDG-103 Ingalls Shipbuilding 2 juni 2007 25 april 2009 Norfolk In dienst
Sterett[56] DDG-104 Bath Iron Works 19 mei 2007 9 augustus 2008 San Diego In dienst
Dewey[57] DDG-105 Ingalls Shipbuilding 26 januari 2008 6 maart 2010 San Diego In dienst
Stockdale[58] DDG-106 Bath Iron Works 10 mei 2008 18 april 2009 San Diego In dienst
Gravely[59] DDG-107 Ingalls Shipbuilding 30 maart 2009 20 november 2010 Norfolk In dienst
Wayne E. Meyer[60] DDG-108 Bath Iron Works 18 oktober 2008 10 oktober 2009 San Diego In dienst
Jason Dunham[61] DDG-109 Bath Iron Works 1 augustus 2009 13 november 2010 Norfolk In dienst
William P. Lawrence[62] DDG-110 Ingalls Shipbuilding 15 december 2009 4 juni 2011 San Diego In dienst
Spruance[63] DDG-111 Bath Iron Works 6 juni 2010 1 oktober 2011 San Diego In dienst
Michael Murphy[64] DDG-112 Bath Iron Works 7 mei 2011 4 mei 2012 Pearl Harbor (Hawaï) In dienst
John Finn[65] DDG-113 Ingalls Shipbuilding In ontwikkeling
Ralph Johnson[66] DDG-114 Ingalls Shipbuilding In ontwikkeling
Rafael Peralta[67] DDG-115 Bath Iron Works In ontwikkeling
Thomas Hudner[68] DDG-116 Bath Iron Works In ontwikkeling
Paul Ignatius[69] DDG-117 Bath Iron Works In ontwikkeling
Daniel Inouye[70] DDG-118 Bath Iron Works In ontwikkeling


Bronnen, noten en/of referenties
  1. ADM Arleigh "31-knot" Burke dies, United States Navy, 2 januari 1996.
  2. DDG-51 in het Naval Vessel Register
  3. DDG-52 in het Naval Vessel Register
  4. DDG-53 in het Naval Vessel Register
  5. DDG-54 in het Naval Vessel Register
  6. DDG-55 in het Naval Vessel Register
  7. DDG-56 in het Naval Vessel Register
  8. DDG-57 in het Naval Vessel Register
  9. DDG-58 in het Naval Vessel Register
  10. DDG-59 in het Naval Vessel Register
  11. DDG-60 in het Naval Vessel Register
  12. DDG-61 in het Naval Vessel Register
  13. DDG-62 in het Naval Vessel Register
  14. DDG-63 in het Naval Vessel Register
  15. DDG-64 in het Naval Vessel Register
  16. DDG-65 in het Naval Vessel Register
  17. DDG-66 in het Naval Vessel Register
  18. DDG-67 in het Naval Vessel Register
  19. DDG-68 in het Naval Vessel Register
  20. DDG-69 in het Naval Vessel Register
  21. DDG-70 in het Naval Vessel Register
  22. DDG-71 in het Naval Vessel Register
  23. DDG-72 in het Naval Vessel Register
  24. DDG-73 in het Naval Vessel Register
  25. DDG-74 in het Naval Vessel Register
  26. DDG-75 in het Naval Vessel Register
  27. DDG-76 in het Naval Vessel Register
  28. DDG-77 in het Naval Vessel Register
  29. DDG-78 in het Naval Vessel Register
  30. DDG-79 in het Naval Vessel Register
  31. DDG-80 in het Naval Vessel Register
  32. DDG-81 in het Naval Vessel Register
  33. DDG-82 in het Naval Vessel Register
  34. DDG-83 in het Naval Vessel Register
  35. DDG-84 in het Naval Vessel Register
  36. DDG-88 en DDG-89 hebben een Phalanx CIWS gekregen na indienststelling
  37. DDG-85 in het Naval Vessel Register
  38. DDG-86 in het Naval Vessel Register
  39. DDG-87 in het Naval Vessel Register
  40. DDG-88 in het Naval Vessel Register
  41. DDG-89 in het Naval Vessel Register
  42. DDG-90 in het Naval Vessel Register
  43. DDG-91 in het Naval Vessel Register
  44. DDG-92 in het Naval Vessel Register
  45. DDG-93 in het Naval Vessel Register
  46. DDG-94 in het Naval Vessel Register
  47. DDG-95 in het Naval Vessel Register
  48. DDG-96 in het Naval Vessel Register
  49. DDG-97 in het Naval Vessel Register
  50. DDG-98 in het Naval Vessel Register
  51. DDG-99 in het Naval Vessel Register
  52. DDG-100 in het Naval Vessel Register
  53. DDG-101 in het Naval Vessel Register
  54. DDG-102 in het Naval Vessel Register
  55. DDG-103 in het Naval Vessel Register
  56. DDG-104 in het Naval Vessel Register
  57. DDG-105 in het Naval Vessel Register
  58. DDG-106 in het Naval Vessel Register
  59. DDG-107 in het Naval Vessel Register
  60. DDG-108 in het Naval Vessel Register
  61. DDG-109 in het Naval Vessel Register
  62. DDG-110 in het Naval Vessel Register
  63. DDG-111 in het Naval Vessel Register
  64. DDG-112 in het Naval Vessel Register
  65. DDG-113 in het Naval Vessel Register
  66. DDG-114 in het Naval Vessel Register
  67. DDG-115 in het Naval Vessel Register
  68. DDG-116 in het Naval Vessel Register
  69. DDG-117 in het Naval Vessel Register
  70. DDG-118 in het Naval Vessel Register