Artrose
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts |
| Artrose | |
|
|
|
| ICD-10 | M15-M19, M47 |
| ICD-9 | 721 |
| OMIM | 165720 |
| DiseasesDB | 9313 |
| MedlinePlus | 000423 |
| eMedicine | med/1682 orthoped/427 pmr/93 radio/492 |
|
|
|
Artrose is in de geneeskunde de naam van een aandoening aan het kraakbeen in gewrichten. Artrose wordt in de volksmond ook wel gewrichtsslijtage genoemd. Artrose ontstaat doordat er meer gewrichtkraakbeen verloren gaat dan er door het lichaam geproduceerd kan worden[1]. Het kraakbeen verslechtert en soms verdwijnt het helemaal. Bij artrose vermindert ook de vloeistof in het gewricht. Deze vloeistof, synoviale vloeistof geheten, is nodig om het gewricht soepel te laten draaien en om schokken te absorberen[2]. Door slijtage van gewrichtkraakbeen en een vermindering van de schokabsorberende vloeistof in de gewrichten kunnen botten over elkaar schuren, wat veel pijn veroorzaakt. Artrose komt voornamelijk voor in de gewrichten van de handen, knieën, schouders, nek en heupen.
In 2000 kwam in Nederland bij ongeveer 257.400 personen boven de 55 jaar artrose van de heup voor. Artrose van de knie kwam in Nederland voor bij ongeveer 335.700 personen boven de 55 jaar. het RIVM verwacht dat het aantal personen met artrose tussen 2000 en 2020 met circa 38% zal toenemen[3].
Artrose komt niet alleen bij mensen voor maar ook bij dieren zoals honden[4] en katten[5]. Artrose kwam ook al in de oertijd voor. Er is een dinosaurus gevonden die ook artroseverschijnselen vertoonde[6].
In het Engels wordt artrose osteoarthritis genoemd.
Inhoud |
[bewerk] Klachten en symptomen
Artrose wordt gekenmerkt door pijn tijdens beweging van het aangedane gewricht, en door een stijf of stram gevoel. Het gewricht is vooral stijf na een tijdje niet bewegen, zoals 's ochtends. Verder kunnen ernstig aangedane gewrichten een krakend gevoel geven en kan er bewegingsbeperking ontstaan en soms zelfs een standsverandering. Soms kan hydrops ofwel vochtophoping optreden in het gewricht, als uiting van een ontstekingsreactie. Bij artrose van de handen ontstaan vaak verdikkingen in de PIP- en DIP gewrichten, dit zijn de noduli van Bouchard en Heberden. De basisgewrichten van de duim zijn in de hand vaak het ergst aangetast. Door de pijn wordt de duim minder gebruikt en kan de duimmuis atrofiëren.
[bewerk] Diagnose
Er worden twee vormen van artrose onderscheiden. Artrose zonder aanwijsbare oorzaak wordt primaire of idiopathische artrose genoemd, artrose die veroorzaakt wordt door een onderliggende oorzaak heet secundaire artrose[7]. Artrose die door veroudering wordt veroorzaakt wordt in de de primaire groep ingedeeld, artrose die ontstaat na een ongeluk of door bijvoorbeeld aangeboren scheefstand valt in de groep secundaire artrose.
Artrose wordt gediagnosticeerd op aan de hand van het klinische beeld. Soms wordt een röntgenfoto gemaakt om de diagnose te bevestigen. Op de röntgenfoto is de verminderde kraakbeendikte indirect af te leiden uit het te dicht opeen liggen van de botuiteinden, het kraakbeen zelf is op een röntgenfoto niet te zien. Er zal doorgaans een foto onder belasting worden gemaakt, dus bij artrose aan de knieën zal een foto worden gemaakt van een staande patiënt. Daarnaast kunnen osteofyten ontstaan.
[bewerk] Oorzaken
Artrose kan eigenlijk worden gezien als een normaal proces van de gewrichten bij het ouder worden[8]. Bij toenemende leeftijd, door belasting met het eigen lichaamsgewicht neemt de opbouw van het kraakbeen af en de afbraak toe. Dit heeft tot gevolg dat de gewrichten minder kraakbeen hebben en dat er pijn bij beweging gaat ontstaan. Vaak ontstaan aan de randen van de gewrichtsvlakken botuitsteeksels en -haken. Deze worden osteofyten genoemd. Vaak wordt over artrose gesproken als 'slijtage' van de gewrichten, maar van puur mechanische slijtage zoals men bij machineonderdelen ziet is geen sprake; zowel bot als kraakbeen zijn levende weefsels met cellen die actief betrokken blijven bij het functioneren van het weefsel.
Risicofactoren voor het ontstaan van artrose zijn:
- Chronische belasting. Zoals fysiek zware arbeid, of intensief sporten.
- Overgewicht. Overgewicht speelt een belangrijke rol bij artrose van knieën, heupen en enkels[9].
- Trauma. In beschadigde gewrichten, bijvoorbeeld door sportletsels kan ook eerder artrose ontstaan.
- Erfelijkheid. Artrose treedt bij iedereen in bepaalde mate op, maar de snelheid waarmee dat gebeurt is in een bepaalde mate erfelijk[10][11]. In zeldzame gevallen is vroegtijdige artrose een ziekte die (eenvoudig) dominant overerft[12].
- Ontstekingsreactie. Artrose ontstaat niet alleen door overmatig gebruik van gewrichten of veroudering maar ook door een lichte ontstekingsreactie van het lichaam[13][14]. Deze ontstekingsreactie versnelt de afbraak van gewrichtskraakbeen[15].
Verder worden er onderzoeken verricht naar andere risicofactoren voor de progressie van artrose, zoals een lage vitamine D spiegel[16], een lage vitamine K spiegel[17] en de mogelijke invloed van vrije radicalen[18].
[bewerk] Behandeling
Een genezing voor artrose bestaat niet.
[bewerk] Beweging
Inactiviteit van het aangedane gewricht resulteert in meer stijfheid en meer pijn, bovendien kan atrofie van de betrokken spiergroepen ontstaan. Het wordt dus aangeraden in beweging te blijven. En dan vooral fysieke activiteiten met een lage explosiviteit en dus een lage piekbelasting van het aangedane gewricht. Bijvoorbeeld wandelen of fietsen bij artrose van een heup of knie. Bij ernstige stijfheid, bewegingsbeperking of spieratrofie kan fysiotherapie zinvol zijn. Hierbij zal dan vooral bewegingstherapie een rol moeten spelen.
[bewerk] Geneesmiddelen
Deze bestaat uit pijnbestrijding. Doorgaans wordt eerst met paracetamol begonnen, tot een maximumdosering van 6 tabletten per dag voor volwassenen. Komt men daarmee niet uit dan kan een NSAID worden gegeven, zoals ibuprofen of diclofenac. Daarnaast worden NSAID's ook gegeven vanwege de ontstekingsremmende werking als sprake is van irritatie van het gewricht. Die gewrichtsirritatie uit zich in hydrops en roodheid.
[bewerk] Operatie
Bij een aantal gewrichten is het inmiddels mogelijk een ernstig aangetast gewricht dat veel pijnklachten geeft te vervangen door een kunstgewricht. Dit gebeurt vooral bij de knie en de heup. De slaagkans van een dergelijke operatie is zeer groot (in de orde van 99%) maar de complicaties, die gelukkig zelden voorkomen, kunnen ook ernstig zijn.
[bewerk] Voedingssupplementen
Glucosamine heeft mogelijk effect op de pijnbeleving bij artrose, daarnaast remt glucosamine mogelijk de voortgang van artrose van de knie.[19]. Het is sinds 2005 in Nederland geregistreerd als niet-receptplichtig geneesmiddel ter verlichting van de pijnklachten bij artrose van de knie, dit ondanks de zwakke bewijsvoering[20]. Er treden zelden bijwerkingen op bij gebruik van glucosamine. Zie ook het lemma glucosamine.
[bewerk] Externe link
[bewerk] Referenties
- ^ Malemud CJ, Islam N, Haqqi TM. Pathophysiological mechanisms in osteoarthritis lead to novel therapeutic strategies. Cells Tissues Organs. 2003;174(1-2):34-48. PMID 12784040
- ^ Moskowitz RW, Kelly MA, Lewallen DG. Understanding osteoarthritis of the knee--causes and effects. Am J Orthop. 2004 Feb;33(2 Suppl):5-9. PMID 15005294
- ^ Artrose Kort en bondig RIVM: Nationaal Kompas Volksgezondheid
- ^ Aragon CL, Hofmeister EH, Budsberg SC. Aragon CL, Hofmeister EH, Budsberg SC. J Am Vet Med Assoc. 2007 Feb 15;230(4):514-21. PMID 17302547
- ^ Godfrey DR.. Osteoarthritis in cats: a retrospective radiological study. J Small Anim Pract. 2005 Sep;46(9):425-9. PMID 16167592
- ^ D'Anastasio R, Capasso L. Post-microtraumatic cervical osteoarthritis in a cretaceus dinosaur. Reumatismo. 2004 Apr-Jun;56(2):124-8. PMID 15309222
- ^ Altman RD. Criteria for the classification of osteoarthritis of the knee and hip. Scand J Rheumatol Suppl. 1987;65:31-9. PMID 3317807
- ^ Martin JA, Buckwalter JA. Aging, articular cartilage chondrocyte senescence and osteoarthritis. Biogerontology. 2002;3(5):257-64. PMID 12237562
- ^ Powell A, Teichtahl AJ, Wluka AE, Cicuttini FM. Obesity: a preventable risk factor for large joint osteoarthritis which may act through biomechanical factors. Br J Sports Med. 2005 Jan;39(1):4-5. PMID 15618330
- ^ Zhai G, Hart DJ, Kato BS, MacGregor A, Spector TD. Genetic influence on the progression of radiographic knee osteoarthritis: a longitudinal twin study. Osteoarthritis Cartilage. 2007 Feb;15(2):222-5. PMID 17045816
- ^ Riyazi N, Rosendaal FR, Slagboom E, Kroon HM, Breedveld FC, Kloppenburg M Osteoarthritis Cartilage. Risk factors in familial osteoarthritis: the GARP sibling study. 2008 Jan 14. PMID 18226556
- ^ Bijvoorbeeld: Meulenbelt I, Min JL, van Duijn CM, Kloppenburg M, Breedveld FC, Slagboom PE. Strong linkage on 2q33.3 to familial early-onset generalized osteoarthritis and a consideration of two positional candidate genes. Eur J Hum Genet. 2006 Dec;14(12):1280-7. PMID 16912703
- ^ Fernandes JC, Martel-Pelletier J, Pelletier JP. The role of cytokines in osteoarthritis pathophysiology Biorheology. 2002;39(1-2):237-46. PMID 12082286
- ^ Brooks P. Inflammation as an important feature of osteoarthritis Bull World Health Organ. 2003;81(9):689-90. Epub 2003 Nov 14. PMID 14710513
- ^ Laadhar L, Zitouni M, Kalle-Sellami M, Mahjoub M, Sellami S, Makni S.. Physiopathology of osteoarthritis. From normal cartilage to osteoarthritic cartilage: risk factors and inflammatory mechanisms Rev Med Interne. 2007 Aug;28(8):531-6. Epub 2007 Feb 7. PMID 17316922
- ^ McAlindon TE, Felson DT, Zhang Y, Hannan MT, Aliabadi P, Weissman B, Rush D, Wilson PW, Jacques P. Relation of dietary intake and serum levels of vitamin D to progression of osteoarthritis of the knee among participants in the Framingham Study. Ann Intern Med. 1996 Sep 1;125(5):353-9. PMID 8702085
- ^ Neogi T, Booth SL, Zhang YQ, Jacques PF, Terkeltaub R, Aliabadi P, Felson DT. Low vitamin K status is associated with osteoarthritis in the hand and knee. Arthritis Rheum. 2006 Apr;54(4):1255-61. PMID 16572460
- ^ Yudoh K, Nguyen T, Nakamura H, Hongo-Masuko K, Kato T, Nishioka K. Potential involvement of oxidative stress in cartilage senescence and development of osteoarthritis: oxidative stress induces chondrocyte telomere instability and downregulation of chondrocyte function. Arthritis Res Ther. 2005;7(2):R380-91. Epub 2005 Jan 26. PMID 15743486
- ^ Glucosamine-Cochrane-review 2006
- ^ 22 september 2005 - Glucosamine (Glucosamine Pharma Nord®) geregistreerd 'ter verlichting van symptomen van artrose van de knie'

