Bijbelonderzoekers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles Taze Russell

De beweging van de Bijbelonderzoekers is de naam van de millennialistische,[1] restaurationistische sekte die is ontstaan uit de leer en bediening van Charles Taze Russell. De oorspronkelijke, officiële naam van de beweging is International Bible Students Association,[2] maar de leden van de beweging hebben ook naar zichzelf verwezen als Bible Students, International Bible Students, Associated Bible Students of Independent Bible Students. In de periode 1909 en 1932 vond een aantal schisma's plaats binnen de gemeenten van Watch Tower Society (Wachttorengenootschap) in de Verenigde Staten.[3] De opeenvolgende schisma's leidden tot diverse afsplitsingen, zoals de Ernstige Bijbelonderzoekers en de Vrije Bijbelonderzoekers en het hernoemen van de grootste resterende beweging tot Jehova's getuigen.

De belangrijkste splitsing begon in 1917, na de verkiezing van Joseph Franklin Rutherford tot president van het Wachttorengenootschap, twee maanden na de dood van Russell. Het schisma begon met Rutherfords controversiële vervanging van vier van de directieleden van het Wachttorengenootschap en de publicatie van The Finished Mystery zonder voorafgaande toestemming van de directieraad, een schending van het reglement van het Wachttorengenootschap. Duizenden leden verlieten de beweging gedurende de jaren 1920 naar aanleiding van de voorspellingen van Rutherford rondom 1925 die onjuist bleken te zijn, maar ook vanwege toenemende teleurstelling over zijn voortdurende doctrinaire en organisatorische wijzigingen en zijn campagne te komen tot gecentraliseerd bestuur van de beweging.[3] William Schnell, schrijver en voormalig Jehova's getuige, beweert dat driekwart van de oorspronkelijke Bijbelonderzoekers die zich in 1921 hadden verbonden met het Wachttorengenootschap tegen 1931 waren vertrokken.[4][5][6] In 1930 stelde Rutherford dat "het totale aantal van degenen die zich van het Genootschap hebben teruggetrokken ... relatief groot is."[7]

Tussen 1918 en 1929 vormden verschillende facties hun eigen onafhankelijke groepering, waaronder de Standfast Movement, het Pastoral Bible Institute, de Laymen's Home Missionary Movement (die door Paul S. L. Johnson werd gesticht) en de Dawn Bible Students Association. Deze groeperingen variëren van conservatief, zich als ware hoeders van de leer van Russell beschouwend tot meer liberaal, in de overtuiging dat de rol van Russell niet meer zo belangrijk is als ooit gedacht.[8] De factie van Rutherford slaagde erin de controle over het Wachttorengenootschap te bemachtigen [8] en nam in juli 1931 de naam Jehova's getuigen aan. Het totale aantal leden van de van het Wachttorengenootschap onafhankelijke bewegingen binnen de Bijbelonderzoekers wordt op minder dan 75.000 geschat.[9][10]

Inhoud

[bewerken] Begin van de beweging

Ergens in 1869 hield Jonas Wendell een adventistische bijeenkomst waar Russell bij toeval passeerde. Russell ging naar binnen en bleef luisteren. Door de boodschap die daar werd gebracht, werd zijn geloof in de Bijbel hersteld. Onmiddellijk daarna startte Russell een Bijbelstudieklas met enkele van zijn vrienden en zijn vader.[11]

De vroege opvattingen van Russell zijn in grote mate beïnvloed door - of zelfs ontstaan uit - de opvattingen van de Second Adventist-beweging. De grondlegger van die beweging was William Miller, die geloofde dat Christus zou wederkomen in 1844. Nadat die voorspelling niet was uitgekomen, versplinterde zijn aanhang in vele bewegingen, waarvan de Zevendedagsadventisten de belangrijkste is. Russell nam veel ideeën van deze groeperingen over, zonder dat hij zelf lid werd van één ervan. Russell betuigde bijvoorbeeld zijn erkentelijkheid aan George Stetson[12], een voorganger van de Advent Christian Church in Edinboro (Pennsylvania, VS).

Russell werd ook beïnvloed door George Storrs en Nelson H. Barbour en via hen door Henry Grew. Storrs was uitgever van het tijdschrift Bible Examiner, in Brooklyn, New York. Van Storrs nam Russell zijn ideeën over inzake de sterfelijkheid van de ziel, de verzoening en de wederherstelling.[12] Barbour was de uitgever van de "Herald of the Morning" en geloofde dat Christus’ wederkomst niet ten doel had de families van de aarde te vernietigen, maar hen te zegenen en dat hij niet in het vlees zou komen maar als een geest.[12] Naast deze opvatting nam Russell van Barbour de interpretatie rond 1874 en 1914 over. Barbour en Russell gaven in 1877 gezamenlijk het boek Three Worlds, and the Harvest of This World uit.[13] Dit 196 bladzijden tellende boek behandelde de wederherstelling en Bijbelse tijdprofetieën. Hoewel beide onderwerpen al eerder door anderen waren behandeld, was dit boek naar de mening van Russell „het eerste boek waarin de idee van de wederherstelling met tijdprofetieën werd gecombineerd”. Het zette de opvatting uiteen dat Jezus Christus sinds de herfst van 1874 onzichtbaar tegenwoordig was.[12]

Na een conflict over de betekenis van Jezus' offeranderlijke dood, scheidden de wegen van Barbour en Russell. Russell begon daarop in 1879 met het uitgeven van zijn eigen blad: "The Watchtower" (De Wachttoren) en een stortvloed aan boeken (met als belangrijkste de serie "Schriftstudies (Delen 1 t/m 6)"), pamfletten en andere geschriften.[14] Samen met zijn vriend William Henry Conley richtte hij in 1881 Zion's Watch Tower Society op. Conley werd hiervan president, Russell fungeerde als secretaris-penningmeester. Op 15 december 1884 werd dit genootschap rechtspersoonlijkheid verleend in Pittsburgh (Pennsylvania, Verenigde Staten) als Watch Tower Bible and Tract Society met Charles Taze Russell als president. Na verloop van tijd ontwikkelden groepjes abonnees op "The Watchtower" tot Bijbelstudieklassen en later tot ecclesia's (gemeenten) en was er sprake van een opzichzelfstaande beweging. Deze stond bekend als "Bijbelonderzoekers" of "Russellisten" (een naam die zijzelf niet accepteerden). Reeds tijdens Russells leven ontstonden diverse splintergroeperingen van de Bijbelonderzoekers, zoals de New Covenant Fellowship en de Christian Believers (oorspronkelijk de New Covenant Believers).[15]

[bewerken] Eerste schisma

1rightarrow.png Zie ook het artikel Vrije Bijbelonderzoekers

In 1905 wees Paul S. L. Johnson, één van de reizende "Pelgrims" en een voormalig Luthers bedienaar, Russell erop dat zijn doctrines inzake het "Nieuwe Verbond" een volledige herziening hadden ondergaan: tot 1880 had hij onderwezen dat het Nieuwe Verbond pas volledig van kracht zou zijn als de laatste van de 144.000 gezalfde christenen in de hemel zou zijn opgenomen,[16] maar vanaf 1881 had hij geschreven dat het al van kracht was geworden.[17][18] Russell heroverwoog de kwestie en in januari 1907 schreef hij enkele artikelen in The Watch Tower waarin hij zijn eerdere positie bevestigde, namelijk dat "het nieuwe verbond exclusief tot het komende tijdperk behoort",[19] waaraan hij toevoegde dat de kerk geen middelaar had, maar dat Christus de "pleitbezorger" was. Hij stelde ook dat de christenen die de 144.000 vormen met Christus "co-erfgenamen" zouden worden en als assistent-middelaars zouden dienen gedurende het Millennium.[20]

Op 24 oktober 1909 schreef de voormalig secretaris-penningmeester van de Watch Tower Society E.C. Henninges, die op dat moment de bijkantooropziener was van de vestiging in Melbourne (Australië), een open protestbrief aan Russell om hem te overtuigen de lering te verlaten en om de Bijbelonderzoekers aan te sporen de juistheid ervan te onderzoeken. Toen Russell dit weigerde, verlieten Henninges en de meeste leden van de gemeente in Melbourne Russells beweging en vormden de New Covenant Fellowship. Honderden van de naar schatting 10.000 Bijbelonderzoekers in de Verenigde Staten volgden hun voorbeeld, inclusief Pelgrim M. L. McPhail, een lid van de gemeente in Chicago, en A. E. Williamson uit Brooklyn (New York), om de New Covenant Believers te vormen.[18][21] De groep, die informeel naar de leden verwees als "Vrije Bijbelonderzoekers", gaven tot 1975 het tijdschrift The Kingdom Scribe uit. De groep staat momenteel bekend als de Berean Bible Students Church en kent minder dan 200 leden.

[bewerken] Omstreden presidentschap

Kort na het overlijden van Russell, op 6 januari 1917, werd Rutherford, 47 jaar oud, zonder tegenstand gekozen als nieuwe president van het Wachttorengenootschap op de bijeenkomst in Pittsburgh. Snel volgde controverse. Tony Wills beweert dat er bewijzen zijn dat nominaties werden geschorst, waardoor aandeelhouders de kans werd ontnomen duizenden stemmen uit te brengen op andere kandidaten.[22] Binnen enkele maanden voelde Rutherford zich genoodzaakt zichzelf tegen de geruchten te verdedigen dat hij "politieke methodes" had gebruikt om zijn verkiezing zeker te stellen. In zijn eerste van een serie pamfletten die door beide kampen werden gepubliceerd, vertelde Rutherford de Bijbelonderzoekers: "Er is geen persoon die naar waarheid kan zeggen dat ik hem direct of indirect heb gevraagd om voor mij te stemmen."[23] Rond juni 1917 was het dispuut inzake de benoeming van Rutherford aangezwollen tot wat hij noemde: een "storm" die het Wachttorengenootschap voor de rest van 1917 verscheurde.[24]

In januari 1917, na de dood van Russell, was Bethel pelgrim Paul S.L. Johnson naar Engeland gestuurd om het bestuur en de boeken van de Londense corporatie te inspecteren.[25] Hij ontsloeg twee managers van de corporatie, legde beslag op de financiën en probeerde orde op zaken te stellen.[26] Toen Rutherford hiervan hoorde, was hij ervan overtuigd dat Johnson zijn verstand had verloren en aan religieuze waanvoorstellingen leed en sommeerde Johnson eind februari 1917 naar New York terug te keren. Johnson weigerde en beweerde dat hij uitsluitend aan de volledige directieraad verantwoording was verschuldigd.[27] Toen hij uiteindelijk terugkeerde naar New York en zich tegenover de Bethelfamilie (alle werkers op het hoofdkantoor) verontschuldigde voor zijn uitzonderlijk gedrag in Londen[28], raakte Johnson betrokken bij een motie tegen Rutherford door vier van de zeven bestuursleden van het Wachttorengenootschap.

De kwestie betrof nieuwe statutaire regels die in januari 1917 tijdens de bijeenkomst in Pittsburgh waren vastgesteld en die zeiden dat de president de uitvoerend bestuurder en algemeen manager van het Wachttorengenootschap was en hem de absolute leiding gaven over de wereldwijde aangelegenheden.[29] De meningen over de noodzaak voor nieuwe statutaire regels waren scherp verdeeld. Rutherford stelde dat Russell, als president, altijd had opgetreden als de manager van het Wachttorengenootschap en dat de stemming op 6 januari door de aandeelhouders duidelijk aantoonde dat zij wilden dat hij eenzelfde handelwijze zou volgen.[26] Hij verklaarde dat dit een zaak van efficiency was en schreef: "Het werk van het Genootschap vraagt het bestuur door één persoon. Er zijn zo veel kleine details dat als verschillende personen deze zouden behartigen, het merendeel van de beschikbare tijd besteed zou moeten worden aan overleg. Dit werd duidelijk aangetoond door het Bestuurscomité en er werd vastgesteld dat drie mannen twee uur per dag kostte om te doen wat één in een derde van die tijd zou kunnen doen."[23] Bijbelonderzoeker Francis McGee, een jurist en assistent van de advocaat-generaal van New Jersey, reageerde: "Dit is de kern van de zaak. Hij zegt dat hij die persoon is."[30] Tegen juni besloten vier leden van de directieraad (Robert H. Hirsh, Alfred I. Ritchie, Isaac F. Hoskins en James D. Wright) dat zij er fout aan hadden gedaan in te stemmen met het geven van zo veel uitvoerende macht aan Rutherford.[31] Zij beweerden dat Rutherford autocratisch was gaan optreden, dat hij weigerde de boeken van het Wachttorengenootschap door een onafhankelijke te laten onderzoeken en dat hij Johnson een redelijke kans had ontnomen zich te verantwoorden inzake de gang van zaken in Londen.[31] Ze beschuldigden Rutherford ervan bewust de statutaire regels zo te hebben aangepast om hemzelf meer macht te geven en dat indruiste tegen zowel het testament van Russell als de statuten van het Wachttorengenootschap, die stipuleerden dat deze bestuurd zou worden door een zevenhoofdige directieraad.[31] Rutherford, die had gezegd dat hij "geen ambitie voor aardse macht of eer" had en nooit had geprobeerd de macht over het Wachttorengenootschap in handen te krijgen[32], repliceerde dat hij de aanvullende statutaire regels pas had opgesteld nadat het bestuurscomité (Ritchie, Van Amburgh en hijzelf) daar om had gevraagd.[33] Ritchie heeft altijd beweerd dat hij niets afwist van de voorgestelde wijzigingen totdat Rutherford hem deze liet zien.[34]

Op de bijeenkomst van de directieraad van 20 juni 1917 presenteerde Hirsh een resolutie om de nieuwe statutaire regelingen te herroepen en de uitvoerende macht van de president weer terug te leggen bij de directieraad[35], maar de stemming werd een maand uitgesteld na krachtige bezwaren van de kant van Rutherford.[36] Een week later verzochten vier directieleden om een onmiddellijke bijeenkomst van de raad om informatie te krijgen inzake de financiële situatie van het Wachttorengenootschap. Rutherford weigerde het verzoek en beweerde later dat hij op dat moment een samenzwering had geroken tussen Johnson en de vier directieleden met als doel de macht over het Wachttorengenootschap te verkrijgen, net als Johnson dat volgens hem had geprobeerd in Engeland.[37]

Rutherford vond in een legal opinion van een juridisch specialist inzake corporaties, dat de clausule in de statuten van het Wachttorengenootschap dat de directieleden voor het leven werden gekozen, in strijd was met het recht van Pennsylvania en dat alle directieleden jaarlijks dienden te worden herkozen. Rutherford stelde dat, aangezien op de aandeelhoudersvergadering van 6 januari 1917 slechts drie leden werden gekozen (Rutherford, secretaris-penningmeester Van Amburgh en vicepresident Andrew N. Pierson), de overige vier leden van de directieraad, die daar al sinds 1904 zitting in hadden en nooit waren herkozen, geen juridische status hadden als directeur van het Wachttorengenootschap. Zelfs de benoeming van Hirsh, die in de raad was benoemd op 29 maart 1917, nadat Henry C. Rockwell zijn functie had neergelegd, was juridisch niet geldig omdat de benoeming had plaatsgevonden in New York en niet in Allegheny, zoals de wet vereiste. Rutherford beweerde dat hij zich al vanaf 1909 van deze feiten bewust was.[38]

Pamfletten die door beide zijden werden verspreid tijdens het dispuut inzake het presidentschap van Rutherford (1917)

Op 12 juli 1917 reisde Rutherford 1200 kilometer van Chicago naar Pittsburgh en gebruikte zijn recht volgens de statuten van het Wachttorengenootschap om de vier omstreden vacatures in te vullen met: A.H. Macmillan, W.E. Spill, J.A. Bohnet en George H. Fisher.[39] Rutherford riep een vergadering bijeen van de nieuwe directieraad op 17 juli, waar de directieleden een resolutie aannamen waarin zij hun "hartsgrondige instemming" betuigden met de handelingen van hun president en bevestigden dat hij "de man [was] die de Heer heeft gekozen om het werk dat resteert uit te voeren".[40] Op 31 juli riep hij een vergadering bijeen van de People's Pulpit Association (een dochtercorporatie van het Wachttorengenootschap die in New York is ingeschreven)[41] om Hirsh en Hoskins af te zetten als directieleden om reden dat zij het werk van de vereniging tegenstonden. Toen de resolutie geen meerderheid behaalde, gebruikte Rutherford de volmachten die hij had ontvangen voor de jaarlijkse vergadering in New York afgelopen januari om hun afzetten zeker te stellen.[42][43] Op 1 augustus 1917 publiceerde het Wachttorengenootschap de 24-pagina tellende brochure Harvest Siftings, ondertitel "The evil one again attempts to disrupt the Society", waarin Rutherford zijn versie van de gebeurtenissen weergaf en uitlegde waarom hij nieuwe directieleden had aangesteld.[44]

Een maand later reageerden de vier afgezette directeuren met een door henzelf gefinancierde weerlegging van Rutherfords beweringen. De publicatie, Light After Darkness, bevatte een brief van Pierson, gedateerd 26 juli, waarin de vicepresident verklaarde dat hij de kant had gekozen van de oude raad. Hoewel hij geloofde dat beide kampen in het conflict "een mate van kwaaddoen" hadden getoond, had Pierson besloten dat Rutherford er fout aan had gedaan vier nieuwe directieleden te benoemen.[45] Deze publicatie vocht ook de rechtmatigheid van hun afzetten aan, onder verwijzing naar het feit dat de clausule in het recht van Pennsylvania (dat aanstelling voor het leven verbood) pas onlangs van kracht was geworden, niet met terugwerkende kracht werkte en een uitzondering maakte voor bestaande corporaties.[46][47] Zij beweerden ook dat de statuten van het Wachttorengenootschap alleen directeuren de gelegenheid bood officiële posten te vervullen. Als, net als de andere vier, Rutherford noch Van Amburgh noch Pierson rechtmatig directielid waren in januari, dan konden zij ook niet in een officiële functie worden gekozen. Ze zeiden dat verschillende juristen hen hadden verzekerd dat de handelwijze van Rutherford "volledig onrechtmatig" was.[46][48]

De voormalig directieleden beweerden dat Rutherford van alle werkers had geëist dat zij een petitie ondertekenden die hem steunde en de voormalig directeuren veroordeelde, onder dreiging van uitstoting van een ieder die weigerde te tekenen.[49] Sommige werkers klaagden dat zij hadden getekend onder druk en er wordt beweerd dat zeker 35 leden van de staf op het hoofdbureau gedwongen werden te vertrekken omdat zij Rutherford onvoldoende steunden tijdens zijn "reign of terror".[50][51][52] Rutherford ontkende dat iemand gedwongen was te vertrekken ten gevolge van het weigeren om een eed van trouw te tekenen.[53] Ondanks pogingen van Pierson om de twee groepen te verzoenen, vertrokken de voormalige directieleden van het hoofdkantoor in Brooklyn op 8 augustus 1917.[54]

[bewerken] De verkiezingen van 1918 en nasleep

Bijbelonderzoekers werden tot diep in 1917 overspoeld met pamfletten van Rutherford aan de ene kant en Johnson en de vier afgezette directeuren aan de andere kant. Beide kampen beschuldigden de tegenstanders van een ernstig verkeerde voorstelling van zaken met als doel macht op te eisen. De controverse verscheurde de beweging van de Bijbelonderzoekers en sommige gemeenten splitsten in tegengestelde groepen die loyaal waren aan Rutherford of juist aan degenen die hij had uitgestoten.[55][56] Rutherfords vier tegenstanders deden nog één poging om hem af te zetten en beweerden dat hoewel hij de steun had van de meeste invloedrijke aandeelhouders, hij steun ontbeerde van de Bijbelonderzoekers in zijn geheel. Derhalve riepen zij op tot een democratische verkiezing onder alle Bijbelonderzoekers.[57] Rutherford schreef in oktober: "Ik heb niet gestreefd naar verkiezing tot president en ik streef niet naar herverkiezing. De Heer is in staat zijn eigen aangelegenheden te verzorgen."[58] Vervolgens zette hij zijn tegenstanders buiten spel door een referendum te organiseren voor alle Bijbelonderzoekers. Deze zou gehouden worden in december, één maand voor de jaarvergadering in Pittsburgh. Hoewel de stemming niet bindend was, werd er gestemd in de meer dan 800 gemeenten in de Verenigde Staten; Rutherford kreeg meer dan 95% van de stemmen voor president. Zijn concurrenten stonden 10e tot en met 13e op de lijst van toekomstige directeuren, waarbij de meeste steun werd gegeven aan Rutherfords toenmalige zes mede-directeuren.[57] Op 5 januari 1918 werd Rutherford bevestigd in zijn ambt en kreeg 194 106 stemmen van de aandeelhouders. Van de voormalig directeuren kreeg Hirsh de meeste stemmen: 23 198 en eindigde op de 10e plaats. Prompt werd een resolutie opgesteld en aangenomen dat Hirsh zich moet terugtrekken uit het uitgeverscomité.[59]

Rutherford gaf op de bijeenkomst toe dat hij veel fouten had gemaakt[59], maar rond medio 1919 had een zevende van de Bijbelonderzoekers verkozen de beweging te verlaten in plaats van zijn leiderschap te accepteren[60] en vormde groepen als Paul Johnson Movement, Dawn Bible Students Association, Pastoral Bible Institute of Brooklyn, Elijah Voice Movement en Eagle Society.[59]

In december 1918 beschouwden Charles E. Heard en sommige anderen de aanbeveling van Rutherford om war bonds (oorlogsaandelen) te kopen als een verdraaiing van Russells pacifistische leringen en startten de Stand Fast Bible Students Association in Portland, Oregon.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Robert Crompton (1996): Counting the Days to Armageddon, James Clarke & Co, Cambridge, blz. 12 (ISBN 0227679393)
  2. (en) Encyclopedia Brittanica online
  3. a b M.J. Penton (1997): Apocalypse delayed, University of Toronto Press, Toronto, blz. 43–62
  4. William J. Schnell (1956): Thirty Years a Watchtower Slave, Baker, Grand Rapids, blz. 52, als geciteerd door Rogerson. Rogerson merkt op dat het niet precies duidelijk is hoeveel Bijbelonderzoekers vertrokken, maar citeert Rutherford (Jehovah, 1934, blz. 277) die daar stelt dat "slechts enkelen" die andere religies hadden verlaten toen "in Gods organisatie" waren.
  5. De officiële geschiedschrijving van Jehova's getuigen uit de jaren 1950 (Anoniem (1959): Jehovah's Witnesses in the Divine Purpose, Watch Tower Bible & Tract Society, New York, blz 110, 312, 313) vermeldt een aantal aanwezigen op de jaarlijkse "Gedachtsnisviering" in 1925 van 90.434 en in 1928 van 17.380.
  6. Tony Wills (A People For His Name, blz. 167) citeert The Watch Tower van 1 december 1927 (blz. 355) waarin Rutherford zegt dat "het grootste deel" van de oorspronkelijke Bijbelonderzoekers tegen die tijd was vertrokken.
  7. J.F. Rutherford (1930): The Watch Tower 15-11-1930 blz. 342 kolom 1
  8. a b Alan Rogerson (1969): Millions Now Living Will Never Die, Constable and Company, Londen, blz. 39
  9. Present Truth februari 2006, blz. 9-13
  10. Drew Blankman, Todd Augustine (2004): Pocket Dictionary of North American Denominations, blz. 79
  11. Anoniem (1993): Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 43
  12. a b c d Anoniem (1993): Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 45, 46
  13. (en) Het boek The Three Worlds, and the Harvest of This World kan hier online worden gelezen.
  14. "Jehovah's Witnesses - Faith in action, Part 1: Out of Darkness". (2010) Watchtower Bibel and Tract Society of Pennsylvania.
  15. T. White (1968): A People For His Name, Vantage Press, New York, blz. 401
  16. (en) "The Three Great Covenants", Zion's Watch Tower, maart 1880.
  17. (en) "The New Covenant vs the Law Covenant", Zion's Watch Tower, september 1887.
  18. a b Tony Wills (2006): A People For His Name, Lulu Enterprises, blz. 63–68 (ISBN 9781430301004)
  19. (en) "The Mediator of the New Covernant", Zion's Watch Tower, 1-1-1907, blz 9, 10.
  20. (en) "The Word Mediator Used Differently,", Watch Tower, januari 1909.
  21. M.J. Penton (1997): Apocalypse delayed, University of Toronto Press, Toronto, blz. 42
  22. Tony Wills (2006): A people For His Name, Lulu Enterprises, blz. 115
  23. a b J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 10
  24. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 28
  25. (en) P.S.L. Johnson (1917): Harvest Siftings Reviewed, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 2, 3
  26. a b J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 31
  27. Alan Rogerson (1971): Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven, Bosch & Keuning, Baarn, blz. 35, 36
  28. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 15
  29. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 5, 6
  30. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 19
  31. a b c A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 4
  32. J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 27
  33. J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 26
  34. (en) A.I. Ritchie et al (1917): Facts for Shareholders, 15-11-1917, blz. 11
  35. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 12
  36. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 6
  37. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 22, 23
  38. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 15
  39. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 14, 15
  40. J.F. Rutherford, augustus 1917, blz. 17
  41. De "People's Pulpit Association" is later hernoemd tot "Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
  42. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 10
  43. J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 27, 28
  44. Harvest Siftings kan (en) hier online worden gelezen.
  45. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 8, 9
  46. a b A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 7
  47. Tony Wills (2006): A people For His Name, Lulu Enterprises, blz. 95
  48. (en) Legal opinion, Davies, Auerbach & Cornell, New York, 23-7-1917
  49. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 9
  50. Alan Rogerson (1971): Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven, Bosch & Keuning, Baarn, blz. 37
  51. A.N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 17, 18
  52. (en) P.S.L. Johnson (1917): Harvest Siftings Reviewed, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 17, 18
  53. J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 29
  54. Anoniem (1993): Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 68
  55. ibid.
  56. De publicaties van het Wachttorengenootschap van na 1917 hebben de tegenstanders van Rutherford in dit conflict voortdurend belasterd en hebben nooit een eerlijke voorstelling gegeven van hun versie van de gebeurtenissen of hun argumenten. Zo worden de kampen in het verslag van de gebeurtenissen in 1917 in het boek Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk (1993) als volgt weergegeven: "degenen die loyaal waren aan het Genootschap en degenen die een gemakkelijke prooi waren geworden voor het gladde gepraat van de tegenstanders". (blz. 68). Het Jaarboek 1976 doet de vier afgezette directieleden af als "opstandige personen die beweerden bestuursleden te zijn" en "tegenstanders die de leiding in handen wilden krijgen" (blz. 91).
  57. a b Alan Rogerson (1971): Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven, Bosch & Keuning, Baarn, blz. 38
  58. J.F. Rutherford, oktober 1917, blz. 32
  59. a b c Alan Rogerson (1971): Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven, Bosch & Keuning, Baarn, blz. 39
  60. Anoniem (1975): 1975 Yearbook of Jehovah's Witnesses, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 93, 94


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen