Bristol Aeroplane Company

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Bristol Aeroplane Company (voorheen British and Colonial Aeroplane Company) was een belangrijke Engelse vliegtuigfabriek, gevestigd in Filton, een stad iets boven Bristol. Het bedrijf is na diverse overnames en fusies in 1999 opgegaan in BAE Systems.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste jaren[bewerken]

Replica van de Bristol Boxkite. Bristol Museum

British and Colonial Aeroplane Company is in 1910 opgericht door Sir George White - de eigenaar van Bristol Tramways. Het eerste product was de 'Zodiac Boxkite' dubbeldekker van Voisin die in een verbeterde versie onder licentie werd gebouwd. Dit model heeft nooit gevlogen, in tegenstelling tot de Bristol Boxkite, het eerste eigen ontwerp. Het werd gebouwd in een voormalige tramremise in Filton. Een maand later werd door het bedrijf een luchtvaartschool opgericht.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog had het bedrijf 200 werknemers in dienst. Het belangrijkste model dat 1916 werd gebouwd was de Bristol F.2 Fighter, het model dat de ruggengraat van de Royal Flying Corps (de latere RAF) vormde. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog had het bedrijf zo'n 3000 werknemers in dienst.

Tussen beide wereldoorlogen werd de naam van het bedrijf gewijzigd in Bristol Aeroplane Company, Limited, overeenkomend met de merknaam Bristol van de vliegtuigen. De overname van plaatsgenoot Cosmos Engineering Company leidde tot het oprichten van dochteronderneming Bristol Engine Company.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was Bristol gegroeid tot de grootste vliegtuigfabriek van de wereld. Gedurende de oorlogsjaren produceerde Bristol vooral militaire vliegtuigen. Het belangrijkste model was de Bristol Beaufighter, een multifunctioneel toestel dat zowel als bommenwerper dienst deed, alsook als jachtvliegtuig en nachtvlieger.

Naoorlogse periode[bewerken]

Na de oorlog ging Bristol verder met de productie van helikopters en vliegtuigen voor de burgerluchtvaart, zoals de Bristol Britannia.

Een aparte dochteronderneming was Bristol Cars, dat zich bezig hield met de ontwikkeling en bouw van luxe personenauto's. De eerste ontwerpen daarvoor waren afkomstig van BMW.

Ook de militaire productie ging verder, onder meer met de ontwikkeling van raketten.

Bristol begon ook met de ontwikkeling van supersonische vliegtuigen. Dat leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de Concorde.

Fusies en overnames[bewerken]

In 1956 werd het bedrijf gesplitst in Bristol Aircraft en Bristol Aero Engines.

In 1959 leidde overheidsingrijpen tot de fusie van Bristol Aircraft met enkele andere Engelse luchtvaartondernemingen (English Electric, Hunting Aircraft en Vickers-Armstrong), tot de nieuwe British Aircraft Corporation (BAC). Bristol Aero Engines fuseerde met Armstrong Siddeley tot Bristol Siddeley.

BAC ging later op in British Aerospace, het huidige BAE Systems.

Bristol Siddeley werd in 1966 overgenomen door Rolls-Royce. Rolls-Royce ging door met de ontwikkeling van de Bristol-motoren. Die modellen zijn nog steeds als zodanig herkenbaar aan de naamgeving. Waar de originele Rolls-Royce-luchtvaartmotoren genoemd zijn naar rivieren, hebben de Bristol afstammelingen de namen van helden uit de oude mythologie.

De helikopterdivisie werd in 1960 verkocht aan Westland, het huidige AgustaWestland.

In 1961 werd Bristol Cars uit de boedel overgenomen door voormalig autocoureur Tony Crook en Sir George White, zoon van de oprichter van het bedrijf. Bristol Cars Limited ontwikkelde personenauto's, waarvan de namen afkomstig waren van voorheen geproduceerde Bristol toestellen. In maart 2011 werd bekend dat Bristol Cars failliet was.