Rolls-Royce plc

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rolls-Royce Group plc
Rolls-Royce plc
Oprichting 1906
Sleutelfiguren John Rishton (CEO, tot juli 2015)
Warren East (CEO, na juli 2015)
Sir Simon Robertson (Voorzitter)
Hoofdkantoor Londen Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Producten Civiele- en militaire vliegtuigmotoren, scheepsmotoren, generatoren
Omzet £ 13,7 miljard (2014)
Website (en) Rolls-Royce
Portaal  Portaalicoon   Economie

Rolls-Royce plc is de op één na grootste bouwer van vliegtuigmotoren ter wereld, na General Electric Aviation. Het bedrijf is verder actief in de defensie-, scheepsmotoren- en energie-industrie.

Geschiedenis[bewerken]

Bij de oprichting in 1906 heette het bedrijf nog Rolls-Royce Limited en had het een automobieldivisie. Na het faillissement in 1971 werd Rolls-Royce Limited genationaliseerd en werd de autodivisie afgesplitst als Rolls-Royce Motors. De vliegtuigmotorentak ging alleen verder en werd in 1987 wederom geprivatiseerd. Vanaf dat moment heet het bedrijf Rolls-Royce plc.

Divisies[bewerken]

In 2014 behaalde Rolls-Royce een omzet van bijna £ 14 miljard. Aan het einde van dat jaar had het bedrijf orders in de boeken staan met een totale waarde van £ 74 miljard.

Het bedrijf bestaat uit verschillende divisies, hieronder gerangschikt volgens hun bijdrage aan de groepsomzet in 2014.

  • 49%; civiele vliegtuigmotoren
  • 20%; energie
  • 15%; defensie
  • 12%; scheepsmotoren
  • 4%; overige activiteiten

De vliegtuigmotorentak legt zich voornamelijk toe op motoren voor grote vliegtuigen en is , zoals vermeld, de tweede grootste ter wereld. De defensietak is de 18de-grootste ter wereld. Ook de scheepsmotorendivisie is een van de grootste in haar sector. Deze divisie maakt naast scheepsmotoren ook nucleaire aandrijvingen voor onderzeeboten. Rolls-Royce plc bestaat verder uit volgende divisies:

  • Rolls-Royce Deutschland (voormalig BMW Rolls-Royce)
  • Rolls-Royce Marine Power Operations Ltd (voormalige joint venture met Vickers en Foster Wheeler)
  • Rolls-Royce North America
    • Rolls-Royce Corporation (voormalig Allison Engine Company)
    • Rolls-Royce Canada Limited
    • Rolls-Royce Energy Systems Inc
    • Rolls-Royce Engine Services
    • Rolls-Royce Gear Systems Inc
    • Rolls-Royce Power Ventures
  • Rolls-Royce Turbomeca (joint venture met het Franse Turbomeca)

Na de privatisering[bewerken]

Trent 900 op het prototype van de Airbus A380.

In 1988 nam het net geprivatiseerde Rolls-Royce plc North Eastern Industries (NEI) over. Dat was een groep bedrijven die voornamelijk in de energiesector actief waren. Onder Rolls-Royce was het bedrijf Rolls Royce Industrial Power Group genaamd. Gedurende de jaren negentig werd alles stukje bij beetje weer afgestoten. Rolls-Royce wilde zich weer op zijn kernactiviteiten concentreren na de recessie begin dat decennium.

In 1990 richtte Rolls-Royce samen met de Duitse autoconstructeur BMW de joint venture BMW Rolls-Royce op voor de productie van de BR700-vliegtuigmotorenlijn. In 2000 werd deze joint venture een 100% onderdeel van Rolls-Royce.

In 1996 tekende het bedrijf een intentieverklaring met vliegtuigbouwer Airbus waarbij de Rolls-Royce Trent 900 de voorkeurmotor werd voor de Airbus A3XX (A380).

In 1999 werd Vickers overgenomen voor diens scheepsactiviteiten. Vickers, dat zelf een jaar eerder nog Rolls-Royce Motors had verkocht, bestond verder nog uit een defensiedivisie die in 2002 werd verkocht aan Alvis, dat aldus als Alvis Vickers de grootste pantserwagenbouwer van het Verenigd Koninkrijk werd.

In 2004 selecteerde vliegtuigbouwer Boeing Rolls-Royce plc als een van de twee motorleveranciers voor de nieuwe Boeing 787. Rolls-Royce met haar Trent 1000-reeks en de ander was General Electric met diens GE90.

In 2005 had Rolls-Royce plc een uitgebreid klantenbestand met onder meer 600 luchtvaartmaatschappijen, 4000 bedrijven met privé vliegtuigen en helikopters, 160 legers, 2000 scheepsbedrijven en 70 zeemachten. Het bedrijf telde 36.000 werknemers in 50 landen en boekte in 2005 een omzet van £ 6,6 miljard (€ 9,7 miljard). Het orderboekje is voor zo'n £ 25 miljard (€ 37 miljard) gevuld.

In 2014 was Rolls-Royce in gesprek om het Finse beursgenoteerde Wärtsilä over te nemen.[1] Rolls-Royce kampt met teruglopende orders in de defensietak en wil met de overname deze teruggang compenseren.[1] Wärtsilä produceert, net als Rolls-Royce, scheepmotoren en turbines voor elektriciteitscentrales. De gesprekken zijn afgebroken zonder resultaat.[1]

Later in het jaar nam Rolls-Royce het 50% aandelenbelang van Daimler over in de Duitse joint venture Rolls-Royce Power Systems voor zo’n £ 1,9 miljard.[2] Dit bedrijfsonderdeel bouwt dieselmotoren voor de scheepvaart en de energiesector en telt zo’n 11.000 medewerkers. Het stond voorheen bekend als Tognum.[2] In 2011 hield Daimler een belang van 28% in Tognum, maar er was de dreiging van een overname. Samen met Rolls-Royce blokkeerde Daimler deze overname door Tognum in 2011 te kopen. Als onderdeel van deze transactie bracht Rolls-Royce de Bergen motorenfabriek in.[2]

In april 2015 kreeg Rolls-Royce de grootste order ooit. Emirates Airline bestelde motoren voor 50 A380 vliegtuigen. De order heeft een waarde van £ 6 miljard.[3]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c (en) Financial Times Rolls-Royce ends talks with Wärtsilä, 9 januari 2014, geraadpleegd op 13 april 2015
  2. a b c (en) Bloomberg Daimler to Sell 50% Stake in Engines Venture to Rolls, 7 maart 2014, geraadpleegd op 25 april 2015
  3. (en) Reuters Rolls-Royce wins $9.2 billion order from Emirates for A380 engines, 17 aprol 2015, geraadpleegd op 23 april 2015