Britse vaandels

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blauw vaandel
Rood vaandel
Wit vaandel
Vlag van Niue met een geel vaandel (wat zeer ongebruikelijk is)

De Britse regelingen rond vlaggengebruik op zee zijn vaak ingewikkeld vergeleken met die van andere landen. De vaandel die gehesen wordt op Britse schepen is afhankelijk van de functie van het schip. Er zijn drie vaandels, de rode, de blauwe en de witte. De zogenaamde red ensign, de blue ensign en de white ensign.

Sinds 1864 doet het rode vaandel dienst als handelsvlag en het witte vaandel als marinevlag. Het blauwe vaandel is bedoeld als staatsvlag ter zee voor overheidsschepen, maar is ook voor schepen van de Royal Naval Reserve en voor koopvaardijschepen waarop een bepaald aantal mensen met een geschiedenis bij de marine werken. Het blauwe vaandel is ook voor een aantal oude Britse scheepsclubs (behalve tijdens de beide wereldoorlogen). De Union Flag wordt niet op zee gehesen, behalve door de Britse koninklijke familie of door bepaalde officieren van de Royal Navy.

Buiten de zeevaart zijn er verschillende vlaggen die gebaseerd zijn op deze vaandels, sommigen gebruiken dezelfde kleuren, andere vlaggen hebben een meer excentriek veld, zoals het hemelsblauw van de vlag van de Britse Royal Air Force.

Andere vaandels[bewerken]

De vlag van Fiji en de vlag van Tuvalu zijn beiden hemelsblauwe vaandels. Niue, een zelfregerende eilandengroep van Nieuw-Zeeland is een gele vaandel, waar het Sint-Georgekruis van de Union Flag echter is bijgewerkt met een gestileerde versie van het Zuiderkruis.

De vlag van het Brits Antarctisch Territorium heeft een wit veld met daarop het schild van het gebied.

Geschiedenis[bewerken]

Voor 1864 waren rood, wit en blauw de kleuren van de drie squadrons van de Royal Navy, die gevormd werden door de reorganisatie van de marine in 1652 door Robert Blake. Elk squadron had zijn eigen respectievelijke kleuren.

Het rode squadron patrouilleerde de Caraïbische eilanden en de noordelijke Atlantische Oceaan, het witte de kust van de Britse eilanden, Frankrijk en de Middellandse Zee, terwijl het blauwe vooral voer in de zuidelijke Atlantische Oceaan, de Stille Oceaan en de Indische Oceaan. De vlaggen van de vroegere Britse kolonies hebben vaak de achtergrond van hun beschermende squadron. Bermuda (rood), Australië en Nieuw-Zeeland (blauw) volgden dit patroon. Vroege vlaggen van de Amerikaanse kolonies voor de Revolutie waren gewijzigde Rode Vaandels. De Grand Union Flag voegde zes witte strepen toe aan de vaandel, en in 1777 werd de Union Flag in het kanton vervangen door de huidige sterren.

Elk squadron had zijn eigen officieren. Bijvoorbeeld Horatio Nelson was viceadmiraal van het Witte Squadron op het moment van zijn dood.

Canadese vlaggen[bewerken]

In 1868 maakte de Britse admiraliteit de Blauwe vaandel de vlag van schepen onder het bevel van de Canadese regering. In 1892 keurde de Admiraliteit het gebruik van de Rode vaandel goed op Canadese handelsschepen. Een blauwe vaandel met het wapenschild van Quebec werd gebruikt als Vlag van Quebec tot 1950.

Van 1870 gebruikte Canada officieus een Rode vaandel met de wapens van de provincies als de nationale vlag (het Canadese Rode Vaandel). In 1924 werd de vlag officieel aangenomen. De provinciale schilden met het wapen van Canada. De rode vaandel werd in 1965 na een lang debat vervangen door de huidige vlag van Canada.