Cashewnoot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De vruchtsteel met daaronder de eigenlijke vrucht, met daarin de cashewnoten
Geroosterde cashewnoten

De cashewnoot, cachounoot, bombaynoot of olifantsluis is het zaad van de kasjoeboom, Anacardium occidentale, die inheems is in Brazilië. De afbeelding rechts toont de vrucht met daarboven de veel grotere getransformeerde vruchtsteel, een voorbeeld van een schijnvrucht. De eigenlijke vrucht, met daarin het zaad, is onopvallend en hangt onder de schijnvrucht.

De vruchthuid bevat het gif (cardol), dat ernstige huidirritaties kan veroorzaken. Een onderdeel van de verwerking van de vruchten tot eetbare noten is het verwijderen van de huid met het gif. De van de huid ontdane noten worden op diverse manieren verwerkt: ze kunnen in olie gebakken worden (en eventueel gezouten), met hete lucht geroosterd, in suiker gecoat zoals een suikerpinda, voorzien worden van een beslaglaagje vergelijkbaar met borrelnoten of gebruikt worden als keukeningrediënt.

Cashewnoten bevatten veel magnesium en fosfor. Ze bevatten ook een grote hoeveelheid eiwit en ijzer.[1]

Oogst[bewerken]

De grootste cashewnotenproducerende landen zijn India, Vietnam, Indonesië, Mozambique, Madagaskar, Brazilië, Ivoorkust, Burkina Faso, Benin, Ghana en Togo. De meeste in Afrika verbouwde cashewnoten worden verscheept naar India en Vietnam, waar ze vervolgens in een paar stappen worden bewerkt tot het uiteindelijke eetbare nootje. Vanwege de ontwikkelingen in de Afrikaanse landen worden steeds meer rauwe noten in het land van oogst bewerkt voor export.

Verwerking[bewerken]

De noot wordt allereerst in de dop gebrand, zodat die makkelijker kan worden verwijderd. Dit gebeurt soms handmatig. De noot bevat een vlies, dat ook met de hand moet worden verwijderd. Door deze handmatige en relatief bewerkelijke bewerkingen is de cashewnoot relatief duur.

Een bijproduct van de verwerking van cashewnoten is een olieachtige vloeistof, bekend als Cashew Nut Shell Liquid (CNSL). CNSL is een donkerbruine visceuze vloeistof die uit de honingraatstructuur van de dop van de cashewnoot wordt gewonnen. Ze bestaat hoofdzakelijk uit fenolderivaten met lange zijketens: anacardische zuren (60-65%), cardol (met twee hydroxylgroepen) (15-20%) en cardanol (ongeveer 10%). CNSL wordt zowel industrieel gebruikt als in tropische traditionele geneeskunde voor de behandeling van onder meer ontstekingen en diarree. Anacardisch zuur heeft een antibacteriële werking. Cardanol wordt gebruikt voor de synthese van vernetters (curing agents) voor epoxyharsen. Cardol en cardanol kunnen ook gebruikt worden in de productie van fenolharsen.

Kasjoe in Köhlers Medizinalpflanzen (1887)
Bronnen, noten en/of referenties