Communautaire alarmbelprocedure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De alarmbelprocedure werd ingevoerd bij de wijziging van de Belgische Grondwet[1] in het kader van de eerste staatshervorming (1970). Ze is bedoeld om te beletten dat één taalgroep, Franstaligen of Vlamingen, eenzijdig een voorstel of ontwerp van wet zou doordrukken. De taalgroep, die zich benadeeld voelt, kan door de alarmbelprocedure de wetgevingsprocedure opschorten. De procedure wordt ingesteld na de indiening van het verslag over het wetsontwerp of wetsvoorstel en voor de eindstemming in de plenaire vergadering van de betrokken Kamer. En dit door een met redenen omklede motie, ondertekend door minstens 3/4 van de leden van een taalgroep, waarin wordt verklaard dat de bepalingen van het aangewezen wetsontwerp of wetsvoorstel de betrekkingen tussen de gemeenschappen in het gedrang kunnen brengen.

De alarmbelprocedure kan echter niet gebruikt worden voor een begrotingswet of voor bijzondere wetten.

Wanneer de alarmbelprocedure wordt ingezet, wordt de gewone parlementaire behandeling van het wetsontwerp of wetsvoorstel opgeschort (pauzering). Vervolgens wordt de motie doorverwezen naar de Ministerraad (waarin beide taalgroepen gelijk zijn vertegenwoordigd). Binnen een termijn van 30 dagen moet de Ministerraad een gemotiveerd advies geven en de betrokken kamer uitnodigen zich over het advies uit te spreken. Dit advies kan bestaan uit een amendering van het voorstel, een ander wetsontwerp, enzovoort. Indien de Ministerraad verzuimt advies te verstrekken, dan herneemt de gewone parlementaire procedure zijn verloop na een termijn van 30 dagen. De alarmbelprocedure kan maar éénmaal worden toegepast door de leden van een taalgroep op eenzelfde wetsontwerp of wetsvoorstel.

De alarmbelprocedure is tot nu toe slechts tweemaal toegepast, nl. bij de integratie van de Economische Hogeschool Limburg in het Limburgs Universitair Centrum in 1985 (maar dit was slechts een onrechtstreeks communautair geladen dossier en van ondergeschikt belang) en ook op 29/04/2010 bij de stemming van de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde.

In 1997 is er in het federale parlement en de senaat mee gedreigd toen het Vlaams Parlement het Decreet-Suykerbuyk, over de schadeloosstelling van de slachtoffers van de repressie en epuratie, aangenomen had. Uiteindelijk werd het decreet door het Arbitragehof vernietigd.

[bewerken] Zie ook


Referenties
  1. Art. 54. Behoudens voor de begrotingen alsook voor de wetten waarvoor een bijzondere meerderheid is vereist, kan een met redenen omklede motie, ondertekend door ten minste drie vierden van de leden van een der taalgroepen en ter tafel gelegd na de indiening van het verslag en vóór de eindstemming in openbare vergadering, verklaren dat de bepalingen die zij aanwijst in een ontwerp of voorstel van wet de betrekkingen tussen de gemeenschappen ernstig in het gedrang kunnen brengen.

    In dat geval wordt de parlementaire procedure opgeschort en de motie verwezen naar de Ministerraad, die binnen dertig dagen daarover zijn gemotiveerd advies geeft en de betrokken Kamer uitnodigt zich uit te spreken hetzij over dit advies, hetzij over het eventueel geamendeerd ontwerp of voorstel. Deze procedure kan slechts eenmaal worden toegepast door de leden van een taalgroep betreffende eenzelfde ontwerp of voorstel van wet.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren