Conciërge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Conciërgewoning van Kasteel Wittouck (Ukkel)

Een conciërge is een functionaris belast met het toezicht op of de bewaking van een gebouw. Dikwijls betreft het hier openbare gebouwen, met name in de Nederlandse situatie. In Frankrijk is een conciërge ook de portier van een appartementencomplex.

Historie[bewerken]

De benaming is ontleend aan een functie aan het Franse hof: die van comtes des cierges, "kaarsenbewaarders". (Zij waren tevens sleutelbewaarders.) Hun verblijfplaats, de Conciergerie, werd later gevangenis en parlementsgebouw, waardoor de naam van het gebouw een uitgebreider betekenis kreeg. Nog in de negentiende eeuw kon een conciërge "in ons Vaderland een opzigter van paleizen" zijn, zoals de eerste druk van de (Nederlandse) Winkler Prins-encyclopedie (Vijfde deel, 1873) vermeldt. Maar de moderne betekenis was toen ook al in gebruik: de conciërge was ook opzichter van openbare gebouwen. Thans is het gebruik van de term vooral (maar niet uitsluitend) bekend bij schoolgebouwen.

Nederland[bewerken]

In Nederland kan de functie van een conciërge verschillend zijn ingevuld. Soms is het primair zijn taak als portier te fungeren, en die toepassing van het woord sluit dus nog aan bij de huidige Franse betekenis. Daarnaast kan een conciërge allerlei aanvullende taken verrichten; hij zorgt bijvoorbeeld voor het schoonhouden van het gebouw of houdt toezicht op die activiteit, hij bedient het personeel, waakt over orde en veiligheid, begeleidt bezoekers, en fungeert ook wel als amanuensis (laboratoriumassistent). Op sommige scholen let de conciërge ook op nablijvers, of geeft hen (schoonmaak)werk te doen.

België[bewerken]

In België is het fenomeen bekend van de conciërgewoning belendend aan een villa van welgestelde bewoners. Maar ook publieke gebouwen zoals universiteitscampussen en sportcomplexen kunnen een conciërge hebben. De conciërge (vaak een echtpaar) let op het huis of gebouw tijdens de afwezigheid van de eigenaars. Meestal is de man dan ook klusjesman-tuinonderhouder en helpt de vrouw in het huishouden, of let op de kinderen. Er is zelfs een speciaal socialezekerheidsstatuut voor "huispersoneel" voorzien. De praktijk was wijdverbreid in het interbellum (bijvoorbeeld Villa Empain) en duikt begin 21e eeuw opnieuw een beetje op bij de hoge internationale ambtenaren of bedrijfsmensen. Als portier van een (groot) appartementsgebouw wordt zijn taak nu meestal overgenomen door een syndicus.

Huisbewaarder[bewerken]

Een huisbewaarder let op het huis tijdens de afwezigheid van de eigenaar(s) en is dus een specifiek soort conciërge. Het is de taak van de huisbewaarder het gebouw in goede staat te houden. Een huisbewaarder woont daadwerkelijk in het huis (of ander gebouw). Dit kan voor korte, maar ook voor zeer lange tijd zijn. Een huisbewaarder doet de werkzaamheden vaak tegen betaling, het is echter ook mogelijk dat de huisbewaarder enkel "kost en inwoning" krijgt en geen verdere financiële vergoeding zoals loon. De huisbewaarder krijgt vaak financiële middelen tot zijn of haar beschikking, die bedoeld zijn voor de aanschaf van goederen en/of diensten om het gebouw in goede staat te houden. Het gebouw dat een huisbewaarder bewaakt, wordt na een tijd weer gebruikt door de eigenaar. In het courante Nederlands wordt het woord weinig gebruikt, behalve in een literaire context, zoals bij verwijzing naar het hoofdpersonage uit de film The Shining of als de vertaalde titel van het toneelstuk The Caretaker van Harold Pinter. Kort na de eerste vertaling van dit toneelstuk in het Nederlands publiceerde Simon Vestdijk een roman met de titel Een huisbewaarder.

Zie ook[bewerken]