Delila

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Antoon van Dyck (2e helft 17e eeuw): Samson en Delila. Kunsthistorisches Museum, Wenen

Delila is een persoon die genoemd wordt in het Hebreeuwse Bijbelboek Rechters en in de Koran onder een ietwat andere naam. Delila was de tweede vrouw van Simson, ook wel bekend als Samson.

Ze wist Simson het geheim van zijn geweldige kracht te ontlokken, door hem daar herhaaldelijk naar te vragen. De eerste keer antwoordde hij: 'Boei me met zeven soepele pezen en ik ben even zwak als ieder ander.' Delila probeerde dit, waarschijnlijk terwijl Simson sliep, maar de pezen knapten alsof het touwtjes waren. Delila vroeg hem opnieuw naar zijn geheim. Deze keer antwoordde Simson: 'Bind me vast met nieuwe ongebruikte touwen.' Ook dit was niet waar, hij liet de touwen als draadjes van zijn armen knappen. Toen Delila het hem opnieuw vroeg antwoordde hij: 'Vlecht mijn zeven haarvlechten vast aan het weefgetouw en zet dat met een pin vast in de wand.' Maar hij trok zijn haar uit het weefgetouw, met schering en al. Voor de vierde keer vroeg ze hem wat het geheim van zijn kracht was en deze keer antwoordde hij: 'Mijn haar is nog nooit geschoren, scheer het en ik ben even zwak als ieder ander.' In zijn slaap schoor ze zijn hoofd kaal. Toen hij wakker werd was zijn kracht weg en werd hij gevangengenomen door de Filistijnen.