Dokter Zjivago

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dokter Zjivago (Russisch: Доктор Живаго) is het liefdesverhaal van een jonge dokter-poëet dat verweven is met de gebeurtenissen rond de Russische Revolutie en de daarop volgende burgeroorlog.

Het verhaal werd geschreven door de Russische schrijver Boris Pasternak.

Door de weigering van de Sovjet-uitgevers om het verhaal te publiceren werd het boek in 1957 in Italië gepubliceerd. In 1958 kreeg Boris Pasternak voor dit boek de Nobelprijs voor de Literatuur, maar onder druk van het sovjetregime weigerde hij deze prijs.

Samenvatting van het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het verhaal begint bij het overlijden van de moeder van de tienjarige Joeri. Na de begrafenis van zijn moeder ontfermen Alexander Gromeko en zijn vrouw Anna zich als pleegouders over de jongen. Later studeert Joeri geneeskunde en schrijft hij gedichten. Op zeker moment is hij samen met zijn verloofde Tonja die de dochter is van zijn pleegouders, aanwezig op een galabal waar het meisje Lara met een pistool op Komarovski schiet, die haar verkracht heeft, waarbij ze hem licht verwondt.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog neemt Joeri dienst als geneesheer in het Russisch Leger. Aan het front kruisen de wegen van Joeri en Lara zich opnieuw. Zij heeft als verpleegster dienst genomen om er haar echtgenoot Pavel Pavlovitsj te kunnen zoeken. Beiden voelen zich tot elkaar aangetrokken, maar weerstaan deze verleiding.

Na het eindigen van de oorlog vervolgen ze elk hun eigen weg en keert Joeri terug naar zijn echtgenote Tonja in Moskou. Ondertussen heeft echter de Russische Revolutie plaatsgevonden en wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van de Sovjetoverheersing. Om hieraan te ontvluchten reist hij met zijn familie naar een oud buitenverblijf in de Oeral. Om de verveling te verdrijven bezoekt hij op zeker ogenblik de bibliotheek van de naburige stad. Hij ontmoet er Lara opnieuw. Dit keer bieden ze geen weerstand aan elkaars genegenheid en geven ze zich volledig over aan hun liefde. Bij een van deze tripjes naar de stad wordt hij echter onderschept door een groepje revolutionairen die hem verplichten om zich als dokter bij hen aan te sluiten. Na enkele jaren gediend te hebben bij deze revolutionairen, deserteert hij en keert hij terug naar het huis van Lara. Hij ontdekt dat zijn echtgenote Tonja is verdwenen en besluit om samen met Lara in het door de revolutionairen geconfisqueerde buitenverblijf te gaan wonen.

Op een zeker ogenblik duikt Komarovski weer op en vertelt hen dat de revolutionairen op de hoogte zijn van hun schuilplaats en hen willen doden. Hij biedt aan om hen naar het buitenland in veiligheid te brengen. Joeri overtuigt Lara om met Komarovski te vertrekken en belooft haar dat hij hen zo spoedig mogelijk zal volgen. In plaats daarvan keert hij echter terug naar Moskou om er zijn echtgenote Tonja en zijn kind te zoeken. Hij sterft er aan een gebroken hart.

Openingszin[bewerken]

Zij liepen en liepen maar door en zongen «Eeuwige herinnering», en steeds als zij ophielden leek het, alsof hun benen, de paarden, de windvlagen op hun eigen ritme doorgingen met zingen.

Films[bewerken]

Het boek werd in 1965 verfilmd door Metro-Goldwyn-Mayer (MGM) met Carlo Ponti als producer en David Lean[1] als regisseur en Omar Sharif in de hoofdrol Doctor Zjivago. Deze film is een van de meesterwerken uit de filmgeschiedenis.[2] In 2002 werd een nieuwe verfilming gemaakt door Granada International naar een script van scenarioschrijver Andrew Davies.

Nederlandse boekuitgaven[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties