Nobelprijs voor de Literatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sully Prudhomme (1839–1907), een Frans dichter, kreeg als eerste de Nobelprijs voor de Literatuur in 1901 voor zijn poëtische composities, die blijk geven van optimistisch idealisme, artistieke perfectie en een zeldzame combinatie van de kwaliteiten van hart en intellect.

De Nobelprijs voor de Literatuur wordt jaarlijks toegekend aan een auteur, die, in de woorden van Alfred Nobel, het meest opmerkelijke werk met een idealistische trend heeft geschreven. Het werk refereert hier aan het oeuvre van de auteur in het geheel en niet aan een werk specifiek, alhoewel er soms wel een afzonderlijk werk wordt aangehaald bij de uitreiking van de prijs. De Zweedse Academie beslist elk jaar wie de prijs toegekend krijgt en publiceert deze naam rond begin oktober.

Het originele citaat van deze Nobelprijs heeft geleid tot veel controverse. Het originele Zweedse woord idealisk kan vertaald worden in idealistisch of ideaal. In de eerste jaren handelde het Nobelcomité hierin tamelijk willekeurig en liet het enkele wereldvernieuwende schrijvers zoals Leo Tolstoj en Henrik Ibsen links liggen, waarschijnlijk omdat hun werken niet idealistisch genoeg waren. Later werd de verwoording veel vrijer geïnterpreteerd en werd de prijs toegekend aan auteurs voor blijvende literaire verdiensten. De keuze van de academie kan nog altijd zorgen voor controverse en dan vooral voor de keuze van minder bekende schrijvers (of schrijvers die werken in avant-gardevormen) zoals Dario Fo in 1997 en Elfriede Jelinek in 2004.

De Nobelprijs is niet de enige maatstaf voor literaire voortreffelijkheid en duurzaamheid. Critici van de Nobelprijs verwijzen naar de vele prominente schrijvers die nooit zijn bekroond, zoals Harry Mulisch[1], of zelfs maar genomineerd.

Nominatieprocedure[bewerken]

Elk jaar doet de Zweedse Academie een oproep om mensen te nomineren voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Leden van de Academie, leden van literaire academiën en verenigingen, professoren in taal- of letterkunde, oud-Nobelprijswinnaars en voorzitters van schrijversorganisaties mogen een kandidaat nomineren. Het is iemand niet toegestaan om zichzelf te nomineren.

Duizenden oproepen worden ieder jaar gedaan, waarvan er ongeveer vijftig beantwoord worden. Deze moeten ten laatste voor 1 februari aangekomen zijn bij de Academie, waarna de voorstellen onderzocht worden door het Nobelprijscomité. Tegen april beperkt de Academie het aantal kanshebbers tot ongeveer twintig en in de zomer blijven er nog maar vijf namen over. In oktober van hetzelfde jaar stemmen leden van de Academie en diegene met meer dan de helft van de stemmen mag zichzelf winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur noemen. Dit proces is gelijkaardig aan dat van de andere Nobelprijzen.

Het prijzengeld is niet hetzelfde gebleven sinds de inauguratie, maar is vandaag de dag toch goed voor zo'n 10 miljoen Zweedse kronen (iets meer dan een miljoen euro). De winnaar krijgt ook een gouden medaille en een Nobel-diploma.

Lijst van bekroonde schrijvers[bewerken]

De Nobelprijs voor de Literatuur zoals ingesteld door Alfred Nobel is vanaf 1901 door de Zweedse Academie toegekend aan:

Jaar Taal Naam Reden
1901 Frans Sully Prudhomme Voor zijn poëtische composities, die blijk geven van optimistisch idealisme, artistieke perfectie en een zeldzame combinatie van de kwaliteiten van hart en intellect.
1902 Duits Theodor Mommsen Voor de grootste levende historische schrijver, in het speciaal voor zijn monumentale werk, Geschiedenis van Rome.
1903 Noors Bjørnstjerne Bjørnson Voor zijn edele, prachtige en veelzijdige poëzie, die zich onderscheidt in frisheid van inspiratie en zeldzame pure spiritualiteit.
1904 Occitaans Frédéric Mistral Als erkenning voor de frisse originaliteit en ware inspiratie van zijn poëtische oeuvre, die het natuurlijke decor en het oorspronkelijke karakter van zijn volk trouw weerspiegelt en bovendien ook voor zijn belangrijke werk als Provençaals filoloog.
1904 Spaans José Echegaray y Eizaguirre Als erkenning voor de vele en briljante composities die, op een eigen en originele manier, de grootse tradities van het Spaanse drama hebben doen herleven.
1905 Pools Henryk Sienkiewicz Voor zijn uitzonderlijke verdiensten als schrijver van epos.
1906 Italiaans Giosuè Carducci Niet enkel voor zijn uitdiepende en kritische onderzoeken, maar vooreerst als erkenning van de creatieve energie, de frisse stijl en de lyrische kracht die zijn poëtische meesterwerken zo typeren.
1907 Engels Rudyard Kipling Als erkenning voor zijn observatievermogen, de originaliteit van zijn verbeelding, de kracht van zijn ideeën en zijn opmerkelijke talent voor het vertellen; eigenschappen die het werk van deze wereldberoemde auteur kenmerken.
1908 Duits Rudolf Christoph Eucken Als erkenning voor zijn welgemeende zoektocht naar de waarheid, zijn scherpzinnige denken, zijn brede wereldbeeld en de warmte en kracht waarmee hij in zijn verschillende werken een idealistische filosofie van het leven heeft ontwikkeld en rechtvaardigt.
1909 Zweeds Selma Lagerlöf Als waardering voor het imposante idealisme, de levendige fantasie en de spirituele perceptie die haar werken karakteriseert.
1910 Duits Paul Heyse Als waardering voor het geperfectioneerde artistieke talent, gevuld met idealisme, wat hij tentoonspreidde in zijn lange en productieve carrière als poëet, toneelschrijver, auteur en schrijver van wereldberoemde korte verhalen.
1911 Frans Maurice Maeterlinck Als erkenning voor zijn veelzijdige literaire bezigheden en in het bijzonder voor zijn drama's, die zich onderscheiden door een overvloed aan verbeelding en poëtische verfijndheid die, soms onder het mom van een sprookje, een grote bron van inspiratie zijn, terwijl ze tevens op mysterieuze wijze een beroep doen op de gevoelens van de lezer en diens verbeelding stimuleren.
1912 Duits Gerhart Hauptmann Hoofdzakelijk als erkenning voor zijn productieve, gevarieerde en buitengewone creaties in het domein van de dramatiek.
1913 Bengaals, Engels Rabindranath Tagore Wegens zijn diepgevoelige, frisse en mooie vers, met welke hij zijn poëtische gedachten, uitgedrukt in zijn eigen Engelse woorden, een onderdeel van de Westerse literatuur gemaakt heeft.
1914 Geen Nobelprijs uitgereikt
1915 Frans Romain Rolland Als erkenning voor het indrukwekkende idealisme in zijn literaire werken en de sympathie en liefde voor de waarheid waarmee hij verschillende mensen heeft beschreven.
1916 Zweeds Verner von Heidenstam Als erkenning voor zijn toonaangevende vertegenwoordiging in een nieuw tijdperk binnen de literatuur.
1917 Deens Karl Adolph Gjellerup Voor zijn veelzijdige en rijke poëzie, die zich liet inspireren door nobele idealen.
1917 Deens Henrik Pontoppidan Voor zijn authentieke beschrijvingen van het tegenwoordige leven in Denemarken.
1918 Geen Nobelprijs uitgereikt
1919 Duits Carl Spitteler Ter appreciatie van zijn epos Olympischer Frühling (Olympische Lente).
1920 Noors Knut Hamsun Voor zijn monumentale werk Markens Grøde (Nederlandse titel: Hoe het groeide)
1921 Frans Anatole France Als erkenning voor zijn briljante literaire verwezenlijkingen, die gekenmerkt zijn door nobele stijl, een diepgewortelde menselijke sympathie en een echt Gallisch temperament.
1922 Spaans Jacinto Benavente Voor de optimistische manier waarop hij de welgekende traditie van het Spaanse drama voortzette.
1923 Engels William Butler Yeats Voor zijn immer geïnspireerde poëzie die op een artistieke wijze uiting geeft van de ziel van een geheel volk.
1924 Pools Władysław Reymont Voor zijn grootse nationale epos Chłopi (bekend onder de Engelse titel The Peasants).
1925 Engels George Bernard Shaw Voor zijn werk dat wordt gekarakteriseerd door zowel idealisme als humaniteit en het stimulerende satire dat vaak wordt ingegeven door een enkele poëtische schoonheid.
1926 Italiaans Grazia Deledda Voor haar idealistisch geïnspireerde werken die een glashelder beeld schetsen van het leven op het eiland waar ze opgroeide en die met diepgang en sympathie ingaan op de menselijke problemen over het algemeen.
1927 Frans Henri Bergson Als erkenning van zijn rijk en energieke ideeën en de briljante vaardigheid waarmee deze voorgesteld werden.
1928 Noors Sigrid Undset Hoofdzakelijk voor haar machtige beschrijvingen van het Scandinavische leven in de middeleeuwen.
1929 Duits Thomas Mann Voornamelijk voor zijn grootse roman Buddenbrooks, die voortdurend aan erkenning heeft gewonnen als een van de klassiekers van de hedendaagse literatuur.
1930 Engels Sinclair Lewis Voor zijn kunstige doortastende en beeldende beschrijven en zijn begaafdheid om, met humor en scherpzinnigheid, nieuwe karakters te creëren.
1931 Zweeds Erik Axel Karlfeldt Voor zijn poëtisch werk.
1932 Engels John Galsworthy Voor zijn onderscheidende vermogen tot vertellen dat hij naar de hoogste vorm brengt in The Forsyte Saga.
1933 Russisch Ivan Boenin Voor de strikte kunstzinnigheid waarmee hij de klassiek Russische traditie in proza voortzet.
1934 Italiaans Luigi Pirandello Voor zijn gedurfde en geniale reveil van dramatische en pittoreske kunst.
1935 Geen Nobelprijs uitgereikt
1936 Engels Eugene O'Neill Voor de kracht, eerlijkheid en diepe emoties van zijn dramatische werken, die een origineel tragedie-concept belichamen.
1937 Frans Roger Martin du Gard Voor de artistieke kracht en waarheid waarmee hij menselijke conflicten verbeelde evenals sommige fundamentele aspecten van het eigentijdse leven in zijn verhalenbundel Les Thibault
1938 Engels Pearl S. Buck Voor haar rijke en waarlijk epische beschrijvingen van het boerenleven in China en voor haar biografische meesterwerken.
1939 Fins Frans Eemil Sillanpää Voor zijn diepe begrip van de boerenbevolking in zijn land en de excellentie waarmee hij hun levensstijl en relatie met de natuur heeft geportretteerd.
1940 Geen Nobelprijs uitgereikt
1941 Geen Nobelprijs uitgereikt
1942 Geen Nobelprijs uitgereikt
1943 Geen Nobelprijs uitgereikt
1944 Deens Johannes Vilhelm Jensen Voor de zeldzame kracht en vruchtbaarheid van zijn poëtische fantasie gecombineerd met een intellectuele curiositeit van een moedige wijde blik, frisse creatieve stijl.
1945 Spaans Gabriela Mistral Voor haar lyrische poëzie, geïnspireerd door machtig gevoel, die haar tot symbool van het idealistische streven van de gehele Latijns-Amerikaanse wereld heeft gemaakt.
1946 Duits Hermann Hesse Voor zijn geïnspireerde schrijven welke, wijl groeiende in durf en penetratie, een voorbeeld vormen voor de klassiek menselijke idealen en hoge kwaliteit van stijl.
1947 Frans André Gide Voor zijn begrijpelijke en artistiek significante schrijven, in welke menselijke problemen en condities worden gepresenteerd met een onbevreesde liefde voor de waarheid en scherp psychologisch inzicht.
1948 Engels T.S. Eliot Voor zijn voortreffelijke werk als baanbreker in de hedendaagse poëzie.
1949 Engels William Faulkner Voor zijn krachtige en artistiek unieke bijdrage aan de moderne Amerikaanse roman.
1950 Engels Bertrand Russell Als erkenning voor zijn gevarieerde en significante schrijven waarin hij ijvert voor menselijk idealen en vrijheid van mening.
1951 Zweeds Pär Lagerkvist Voor de artistieke vitaliteit en ware onafhankelijkheid van de geest waarmee hij in zijn poëzie antwoorden tracht te vinden op de eeuwige vragen waarmee de mens wordt geconfronteerd.
1952 Frans François Mauriac Voor het diepe spirituele inzicht en de artistieke intensiteit waarmee hij in zijn romans het drama van het menselijk leven heeft aangeboord.
1953 Engels Winston Churchill Voor zijn meesterschap van historische en biografische beschrijvingen alsmede voor zijn briljante retoriek in het verdedigen van verheerlijkte menselijke waarden.
1954 Engels Ernest Hemingway Voor zijn meesterschap in de kunst van het vertellen, meest recentelijk gedemonstreerd in The Old Man and the Sea en voor de invloed die hij heeft uitgeoefend op de contemporaine stijl.
1955 IJslands Halldór Laxness Voor zijn levendige epische kracht die de grote narratieve kunst van IJsland heeft vernieuwd.
1956 Spaans Juan Ramón Jiménez Voor zijn lyrische poëzie, die in de Spaanse taal een voorbeeld van grote spirituele en artistieke puurheid vormt.
1957 Frans Albert Camus Voor zijn belangrijke literaire productie, die met heldere eerlijkheid de problemen van het menselijk bewustzijn van onze tijd belicht.
1958 Russisch Boris Pasternak (weigerde de prijs) Voor zijn belangrijke prestaties zowel in hedendaagse lyrische poëzie als in het domein van de grote Russische traditie van epos.
1959 Italiaans Salvatore Quasimodo Voor zijn lyrische poëzie, die met klassiek vuur de tragische ervaring van het leven in onze tijd uitdrukt.
1960 Frans Saint-John Perse Voor de sterk gestegen vlucht en de beeldende fantasie van zijn poëzie die op een visionaire manier de eigentijdse condities reflecteert.
1961 Servo-Kroatisch Ivo Andrić Voor de epische kracht waarmee hij de thema's volgde en het lot van de mensheid weergaf, onttrokken aan de geschiedenis van zijn land.
1962 Engels John Steinbeck Voor zijn realistische en creatieve schrijven, dat sympathieke humor en scherpe sociale waarneming combineert.
1963 Grieks George Seferis Voor zijn eminente lyrische schrijven, geïnspireerd door een sterke affiniteit met de Hellenistische cultuurwereld.
1964 Frans Jean-Paul Sartre (weigerde de prijs) Voor zijn werk dat, rijk aan ideeën en gevuld met de bezieling voor vrijheid en de zoektocht naar de waarheid, een verreikende invloed heeft uitgeoefend op onze tijd.
1965 Russisch Michail Sjolochow Voor de artistieke kracht en de integriteit met welke, in zijn epos van de Don, hij uitdrukking heeft gegeven aan een historische fase in het leven van het Russische volk.
1966 Hebreeuws Sjmoeël Joseef Agnon Voor zijn diepgravende karakteristieke verhalende kunst met motieven uit het leven van Joden.
1966 Duits Nelly Sachs Voor haar excellente lyrische en dramatische schrijven, die het lot van Israël met aangrijpende kracht interpreteert.
1967 Spaans Miguel Ángel Asturias Voor zijn levendige literaire verwezenlijking, diepgeworteld in de nationale karakteristieken en tradities van de Indiaanse bevolking van Latijns-Amerika.
1968 Japans Yasunari Kawabata Voor zijn verhalend meesterschap, dat met grote gevoeligheid de essentie van de Japanse geest uitdrukt.
1969 Frans, Engels Samuel Beckett Voor zijn schrijven, dat - in nieuwe vormen voor roman en theater - in de armoede van de moderne mens zijn ware hoogte bereikt.
1970 Russisch Aleksandr Solzjenitsyn Voor de ethische kracht waarmee hij de onmisbare tradities van de Russische literatuur nastreefde.
1971 Spaans Pablo Neruda Voor een poëzie die met de energie van een elementaire kracht het lot en de dromen van een continent tot leven brengt.
1972 Duits Heinrich Böll Voor zijn schrijven dat door zijn combinatie van een breed perspectief op zijn tijd en een fijnzinnige vaardigheid in karakterisering heeft bijgedragen aan de vernieuwing van de Duitse literatuur.
1973 Engels Patrick White Voor een episch en psychologisch verhalende kunst die een nieuw continent geïntroduceerd heeft in de literatuur.
1974 Zweeds Eyvind Johnson Voor een verhalende kunst, scherpzichtig in landen en tijden, in dienst van de vrijheid.
1974 Zweeds Harry Martinson Voor vertellingen die de dauwdruppel vatten en de kosmos weerspiegelen.
1975 Italiaans Eugenio Montale Voor zijn onderscheidende poëzie welke, met grote artistieke gevoeligheid, menselijke waarden heeft geïnterpreteerd bij een toekomstbeeld op het leven zonder illusies.
1976 Engels Saul Bellow Voor het menselijk begrip en de subtiele analyse van contemporaine cultuur die in zijn werk worden gecombineerd.
1977 Spaans Vicente Aleixandre Voor een creatief poëtisch schrijven dat de menselijke conditie in de kosmos en de hedendaagse maatschappij belicht, tegelijkertijd de grote vernieuwing van de tradities in de Spaanse poëzie tussen de oorlogen vertegenwoordigend.
1978 Jiddisch Isaac Bashevis Singer Voor zijn gepassioneerde verhalende kunst welke, met wortels in de Pools-Joodse culturele traditie, universele menselijke condities tot leven brengt.
1979 Grieks Odýsseas Elýtis Voor zijn poëzie, welke, tegen de achtergrond van de Griekse traditie, met wellustige kracht en intellectuele helderheid de strijd van de moderne man voor vrijheid en creativiteit uiteenzet.
1980 Pools Czesław Miłosz Die met compromisloos inzicht de menselijke conditie in een wereld van sterke conflicten vertolkt.
1981 Duits Elias Canetti Voor werken die gekenmerkt zijn door ruimdenkendheid, vindingrijkheid en artistieke kracht.
1982 Spaans Gabriel García Márquez Voor zijn romans en korte verhalen, waarin het fantastische en het realistische zijn gecombineerd in een uitgebreid gecomponeerde verbeeldingswereld, welke het leven en de conflicten van een continent weerspiegelt.
1983 Engels William Golding Voor zijn romans welke, met de luciditeit van realistisch verhalende kunst en de diversiteit en universaliteit van mythen, de menselijke conditie in de hedendaagse wereld verlichten.
1984 Tsjechisch Jaroslav Seifert Voor zijn poëzie die begiftigd met frisheid en vindingrijkheid een verlossend beeld van de ontembare geest en veelzijdigheid van de mens verschaft.
1985 Frans Claude Simon Wie in zijn roman de creativiteit van poëet en schilder combineert met een dieper besef van tijd in het afbeelden van de menselijke conditie.
1986 Engels Wole Soyinka In een breed cultureel perspectief en met poëtische boventoon het drama van het bestaan gestalte geeft.
1987 Russisch, Engels Joseph Brodsky Voor een alles omarmend auteurschap, geïmpregneerd met een helderheid van denken en poëtische intensiteit.
1988 Arabisch Nagieb Mahfoez Die door geschakeerde werken - soms scherpzinnig realistisch, soms suggestief ambigue - een Arabische romankunst van algemeen menselijke waarde heeft gevormd.
1989 Spaans Camilo José Cela Voor rijk en intensief proza, dat met ingehouden compassie een uitdagende visie op de kwetsbaarheid van de mens vormt.
1990 Spaans Octavio Paz Voor gepassioneerd schrijven met een brede horizon, gekenmerkt door een weelderige intelligentie en humanistische integriteit.
1991 Engels Nadine Gordimer Die door haar magnifieke epos schrijven - in de woorden van Alfred Nobel - van zeer grote waarde is geweest voor de mensheid.
1992 Engels Derek Walcott Voor een poëtisch oeuvre met grote helderheid, gedragen door een historische visie die uit een multicultureel engagement is voortgekomen.
1993 Engels Toni Morrison Die in romans gekarakteriseerd door visionaire kracht en poëtische inbreng een wezenlijke kant van de Amerikaanse werkelijkheid tot leven brengt.
1994 Japans Kenzaburo Oë Die met poëtische kracht een fantasiewereld schept waarin leven en mythe verdicht worden tot een schokkend beeld van de huidige menselijke situatie.
1995 Engels Seamus Heaney Voor werken van lyrische schoonheid en ethische diepte, die alledaagse wonderen en het levende verleden tot uitdrukking brengen.
1996 Pools Wisława Szymborska Voor poëzie die met ironische precisie de historische en biologische context aan het licht laat komen in fragmenten van de menselijke werkelijkheid.
1997 Italiaans Dario Fo Die in navolging van middeleeuwse hofnarren de macht geselt en de waardigheid van de onderdrukten hoog houdt.
1998 Portugees José Saramago Die met parabelen gedragen door verbeelding, compassie en ironie steeds weer de vluchtige werkelijkheid tastbaar maakt.
1999 Duits Günter Grass Wiens dartele zwarte fabels het vergeten gezicht van de geschiedenis portretteren.
2000 Chinees Gao Xingjian Voor een oeuvre van universele validiteit, bittere inzichten en taalkundige vindingrijkheid, dat nieuwe paden voor de Chinese roman en het Chinese toneel heeft geopend.
2001 Engels V.S. Naipaul Voor het verenigen van scherpzinnige vertelling en onkreukbare waarneming in werken die ons de aanwezigheid van de verdrongen geschiedenis dwingen in te zien.
2002 Hongaars Imre Kertész Voor zijn werk dat de broze ervaring van het individu hooghoudt tegen de barbaarse willekeur van de geschiedenis.
2003 Engels J.M. Coetzee Die in ontelbare vermommingen gestalte geeft aan de overrompelende betrokkenheid van het outsiderschap.
2004 Duits Elfriede Jelinek Voor haar muzikale stroom van stemmen en tegenstemmen in haar romans en toneelstukken die met een buitengewoon taalkundige geestdrift de absurditeit en onderwerpende kracht van de maatschappelijke clichés blootleggen.
2005 Engels Harold Pinter Die in zijn toneelstukken de afgrond onder het alledaagse gezwets blootlegt en die de gesloten deur waarachter onderdrukking heerst loswrikt.
2006 Turks Orhan Pamuk Die in zijn zoektocht naar de melancholieke ziel van zijn geboortestad nieuwe symbolen voor de botsing en verstrengeling van culturen heeft ontdekt.
2007 Engels Doris Lessing Die heldendichteres van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving heeft bestudeerd.
2008 Frans J.M.G. Le Clézio Auteur van nieuwe vertrekpunten, poëtische avonturen en sensuele extase, ontdekker van een humaniteit buiten en onder de heersende beschaving.
2009 Duits Herta Müller Die met poëtische verdichting en prozaïsche zakelijkheid het landschap van de ontheemden optekent.
2010 Spaans Mario Vargas Llosa Voor het in kaart brengen van machtsstructuren en voor zijn scherpzinnige beelden van het verzet, de revolte en de nederlaag van het individu.
2011 Zweeds Tomas Tranströmer Omdat hij met zijn verdichtende, doorschijnende beelden ons een nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid.
2012 Chinees Mo Yan Die met zinsbegoochelend realisme in zijn volksverhalen verleden en heden doet versmelten.
2013 Engels Alice Munro Meester van het hedendaagse korte verhaal.

Controverses[bewerken]

De Literatuurprijs heeft een lange geschiedenis van controverses. Van 1901 tot 1912 werd het Comité gekenmerkt door een enge interpretatie van het woord idealisk, waardoor Leo Tolstoj, Henrik Ibsen en Émile Zola geen kans maakten. Gedurende Wereldoorlog I en de daaropvolgende jaren koos het Comité voor neutraliteit; ze bevoordeelde schrijvers afkomstig uit andere neutrale landen.

Er wordt gesuggereerd dat W.H. Audens lauw onthaalde (maar goed verkopende) vertaling van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede van 1961, Dag Hammarskjöld's Vägmärken (Markings in het Engels), gepaard met uitspraken over Hammarskjöld tijdens een tour door Scandinavië, die insinueerden dat Hammarskjöld (evenals Auden) homoseksueel was, Auden een kans kostte op de Nobelprijs.

De winnaar van 1970, de Rus Aleksandr Solzjenitsyn, woonde de uitreikingsceremonie niet bij uit angst dat hij niet zou mogen terugkeren naar Rusland, waar zijn werken clandestien circuleerden. Omdat de Zweedse regering weigerde de ceremonie te laten plaatsvinden in de Zweedse ambassade te Moskou, weigerde Solzjenitsyn de prijs helemaal. Hij vond dat de voorwaarden van de Zweden een blaam waren op de Nobelprijs zelf. Toen Solzjenitsyn de prijs in 1974 toch aanvaardde, werd hij gearresteerd en verbannen uit Rusland.

In 1974 waren Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow genomineerd, maar ze moesten het onderspit delven voor een gedeelde prijs aan twee Zweedse auteurs, Eyvind Johnson en Harry Martinson, die zelf juryleden waren. Bellow zou de prijs winnen in 1976, maar noch Greene, noch Nabokov zouden de eer krijgen de prijs te winnen.

De winnaar Dario Fo in 1997 werd oorspronkelijk nogal als een lichtgewicht beschouwd omdat hij een acteur was en gecensureerd werd door de Rooms Katholieke Kerk. Volgens Fo's Londense uitgever waren Salman Rushdie en Arthur Miller de favorieten, maar de organisatoren dachten dat het te voorspelbaar zou zijn, dat ze te populair waren.

De keuze van de winnaar in 2004, Elfriede Jelinek veroorzaakte kritiek in de Academie zelf. Knut Ahnlud, die sinds 1996 geen actieve rol meer speelde in de Academie, beschouwde het als een onherstelbare blaam op de reputatie van de Nobelprijs voor de Literatuur.

Veel critici en lezers menen dat de literaire kwaliteiten niet het enige criterium zijn. In een bepaalde periode was het Comité bijvoorbeeld enorm geïnteresseerd in Duitse literatuur. Heinrich Böll heeft de prijs gekregen, maar Bertolt Brecht daarentegen niet.

Critici vragen zich af of het bij toekenning van een prijs met zulk een reputatie niet een basiscriterium zou moeten zijn: het onmiskenbaar ingenomen hebben van een plek binnen de wereldliteratuur. De lijst met winnaars overziend kunnen daar in veel gevallen vraagtekens bij worden geplaatst. Daarentegen bevinden vele andere grote schrijvers uit de 20e eeuw, mannen zowel als vrouwen, zich niét tussen de laureaten: James Joyce, Franz Kafka, Marcel Proust, Robert Musil, Vladimir Nabokov, Virginia Woolf, Anna Achmatova,Ernst Jünger, Simon Vestdijk enzovoort.

De balans is bovendien slecht voor regio's die minst bevoordeeld worden door het Comité. Slechts één zwarte Afrikaanse schrijver, Wole Soyinka mag zich Nobelprijswinnaar noemen. Andere auteurs daarentegen, zoals Ngugi wa Thiong'o, Chinua Achebe of Nuruddin Farah, werden niet bekroond.

Trivia[bewerken]

  • De oudste persoon die tot nu toe de Nobelprijs voor de Literatuur ontving is Doris Lessing. Zij was 88 toen zij de Nobelprijs in december 2007 in ontvangst nam. De jongste was Rudyard Kipling. Hij was 42 toen hij in 1907 de Nobelprijs ontving.
  • Mommsen is de laureaat die het vroegst geboren is (30 november 1817). De meest recent geboren laureaat is Mo Yan, die op 17 februari 1955 geboren is.
  • De langst levende laureaat is Bertrand Russell die 97 jaar oud werd. De kortst levende laureaat is Albert Camus die stierf bij een verkeersongeluk op de leeftijd van 46 jaar. Hij ontving de Nobelprijs drie jaar eerder.
  • Tv- en radiopersoonlijkheid Gert Fylking startte de traditie om Äntligen (Zweeds voor eindelijk) te roepen bij de bekendmaking van de Nobelprijswinnaar, als protest op de nominatie van de bij het grote publiek min of meer onbekende schrijvers. Fylking is ondertussen al gestopt met zijn 'grap', maar de traditie wordt door anderen voortgezet.
  • De Vlaamse schrijver Louis Paul Boon had een uitnodiging om op 11 mei 1979 de Zweedse ambassade te bezoeken, maar hij overleed de dag ervoor aan zijn schrijftafel. De enig denkbare reden voor de uitnodiging kan zijn geweest Boon te vertellen dat hem de Nobelprijs was toegekend.[2]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties