Ernest Hemingway

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar Ernest Hemingway
Ernest Miller Hemingway
Ernest Hemingway 1923 passport photo.jpg
Algemene informatie
Geboren 21 juli 1899, Oak Park (Illinois)
Overleden 2 juli 1961, Ketchum (Idaho)
Land Verenigde Staten
Handtekening Handtekening
Werk
Jaren actief 1923-1961
Genre fictie
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Ernest Miller Hemingway (Oak Park (Illinois), 21 juli 1899Ketchum (Idaho), 2 juli 1961) was een Amerikaans schrijver en journalist die in 1953 de Pulitzerprijs (literatuur) won met The Old Man and the Sea en in 1954 de Nobelprijs voor de Literatuur ontving. Hemingway produceerde de meeste van zijn werken tussen het midden van de jaren 1920 en het midden van de jaren 1950. Zijn sobere, uit de journalistiek ontstane schrijfstijl stond in sterk contrast met zijn imago van avonturier en zijn turbulent persoonlijk leven, en zou grote invloed uitoefenen op het moderne Amerikaanse en Europese proza. Tijdens zijn laatste levensjaren leed hij aan zware depressies. Toen hij zich op 2 juli 1961 van het leven benam met zijn favoriete geweer, liet hij drie kinderen na, onder wie één zoon (John) met Hadley Richardson, en twee zonen met Pauline Pfeiffer (Patrick en Gregory). Zijn literaire nalatenschap is van blijvende waarde: zijn belangrijkste werken zijn nooit uit druk geweest.

Leven en werk[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Geboortehuis van Hemingway in Oak Park.

Ernest Miller Hemingway werd geboren om 8 u 's morgens op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois, een voorstad van Chicago. Zijn vader, Clarence Edmonds Hemingway, was een gynaecoloog, en zijn moeder, Grace Hall, was een muzieklerares en voormalig uitvoerend artieste die nu zang- en muzieklessen gaf aan kinderen uit de buurt. Beiden waren goed opgeleid en zeer gerespecteerd binnen de conservatieve gemeenschap van Oak Park. Na hun huwelijk woonden Clarence en Grace Hemingway korte tijd bij Graces vader Ernest Hall, die ook de naamgever zou worden van hun eerste zoon. Later zou Ernest Hemingway zeggen dat hij een hekel aan zijn voornaam, die hij in verband bracht met de naïeve, zelfs dwaze held van Oscar Wildes toneelstuk The Importance of Being Earnest . Hemingway had vijf broers en zussen. Marcelline (1898) was zijn oudere zuster, en na hem werden Ursula (1902), Madelaine (1904), Carol (1911) en Leicester (1915) geboren. Het gezin verhuisde uiteindelijk naar een woning met zeven kamers in een respectabele buurt, met een muziekstudio voor Grace en een medisch kantoor voor Clarence.

Foto van het gezin Hemingway in 1905; vanaf links: Marcelline, Madelaine, Clarence, Grace, Ursula en Ernest

Grace kleedde de enige jongen van het gezin als een meisje, iets dat niet zo ongewoon was in die tijd en in haar milieu. Zo knipte ze zijn haren pas toen hij zes jaar oud was. De moeder van de jonge Ernest ging hier wel erg ver in, en noemde haar jongen bijvoorbeeld "Dutch dolly". Biografen vermoeden dat deze vreemde relatie Hemingway heeft getekend voor het leven. Het erotisch beladen motief van het knippen van het haar van een jongen zou later in Hemingways verhalen verschillende keren opduiken, zoals in The Garden of Eden. Opvallend is ook dat in een aantal verhalen mannen voorkomen die om de een of andere reden impotent zijn geworden en wanhopig proberen hun mannelijkheid te herwinnen, zoals de stervende schrijver in The Snows of Kilimanjaro. Tegen zijn vrienden, onder meer tegen John Dos Passos, zei Hemingway als volwassene dat hij zijn moeder haatte, en als hij het over haar had sprak hij over "that bitch". Zijn neef John Sanford, Marcellines zoon en nu een academisch onderzoeker, denkt daar echter anders over. Hij zei in een interview dat Hemingways nare woorden over zijn moeder slechts een 'cover-up' waren voor zijn diepe liefde voor haar, en een gevolg van zijn bitterheid omdat ze de onderwerpen waar hij over schreef maar niets vond.[1] Hemingways vader Clarence had waarden die van zijn congregationalistische koloniale voorouders vandaan kwamen en verbood dansen, drinken, gokken en roken. Deze zware, breedgeschouderde man hield in tegenstelling tot zijn vrouw vast aan een strikte discipline en sloeg Ernest zo nodig zelfs met de leren riem waarmee hij zijn scheermes sleep. Het motief van de gevoelloze dokter dook op in een van Hemingways eerste verhalen, The Doctor and Te Doctor's Wife. Daarin komen dialogen voor tussen de dokter en zijn vrouw waarmee Hemingway herinneringen lijkt op te halen over werkelijke gesprekken die tussen zijn ouders hadden plaatsgevonden.

Hemingways moeder speelde vaak concerten in en rond het dorp. Ernest had niet veel aanleg voor muziek, maar op aandringen van zijn moeder leerde hij cello spelen. Dat zorgde voor heel wat spanningen, al gaf hij later toe dat de muzieklessen nuttig waren gebleken voor zijn schrijven. De familie bezat een zomerhuis met de naam 'Windemere' aan Walloon Lake, in de buurt van Petoskey, Michigan, waar hij vanaf zijn vierde jaar van zijn vader leerde jagen, vissen en kamperen in de bossen en meren van Noord-Michigan. Het was toen dat hij een passie kreeg voor de natuur en het leven in afgelegen, geïsoleerde gebieden.

Van 1913 tot 1917 ging Hemingway naar de Oak Park and River Forest High School, waar hij deelnam aan een aantal sporten, met name boksen, atletiek, waterpolo en voetbal. Hij blonk uit in de lessen Engels en speelde gedurende twee jaar in het schoolorkest met zijn zuster Marcelline. Hij volgde daar ook een cursus journalistiek, onderwezen door Fannie Biggs, die de klas leidde "alsof het een krantenbedrijf was". De betere schrijvers in de klas publiceerden artikels in The Trapeze, de schoolkrant. Zowel Hemingway als Marcelline hebben bij The Trapeze stukken ingediend. Hemingways eerste stuk, gepubliceerd in januari 1916, ging over het lokale optreden van het Chicago Symphony Orchestra. Hij bleef bijdragen leveren aan de Trapeze en de Tabula (schoolkrant en jaarboek), waarbij hij de taal van de sportredacteurs imiteerde en schreef onder het pseudoniem Ring Lardner, Jr. - een knipoog naar Ring Lardner van de Chicago Tribune.

Ernests ouders wilden dat hij naar de universiteit zou gaan. Vooral zijn vader had gehoopt dat zijn zoon in zijn voetsporen zou treden door eerst naar Oberlin College in Ohio te gaan en en vervolgens naar de medische school om dokter te worden. Op een gegeven moment heeft Hemingway zich blijkbaar voorgenomen om in journalistiek af te studeren aan de Universiteit van Illinois. In de herfst van 1917 besloot hij echter om de baan aan te nemen die zijn oom Tyler Hemingway voor hem had geregeld op de krant The Kansas City Star. Hoewel hij er slechts enkele maanden verbleef, beriep hij zich later op de stijlgids van de Star als basis voor zijn schrijven: "Gebruik korte zinnen; Gebruik een korte eerste alinea; Gebruik krachtig Engels; Wees positief, niet negatief..."[2]

1917-1918: vrijwilliger voor het Rode Kruis[bewerken]

Ernest Hemingway in Milaan, herstellend van zijn verwondingen (1918).

Tot 1917 was de Verenigde Staten erin geslaagd om uit de Eerste Wereldoorlog te blijven, maar in april 1917 schaarde het zich aan de zijde van de geallieerden om de Duitsers en Oostenrijkers te bestrijden. Hemingway wilde dienst nemen, maar werd geweigerd vanwege een slecht linkeroog. Toen in de winter van 1917 het Rode Kruis campagne voerde om Amerikaanse vrijwilligers te ronselen die op het Italiaanse front met ambulances wilden rijden, ging Hemingway daar enthousiast op in. Later loog hij over deze tijd, en beweerde voor het Italiaanse leger te hebben gevochten. In werkelijkheid bracht hij slechts een drietal weken door als ambulancechauffeur in Italië. Toen hij in Europa aankwam ging Hemingway eerst naar Parijs, tot hij begin juni de opdracht kreeg om naar Milaan te gaan. Op de dag van zijn aankomst kreeg hij meteen zijn vuurdoop: in een ontploft munitiedepot moest hij verminkte lichamen en lichaamsdelen naar een geïmproviseerd mortuarium brengen. Twee dagen later werd hij naar een ambulance-eenheid in het plaatsje Scho gestuurd, waar hij ging werken als ambulancechauffeur. Op 8 juli 1918, pas enkele weken na zijn aankomst, werd hij aan zijn been gewond door granaatscherven, op het ogenblik dat hij chocolade en sigaretten aan Italiaanse soldaten langs de rivier de Piave uitdeelde. Volgens Ted Brumback (een andere ambulancechauffeur), die een brief schreef aan Hemingways vader, kreeg Hemingway meer dan 200 scherven in zijn benen, maar slaagde er ondanks deze verwondingen toch in om een andere gewonde soldaat naar de Eerste Hulppost te brengen. Onderweg werd hij dan nog eens in zijn benen getroffen door verschillende machinegeweerkogels. Voor deze daad van zelfopoffering kreeg hij later de Italiaanse Zilveren Medaille voor Heldenmoed. De verwonding aan zijn rechterknie was zo ernstig dat hij vreesde dat het been zou moeten worden geamputeerd. Herstellend van zijn verwondingen in een ziekenhuis in Milaan, werd Hemingway verliefd op Agnes von Kurowsky, een goed opgeleide Amerikaanse verpleegster die acht jaar ouder was dan hij. Hemingway zou deze romance later in zijn roman A Farewell to Arms verwerken.

Tijdens zijn dienst als Rode Kruisambulancier werd Hemingway bevriend met kapitein Jim Gamble. Deze bood hem aan om te betalen voor een gezamenlijke reis door Europa die een jaar zou duren, maar Agnes wilde trouwen en drong erop aan dat Hemingway naar de VS terugkeerde om een baan te zoeken. Niet lang na zijn terugkeer schreef Agnes hem echter dat ze verloofd was met een Italiaan.

1919-1921: Toronto en Chicago[bewerken]

Toen Hemingway in januari van 1919 terugkeerde vanuit Italië vond hij Oak Park saai in vergelijking met de oorlogsavonturen, de schoonheid van vreemde landen en de beleefde romantiek met Agnes von Kurowsky. Hij was negentien jaar oud, maar de oorlog had hem voor zijn leeftijd vroegrijp gemaakt. Zijn ouders begrepen nooit goed wat hun zoon had meegemaakt. Kort na zijn thuiskomst begonnen ze hem onder druk te zetten om een baan te zoeken of om zijn onderwijs voor te zetten, maar Hemingway kon geen interesse meer opbrengen voor zoiets. Van de 1000 dollar ontvangen verzekeringsuitkeringen voor zijn oorlogswonden kon hij bijna een jaar zonder werk leven. Hij woonde in het huis van zijn ouders en bracht zijn tijd door in de bibliotheek of met thuis lezen. Hij sprak kleine maatschappelijke organisaties toe over zijn oorlogsheldendaden en werd vaak gezien in zijn Rode Kruisuniform, wandelend door de stad.

In september 1919 trok hij samen met middelbare schoolvrienden op een vis- en kampeertocht naar het achterland van Michigans 'Upper Peninsula'. Deze trip werd de inspiratie voor zijn korte verhaal Big Two-Hearted River, waarin het semi-autobiografische personage Nick Adams de eenzaamheid van de ongeschonden natuur opzoekt om na zijn terugkeer uit de oorlog tot rust te komen.

Toen hij een lezing gaf in de openbare bibliotheek van Petoskey in Michigan, werd hij benaderd door Harriett Connable, de vrouw van een stafmedewerker voor het bedrijf van de Woolworth-winkelketen in Toronto. Ze was onder de indruk van zijn atletische verschijning, intelligentie en zelfvertrouwen, en stelde Hemingway voor om haar fysiek zwakke zoon onder zijn hoede te nemen en hem kennis laten maken met de geneugten van lichamelijke activiteiten. Zo werd hij betaald begeleider van de jonge Ralph Connable, wat hem voldoende tijd gaf om zich aan het schrijven te blijven wijden. Eind dat jaar begon hij als freelancer en buitenlands correspondent voor de Toronto Star Weekly. Hij keerde de volgende juni terug naar Michigan en verhuisde vervolgens in september 1920 naar Chicago waar hij met vrienden samenwoonde en verhalen bleef opsturen naar de Toronto Star.

In Chicago werkte Hemingway als mederedacteur van het maandblad Cooperative Commonwealth, waar hij de schrijver Sherwood Anderson ontmoette. Hij maakte in Chicago ook kennis met Hadley Richardson, die vanuit St. Louis de zus van Hemingways kamergenoot kwam bezoeken. Hemingway werd meteen verliefd op haar. Later zou hij over deze eerste ontmoeting zeggen: "Ik wist dat ze het meisje was waarmee ik ging trouwen." Hadley was roodharig, heel zorgzaam, en acht jaar ouder dan Hemingway. Sommige biografen menen dat Hadley hem aan Agnes deed denken, maar Hadley, die opgevoed was door een overbezorgde moeder, gaf een veel minder volwassen indruk. Na een maandenlange correspondentie besloot het koppel te trouwen en naar Europa af te reizen. Ze wilden eerst Rome bezoeken, maar Sherwood Anderson overtuigde hen om voor Parijs te kiezen. Ze trouwden op 3 september 1921. Twee maanden later werd Hemingway ingehuurd als buitenlands correspondent voor de Toronto Star, en het echtpaar vertrok naar Parijs. Op dit punt in zijn leven leek Hemingway alles bereikt te hebben wat hij met Agnes had gewild: de liefde van een mooie vrouw, een comfortabel inkomen, en een avontuurlijk leven in Europa.

1922-1927: Parijs[bewerken]

Ernest Hemingway in de zomer van 1925 in een Spaans café in Pamplona, in het gezelschap van de personen die hij afbeeldde in zijn roman "The Sun Also Rises". Van links naar rechts, zittend: Hemingway, Harold Loeb, Lady Duff Twysden, Hadley, Don Stewart en Pat Guthrie.

Voor de Hemingways naar Frankrijk vertrokken, had Sherwood Anderson zijn vriend Ernest een introductiebrief meegegeven voor de literaire expatriates waarmee Hemingway in contact hoopte te komen. Het koppel betrok in een arme Parijse buurt een appartement in de rue Cardinal Lemoine 74. Hemingway maakte dan gebruik van zijn brief om toegang te krijgen tot de salon van Gertrude Stein en de literaire kring rond Ezra Pound. Op die manier kwam hij weldra ook in contact met Wyndham Lewis, Sylvia Beach, James Joyce en Ford Madox Ford. Hemingway deed zijn best om indruk te maken op zijn nieuwe vrienden, niet in het minst omdat hij besefte dat zij hem konden helpen bij het waarmaken van zijn literaire ambities. Hij werkte hard, en huurde speciaal een kamer in de rue Descartes 39 om daar elke morgen ongestoord te kunnen schrijven. Het was daar dat hij leerde om zichzelf een strak werkschema op te leggen en niet te stoppen voor hij een aantal pagina’s had afgewerkt en precies wist waar hij de volgende morgen over zou moeten schrijven.

Tijdens zijn eerste 20 maanden in Parijs stuurde Hemingway 88 verhalen op naar de Toronto Star. Om verslag te kunnen uitbrengen over de Europese politieke en militaire gebeurtenissen reisde hij veel met de trein. Met name de Grieks-Turkse oorlog leverde hem veel materiaal, en hij schreef scherpe vignetten over de vluchtelingen en vuurpelotons die hij had gezien. Daarnaast boog hij zich in zijn stukken ook over culturele onderwerpen, stierenvechten, tonijnvissen, skiën, bobsleeën, enzovoort.

In december 1922 woonde Hemingway voor de Toronto Star een internationale conferentie bij in het Zwitserse Lausanne. Hij vroeg aan Hadley in een brief om naar hem toe te komen en zijn manuscripten mee te brengen. Toen ze met de trein vanuit Parijs aankwam, bekende ze huilend dat de koffer met de manuscripten van zijn verhalen verloren was gegaan. Hemingway was verpletterd door het nieuws. Het beschadigde voorgoed zijn relatie met Hadley, en later zou hij deze episode in zijn leven evoceren in A Moveable Feast.

In 1923 werd Hemingways eerste kleine boek gepubliceerd: Three Stories and Ten Poems. De verhalen in deze bundel zijn geschreven volgens Hemingways "ijsbergtheorie": door dingen weg te laten in een verhaal maak je het sterker (zie ook "Kill your darlings"). Datzelfde jaar werd Hadley zwanger. Het belette Hemingway niet om met haar de Spaanse stad Pamplona te bezoeken. Ze gingen er naar stierengevechten kijken en Hemingway nam er deel aan de gevaarlijke stierenrennen door de straten van de stad. Hemingway hield er een levenslange fascinatie voor stierengevechten aan over. In juni 1925 brachten ze een groep Amerikaanse en Britse expatriates mee naar Pamplona: Hemingways jeugdvriend Bill Smith, Stewart, Lady Duff Twysden (die net gescheiden was), haar minnaar Pat Guthrie, en Harold Loeb. Een paar dagen na de fiësta, op zijn verjaardag (21 juli), begon Hemingway te schrijven aan The Sun Also Rises, dat hij voltooide in acht weken. Het manuscript bereikte in april 1926 zijn New Yorkse uitgever, en na het corrigeren van de proefversie in Parijs leverde Hemingway het in augustus 1926 af aan Scribner's, die de roman in oktober van dat jaar publiceerde. Met het oog op de geboorte van hun kind verhuisde het paar van hun Parijse zolderkamertje naar Toronto. Ernest bleef werken voor de Toronto Daily Star, maar na het opwindende leventje in Parijs kon hij moeilijk aarden in Toronto. Bovendien liet de nieuwe baas van deze krant hem elke dag langer werken en verplichtte hij Hemingway om verslag uit te brengen over triviale dingen. De druppel die de emmer deed overlopen was de uitbrander die Hemingway van zijn baas kreeg omdat hij zich naar het ziekenhuis had gespoed waar Hadley lag te bevallen, in plaats van eerst zijn stuk voor de krant binnen te brengen. De razende Hemingway nam terstond ontslag en ging bij de Toronto Star Weekly werken. Een paar maanden na de geboorte van hun zoon, John Hadley Nicanor Hemingway, reisde het jonge gezinnetje aan boord van een schip naar Frankrijk af om Hemingways artistieke ambities terug op te nemen.

Kort na zijn terugkeer in Parijs kreeg Hemingway een baan bij een nieuw literair tijdschrift, getiteld The Transatlantic Review. Hierdoor zat hij meteen in het centrum van het literaire en artistieke leven op de linkeroever van de Seine. Ezra Pound had hem bij de uitgever, Ford Madox Ford, aanbevolen als "the finest prose stylist in the world". Als redacteur publiceerde Hemingway er, naast zijn eigen korte verhalen, ook de eerste hoofdstukken van Gertrude Steins boek The Making of Americans, evenals fragmenten uit Joyces Work in Progress (dat later leidde tot Finnegans Wake). In deze periode, 1925-1929, perfectioneerde Hemingway verder de stijl die hem befaamd zou maken.

Ernest en Pauline Hemingway, Parijs, 1927

Hemingways huwelijk met Hadley verslechterde. In het voorjaar van 1926 werd Hadley zich bewust van zijn affaire met Pauline Pfeiffer, een Amerikaanse journaliste die in Parijs voor Vogue werkte. In november vroeg zij een echtscheiding aan, die in januari 1927 officieel werd. Ze verdeelden hun bezittingen en Hemingway trouwde met Pauline Pfeiffer in mei van datzelfde jaar.

De publicatie van The Sun Also Rises bracht Hemingway onmiddellijk succes. Hij had bereikt wat hij altijd al had gewild, literaire faam, maar zag achteraf in dat hij daar ook een prijs voor had moeten betalen. Hij raakte er door het succes van overtuigd dat de turbulente levensstijl van de expatriates die hij in zijn roman beschreef ('Het leven is een feest') ook zelf moest leiden. Hierop terugblikkend zei hij later in zijn memoires: "Dat elke dag een feest moest zijn leek mij een geweldige ontdekking... Toen ze me zeiden: 'Het is geweldig, Ernest. Echt, het is geweldig.' Je kan niet weten wat het met je doet. Ik kwispelde met mijn staart van plezier en dompelde me onder in het fiëstaconcept van het leven."[3]

Pauline werd al snel zwanger, en kort daarna publiceerde Hemingway een tweede verhalenbundel, Men without Women. De jonggehuwden vertrokken op huwelijksreis naar het zuiden van Frankrijk, en maakten een rondreis door verschillende Europese steden. Uiteindelijk belandden ze in Kansas City waar Pauline in juni beviel van Hemingways tweede zoon, Patrick. Hemingway was in Parijs begonnen met A Farewell to Arms, had er aan verder gewerkt in Key West, Piggott en Kansas City, en voltooide het manuscript in augustus 1928 in Wyoming, waar hij met een vriend naartoe was getrokken.

1928-1936: Key West en de Caraïben[bewerken]

Hemingways huis in Key West.
Ernest Hemingway op safari, 1934.

In 1928 verhuisden Hemingway en Pauline naar Key West in Florida. Daar leerde Hemingway de tropen kennen en het diepzeevissen, en deze ervaringen zouden hem later inspireren tot het schrijven van de novelle De oude man en de zee, waarmee hij de Pulitzerprijs won. Het decor mocht dan al prachtig zijn, Hemingway leed erg onder de beslissing die hij had genomen om Hadley en zijn kind te verlaten, en samen met zijn depressies steeg ook zijn drankverbruik in Key West, waar hij veel tijd doorbracht in Sloppy Joe's bar. Zijn alcoholisme verergerde nog toen zijn vader overleed: hij had zelfmoord gepleegd door zichzelf door het hoofd te schieten. Hemingway was diep gekwetst door de wijze waarop zijn vader was gestorven, en zelfmoord werd vanaf dan een meer prominent thema in zijn boeken.

Zijn roman A Farewell to Arms werd eind 1929 gepubliceerd en ontving overwegend lovende kritieken. Het verhaal gaat over een Amerikaans legerofficier die in Eerste Wereldoorlog deserteert en vlucht met een Britse verpleegster. Van het geld dat hij met dit boek verdiende zette hij een gedeelte opzij in een fonds voor zijn moeder.

In maart 1930 begon hij aan de planning van zijn volgende boek, over stierenvechten, dat later als Death in the Afternoon zou worden gepubliceerd. In April 1931 kochten de Hemingways een huis in Key West, en in november beviel Pauline met een keizersnede van haar zoon Gregory. De dokters waarschuwden haar dat een volgend kind haar het leven zou kunnen kosten. De katholieke Pauline wilde geen geboortebeperkende middelen gebruiken, en Hemingway zou het mislukken van dit huwelijk later wijten aan het effect dat haar beslissing had op hun seksleven.

To Have and Have Not, een roman die zich afspeelt tijdens de Grote Depressie in de VS, ontstond uit een kort verhaal waar Hemingway in 1933 aan was begonnen. Van het in 1937 gepubliceerde boek werden in de eerste vijf maanden 38000 exemplaren verkocht, en het bracht Hemingway op de cover van Time Magazine. Gefinancierd door Paulines rijke oom Gus, ondernamen de Hemingways eind 1933 en begin 1934 een safari in Afrika. Deze reis vormde de inspiratie voor twee van Hemingways beste korte verhalen: The Snows of Kilimanjaro en The Short Happy Life of Francis Macomber. Van het geld dat hij met het schrijven van artikelen verdiend had bij het prestigieuze tijdschrift Esquire kocht Hemingway in 1934 een vissersboot, die hij "Pilar" doopte.

Midden jaren dertig deed een nieuw autobiografisch thema zijn intrede in Hemingways werk: dat van de schrijver die zijn talent tracht te behouden onder druk van geld, succes en de verlokkingen van seks. Dit thema is terug te vinden in het reeds genoemde The Snows of Kilimanjaro uit 1936, en op een allegorische manier in The Old Man and the Sea (1952).

Omstreeks 1935 vonden meer en meer van Hemingways lezers en critici dat het werk uit zijn vroege periode nog steeds de moeite waard was, maar dat hij nu over zijn hoogtepunt scheen te zijn. Zijn imago van onvervaard levensgenieter en het machismo dat uit zijn verhalen sprak had niet meer hetzelfde effect op de lezers. Ze namen ook aanstoot aan zijn jacht op groot wild in Afrika, en vonden de boeken die hij daarover schreef smakeloos en zelfs saai. Zo zei een van de critici, Edmund Wilson, dat Hemingway "het enige boek had geschreven waarin Afrika en de dieren saai lijken te zijn."[4] De Spaanse Burgeroorlog zou Hemingway echter terug in de belangstelling brengen.

1937-1943: Spaanse Burgeroorlog en Cuba[bewerken]

Hemingway en zijn derde echtgenote Martha Gellhorn, met generaal Yu Hanmou in China (Chongqing, 1941)

De Spaanse Burgeroorlog duurde van 17 juli 1936 tot 1 april 1939 en was een conflict tussen de Republikeinen, die trouw bleven aan de bestaande Spaanse Republiek, en de Nationalisten, een rebellengroep onder leiding van generaal Francisco Franco.

In 1936 deed NANA, een van de grote nieuwsagentschappen die artikelen leverde aan de kranten, Hemingway het voorstel om naar Spanje te gaan als reporter en verslag uit te brengen over de burgeroorlog. Hemingway ging hier op in. Joris Ivens, een Nederlandse communistische filmmaker, vroeg Hemingway om hem te helpen bij het maken van een documentaire over de oorlog. Hemingway schreef het commentaar bij de film en daaruit bleek dat hij de Republikeinse zaak genegen was. De film kreeg de titel The Spanish Earth ("Spaanse aarde"), en Orson Welles zou de voice-over leveren, maar uiteindelijk was het Hemingway zelf die dit voor zijn rekening nam.

In Spanje begon Hemingway een relatie met Martha Gellhorn, een 28-jarige journaliste die werkte voor The New Republic en Paris Vogue, en ook een roman en een verhalenbundel had gepubliceerd. Ze hadden elkaar voor het eerst ontmoet in 1936 in een bar in Key West, en nu logeerden ze in hetzelfde hotel op dezelfde verdieping. Aanvankelijk verzette ze zich tegen zijn avances. Echter, tijdens een bombardement bevonden ze zich in dezelfde kamer opgesloten, en dat bracht hen dichter bij elkaar. Ze werden verliefd en bleven in Spanje tot 1939.

In oktober 1937 begon Hemingway met het schrijven van The Fifth Column (zijn enige toneelstuk) dat een jaar later zou worden gepubliceerd. Daarin kwam het personage Dorothy Bruggen voor, een onvriendelijke karikatuur van Martha Gellhorn. In 1939 bevond Hemingway zich in Havana, waar hij in februari begon te schrijven aan For Whom the Bell Tolls. Omdat Pauline zich tegen een echtscheiding verzette, kon Hemingway pas in 1940 huwen met Martha Gellhorn. Dat jaar kwam ook For Whom the Bell Tolls uit, en het boek werd een groot succes: de eerste zes maanden werden er reeds een half miljoen exemplaren van verkocht. In dezelfde periode dat hij aan deze roman werkte, was Hemingway ook bezig met twee andere schrijfprojecten: Islands in the Stream en The Garden of Eden, die beide pas postuum zouden verschijnen. Met zijn nieuwe echtgenote trok Hemingway in 1941 naar China om daar samen met haar artikelen over de Chinees-Japanse oorlog te schrijven. Toen ze uitgeput van hun ervaringen terugkeerden naar Cuba, begon Hemingway zijn boot Pilar om te bouwen tot een soort torpedobootjager. Samen met zijn vrienden maakte hij in de Pilar lange tochten in Cubaanse wateren, op zoek naar onderzeeërs. Die vonden ze niet, en ze brachten hun tijd dan maar door met vissen en drinken. Tijdens een kleine ceremonie in juni 1947 aan de Amerikaanse ambassade in Cuba, zou Hemingway niettemin worden bekroond met een "Bronze Star" voor zijn verdienste als oorlogscorrespondent en voor het zich vrijelijk bewegen in gevechtszones onder vuur, ten einde zich een nauwkeurig beeld te kunnen vormen van de condities aldaar. De enige die Hemingway blijkbaar niet kon imponeren met zijn patriottisme en branie was Martha, die haar koffers pakte en alleen naar Europa vertrok. Hemingway reisde pas in de lente van 1944 af naar Londen, waar hij als correspondent de oorlog van dichtbij wilde volgen.

1944-1947: Tweede Wereldoorlog en Europa[bewerken]

Hemingway met kolonel Charles 'Buck' Lanham in Duitsland, 1944, tijdens de slag bij Hürtgenwald. Kort daarop werd hij met een longontsteking opgenomen.

In Londen aangekomen, begon Hemingway artikelen te schrijven over de luchtgevechten en bombardementen. Hij dronk veel en raakte betrokken in een zwaar auto-ongeluk. Martha bezocht hem in het ziekenhuis. Zij minimaliseerde zijn verwondingen en bekritiseerde hem omdat hij dronken betrokken was geweest in een verkeersongeluk. Hemingway, die echt zwaargewond was, voelde zich zeer ontdaan door haar koele en scherpe reactie. Hun relatie zou niet lang meer stand houden. In Londen leerde Hemingway namelijk Mary Welsh kennen, een correspondent van Time magazine die hem tijdens zijn herstel wel de aandacht en zorg schonk waar hij naar scheen te verlangen. De derde keer dat ze elkaar ontmoetten, deed Hemingway haar reeds een huwelijksaanzoek. De bruiloft vond plaats in 1946.

Hemingway was aanwezig bij de landing in Normandië op D-Day, hoewel hij door de legerleiding op een landingsvaartuig moest blijven. Eind juli sloot hij zich aan bij het 22e infanterieregiment onder bevel van kolonel Charles 'Buck' Lanham, dat op weg was naar Parijs. Hij zou ook de leiding hebben genomen van een groepje verzetsstrijders, onder wie oudgedienden uit de Spaanse Burgeroorlog, waarmee hij naar eigen zeggen het Parijse Ritz Hotel bevrijdde (wat echter niet waar was). Door het leiden van een gewapende groep verzetsstrijders had Hemingway echter het Verdrag van Genève geschonden. Als journalist was het hem namelijk uitdrukkelijk verboden om deel te nemen aan militaire acties. Toch ontsnapte hij aan een veroordeling door te beweren dat hij alleen advies had gegeven. Later maakte hij enkele van de zwaarste gevechten tijdens het Ardennenoffensief mee, en ontsnapte volgens vrienden verschillende keren ternauwernood aan de dood. In december 1944 werd hij ernstig ziek, kreeg hoge koorts en moest met een longontsteking worden opgenomen. Voor zijn inspanningen en talent om de lezers een levendig beeld te schetsen van wat zich aan het front afspeelde, werd hij voorgedragen voor een Bronze Star.

1948-1961: Cuba, Nobelprijs[bewerken]

Na de oorlog verbleef Hemingway met Mary een tijdje in Venetië en Torcello alvorens terug te keren naar zijn huis in Cuba. In Venetië was hij verliefd geworden op een jong meisje, Adriana Ivancich, wat hem inspiratie gaf voor zijn verhaal Across the River and Into the Trees over een gepensioneerd brigadegeneraal en zijn relatie met een veel jongere vrouw die hij zijn dochter noemt. Toen het in 1950 door Scribner werd gepubliceerd, hadden Critici geen goed woord over voor het sentimentele verhaal. Gekwetst door de negatieve reacties, nam Hemingway zich voor met een sterke novelle terug te slaan: een eenvoudig, mythisch verhaal over een oude man en een vis. Ditmaal prezen de critici hem de hemel in. Intussen bleef hij ook verre reizen maken. In 1954, tijdens een reis door Afrika, werd Hemingway bijna dodelijk gewond in twee opeenvolgende vliegtuigcrashes. Hij liep onder meer een schedelbreuk en eerstegraads brandwonden op aan zijn hoofd en armen, en schade aan zijn ruggengraat, milt, nieren en lever. Hemingway ontving in 1952 de Pulitzer Prize voor fictie voor The Old Man and the Sea. De novelle verscheen eerst in Life magazine (met vijf miljoen verkochte exemplaren), en ook het boek deed het goed en leidde tot zijn nominatie voor de Nobelprijs voor Literatuur. In oktober 1954 werd hij uitgenodigd naar Stockholm, maar hij was nog onvoldoende hersteld van zijn vliegtuigongelukken om de prijs persoonlijk in ontvangst te kunnen nemen. Toen Fidel Castro in 1959 aan de macht kwam, verlieten Ernest en Mary Hemingway hun huis in Cuba, en verhuisden naar Ketchum, in Idaho. Daar bracht de schrijver de laatste jaren van zijn leven door, voortdurend kampend met ernstige gezondheidsproblemen.

Levenseinde[bewerken]

Op zijn zestigste zag Hemingway er afgeleefd en oud uit. Hij dronk meer dan ooit en leed aan vlagen van manische uitbarstingen gevolgd door diepe depressies. Op 2 juli 1961 was hij naar gewoonte vroeg opgestaan, had zich aangekleed, maar begaf zich niet naar zijn schrijfkamer van zijn huis in Idaho waar zijn schrijfmachine stond. In plaats daarvan haalde hij zijn favoriet jachtgeweer uit de wapenkamer in de kelder, laadde het met kogels van zwaar kaliber en ging naar boven in de hall, waar hij de loop in zijn mond stak en de trekker overhaalde. Hij was niet de enige in zijn familie die zelfmoord pleegde. Zijn vader (Clarence), broer (Leicester), zuster (Ursula) en zijn kleindochter Margaux kwamen op dezelfde manier aan hun eind.

Omtrent de zelfmoord van Ernest Hemingway bestaan verschillende theorieën. De meest gangbare theorie is dat hij in een diepe depressie was verzeild, in het besef dat zijn literaire hoogdagen voorgoed achter de rug lagen. Het schrijven viel hem ook fysiek moeilijk na de vele trauma's die hij had opgelopen bij ongelukken. Wellicht leed Hemingway aan dezelfde genetische bloedziekte (hemochromatose) als zijn vader, waarbij het ​​onvermogen om ijzer te metaboliseren culmineert in mentale en fysieke achteruitgang. Verschillende dokters hadden hem op het hart gedrukt om vooral te stoppen met drinken, maar Hemingway had dit advies genegeerd. Enkele malen was hij met elektroshocks behandeld in de Mayo-kliniek van Minnesota, maar de depressies bleven terugkomen. Na deze behandelingen begon Hemingway symptomen van dementie en paranoia te vertonen. Een van die waanbeelden was dat de FBI het op hem gemunt had en hem liet volgen. Er bestaat echter ook een andere theorie die Hemingways beweringen ernstig neemt. Zo is zijn vriend A.E. Hotchner, 13 jaar lang een nauwe medewerker, ervan overtuigd dat Hemingway sinds de jaren veertig in de gaten werd gehouden door de FBI, vanwege zijn contacten én banden met Cuba, wat zou blijken uit de vrijgave van een FBI-dossier in 1983. Hemingway was het jaar voor zijn zelfmoord op 61-jarige leeftijd onder druk van de Amerikaanse autoriteiten van Cuba naar Amerika teruggekeerd. Tijdens een ontmoeting met Hotchner in 1960 vertelde Hemingway hoe de FBI hem achtervolgde en hem afgeluisterd had. Zijn bankrekening werd nagetrokken, zijn telefoon afgeluisterd en zijn post regelmatig onderschept, en soms, toen hij in een bar zat, herkende hij FBI-agenten. Hotchner vertelt ook hoe Hemingway hem vanuit zijn ziekenhuiskamer belde met de mededeling dat in zijn kamer microfoontjes waren geplaatst en de telefoon werd afgeluisterd.

Thematiek en schrijfstijl[bewerken]

Hemingway is vooral bekend om zijn korte verhalen, gekenmerkt door een sobere stijl met weinig adjectieven en met veel herhalingen. Om zijn verhalen sterker te maken, paste hij de "ijsbergtechniek" toe, een ingehouden, minimalistische schrijfstijl, die gericht is op het 'verhaal aan de oppervlakte', zonder expliciet onderliggende thema's te bespreken. In de praktijk betekende dit: zo veel mogelijk weglaten. Hemingways personages uiten hun gevoelens niet op een directe wijze. De lezer komt meer over hen te weten door wat ze doen en door wat ze zeggen. Net zoals bij een ijsberg alleen de top zichtbaar is, speelt veel van wat echt van belang is zich af onder de oppervlakte. Deze spaarzaamheid en afstandelijkheid geeft de indruk van een koel realisme, dat in zijn tijd heel vernieuwend was. Hemingway werd geprezen om deze stijl, en aan de andere kant verweten sommige critici hem ook dat hij zijn verhalen bevolkte met kartonnen, onuitgewerkte personages. Dat hij zo schreef was echter een bewuste keuze.

Hemingways leerschool en inspiratie was de journalistiek. In verschillende interviews verwees hij naar de stijlgids van de krant The Kansas City Star als basis voor zijn manier van schrijven. Als jonge, beginnende journalist werd hij op het hart gedrukt dat hij vooral kort, krachtig, duidelijk en positief moest schrijven, en spaarzaam moest zijn met adjectieven, en die les is hem heel zijn leven bijgebleven.

Hemingways beknopte manier van schrijven zou volgens anderen ook in de hand zijn gewerkt doordat hij als buitenlands correspondent zijn verhalen voor de krant als kabeltelegram (Engels: "cable") verzond. Dit 'cablese', zoals het gekscherend genoemd werd, kostte de krant minder, omdat een telegram per woord betaald werd. Het leverde een verhaal op met hoge informatiedichtheid en zonder opsmuk.

Op high school waren er twee leraressen die Hemingways schrijftalent hebben gestimuleerd: Miss Fannie Biggs en Miss Dixon. Hemingway sprak vol lof over hen. Vooral met de creatieve Fannie Biggs had hij een goede band, omdat hij als adolescent met alle problemen bij haar terecht kon.[5] Hemingways stijl en zijn hele ontwikkeling als schrijver werden echter vooral beïnvloed door Sherwood Anderson en Gertrude Stein, twee ervaren schrijvers die de ambitieuze jongeman onder hun hoede hebben genomen. Hemingway ontmoette Anderson, de auteur van Winesburg, Ohio, in Chicago in de herfst 1920, en het was op zijn advies dat hij niet lang daarna naar Parijs trok. Hoewel hij later Andersons stijl zou parodiëren, bleek diens invloed toch duidelijk uit korte verhalen als My Old Man en I Want to Know Why. Gertrude Stein, van haar kant, stimuleerde Hemingway om te experimenteren met automatisch schrijven en vrije associatie, en zij gaf hem het advies om zijn job op te zeggen en alleen voor zijn kunst te leven.

Invloed[bewerken]

Hemingway wordt algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste 20e-eeuwse schrijvers. Zijn boeken, die in meer dan 35 talen werden vertaald, hadden een diepgaande invloed op moderne Europese schrijvers zoals Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Heinrich Böll.[6] Zijn sobere, precieze en levensechte schrijfstijl beïnvloedde ook hard-boiled-auteurs als Dashiell Hammett, John O'Hara en Norman Mailer, en onder meer de Afro-Amerikaanse schrijver Ralph Ellison noemde Hemingway als zijn belangrijkste model. Hemingways manier van schrijven had ook een directe invloed op J.D. Salingers werk en dat van vele anderen. Over de invloed van zijn proza zei de Nobelprijscommissie dat Hemingway door zijn krachtige stijl "voorgoed de manier veranderde waarop we schrijven en literatuur lezen".[7]

Alle grote werken van Hemingway werden verfilmd: A Farewell to Arms (1932 en 1958), For Whom the Bell Tolls (1943), To Have and Have Not (1944), The Killers (1946), The Macomber Affair (1947), The Snows of Kilimanjaro (1952), The Sun Also Rises (1957), The Old Man and the Sea (1958), en Islands in the Stream (1977).

Bibliografie[bewerken]

Enkele bekende werken:

Bronnen

secundair
  • Charles River Editors (editor), American Legends: The Life of Ernest Hemingway, 2003
  • Meyers,Jeffrey, Ernest Hemingway: The Critical Heritage, Routledge, 1997
  • Nagel,James, Ernest Hemingway: The Oak Park Legacy, University of Alabama Press, 1996
  • Tyler,Lisa, Student Companion to Ernest Hemingway, Greenwood Press, 2001
  • Linda Wagner-Martin, Ernest Hemingway: Seven Decades of Criticism, Michigan State University Press, 1998
tertiair
  • Encyclopædia Britannica: 'Ernest Hemingway'
anthologie
  • The Norton Anthology of American Literature - Third edition VOL II
online
andere bronvermelding

Noten

  1. The Hemingway Project: Hemingway’s Early Life – A Conversation With Hemingway’s Nephew, John Sanford.
  2. Student Companion to Ernest Hemingway, p. 15
  3. Vertaald uit Charles River Editors (2013-04-22). American Legends: The Life of Ernest Hemingway (Kindle-editie locatie 405-406).
  4. American Legends: The Life of Ernest Hemingway, Kindle-editie locatie 486.
  5. Charles A. Fenton: The Apprenticeship Of Ernest Hemingway op Archive.org.
  6. Ernest Hemingway: The Critical Heritage, hoofdstuk 'Influence'.
  7. "He changed the way we write and read literature, and he changed it forever."
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Ernest Hemingway op Wikisource
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ernest Hemingway.