Knut Hamsun

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Knut Hamsun
4 augustus 185919 februari 1952
Knut Hamsun, 1895.
Knut Hamsun, 1895.
Geboorteland    Noorwegen
Geboorteplaats    Vågå
Nationaliteit    Noorse
Plaats van overlijden    Nørholm
Nobelprijs voor de    Literatuur
In    1920
Reden    "Voor zijn monumentale werk" Markens Grøde (Hoe het groeide)
Voorganger(s)    Carl Spitteler
Opvolger(s)    Anatole France
Bekende werken    Honger, Hoe het groeide, Mysteriën (roman), Pan (roman), Victoria (roman), Langs overwoekerde paden

Knut Hamsun (Vågå (Oppland), 4 augustus 1859Nørholm bij Grimstad, 19 februari 1952), pseudoniem van Knud Pedersen, was een Noors schrijver van romans en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1920.

Hamsun wordt beschouwd als belangrijke voorloper van de moderne literatuur. Zijn naam als groot literator werd na de oorlog echter negatief beïnvloed door zijn collaboratie.

Leven en werk[bewerken]

Hamsun verhuisde op jonge leeftijd met zijn familie naar een boerderij Hamsund in Hamaroy (nabij de Lofoten). Hij stamde uit een arme landbouwfamilie en werd deels opgevoed door een oom met een moeilijk karakter, wat bij Hamsun traumatische sporen achterliet. Hij kreeg nauwelijks scholing en was volledig autodidact (hij was wel een ijverig lezer). Na het schrijven van enkele jeugdwerkjes verbleef Hamsun enige tijd in Amerika en had daar diverse eenvoudige baantjes. Eind jaren 80 van de 19e eeuw keerde hij terug naar Noorwegen om te gaan schrijven.

Zijn vroege werk staat tegenwoordig als sterk vernieuwend te boek. Met name zijn werken 'Honger' (1890), 'Mysteriën' (1892), 'Pan' (1894) en 'Victoria' (1898), vallen op door het uitdagende karakter en de enorme intensiteit en eigengereidheid waarmee ze geschreven zijn, alsook door de extatisch-lyrische toon. De handeling concentreert zich steeds rondom de buitenstaander ("outsider") die zich geplaatst ziet in een maatschappij waaraan hij zich niet wil conformeren. Conflictstof komt voort uit schuldgevoelens, onzekerheden en angsten, maar ook uit arrogantie, vervoering, euforie en vooral een enorme vitaliteit. Bijzondere kenmerken in de vroege romans zijn verder de fragmentarische opbouw, de absurdistische humor en de doodsdrift. Hamsun is in zijn eerste romans een van de eersten die het literaire procedé van de 'stream of consciousness' hanteert, die in de 20e eeuw sterk opgang maakte. In hun soort, kan gesteld worden, hebben zijn vroege werken nauwelijks een precedent en komt hooguit iemand als Dostojewski (die Hamsun overigens uitgebreid gelezen had) qua stijl enigszins in de buurt.

Dichtershuisje Hamsun in Nørholm

Na de eeuwwisseling komt er, mede onder invloed van zijn huwelijk met actrice Marie Andersen en de verankering van zijn leven op zijn boerenlandgoed te Hammaroy, een relatieve stabiliteit in zijn leven en daarmee ook in zijn werk. Waar hij zich in zijn vroege werk steeds sterk vereenzelvigde met zijn hoofdpersonen wordt hij nu wat meer observator. Het hoge voltage raakt er een beetje af, de toon wordt meer episch, maar veel thematiek trekt ook door en zijn werken blijven van een superieur literair niveau. Hoogtepunten in zijn latere werk zijn het monumentale 'Hoe het groeide' (Markens Grøde, 1917, voor welk boek hij de Nobelprijs voor de Literatuur ontving), 'Het laatste hoofdstuk' (1924) en 'De ring gesloten' (1936).

Zijn latere werk verheerlijkt vooral de verbondenheid van de mens met de aarde. Het outsidermotief blijft terugkeren. Zo fulmineert de hoofdpersoon in 'De cirkel gesloten' tegen het idee dat hij maatschappelijk vooruit moet komen, iemand moet worden. "Ik ben er toch al, waarom moet ik nog iets anders willen worden". Dat blijft typerend voor Hamsun, doorheen al zijn romans.

Op bijna 90-jarige leeftijd sloot Hamsun zijn schrijversloopbaan af met het autobiografische 'Langs overwoekerde paden' (1949), opnieuw ook weer geschreven vanuit de positie van de outsider.

Figuren in het werk van Hamsun[bewerken]

Knut Hamsun en Marie, 1909, door Wilse

De (meestal mannelijke) hoofdfiguren in het werk van Hamsun hebben wat genoemd kan worden 'übermensch'-achtige trekken: ze representeren wat Nietzsche eens de vier kardinale deugden heeft genoemd: inzicht, moed, mededogen en eenzaamheid.

Hamsunkenner Amy van Marken maakt een duidelijk onderscheid tussen man- en vrouwfiguren in het werk van Hamsun.

Vrouwfiguren in de werken van Hamsun worden vaak heen en weer geslingerd tussen verlangen naar - en volledige overgave aan de 'grote liefde' en anderzijds duidelijke berekening: streven naar maatschappelijke zekerheid, pragmatisme. Uiteindelijk valt de keuze meestal op dat laatste, maar achteraf volgt de spijt, soms als het te laat is (Victoria, op haar sterfbed) of als de liefde definitief niet meer mogelijk is (Pan, Mysteriën, als de grote geliefde dood is).

Mannelijke (neven)figuren bij Hamsun zijn vaak of gericht op maatschappelijk aanzien, of ze zijn eenvoudig, levend in harmonie met de natuur, trouw aan zichzelf (vaak landarbeiders, vissers et cetera). De sympathie van Hamsun ligt duidelijk bij de laatsten, maar nooit ongenuanceerd zwart-wit. In Hamsuns persoonlijk leven is trouwens ook terug te zien hoe hij heen en weer getrokken werd tussen beide perspectieven.

Opvallend in de ontmoetingssituatie tussen man en vrouw in het werk van Hamsun is bij de vrouw de neiging om zich te onderwerpen en bij de man de neiging om zich onbewust in een positie te manoeuvreren waarin hij wordt afgewezen, waarna hij zich dan vol verontwaardiging keert tegen degene die hem afwijst. Het is een masochistisch trekje, in psychoanalytische termen wel met de term 'injustice collectors' geduid (moeizaam losmakingsproces van de moeder, met als gevolg dat ze in het latere leven steeds weer teleurgesteld willen worden).

Hoe het ook zij, echt geluk en ware liefde wordt nooit echt mogelijk, noch voor vrouwen, noch voor mannen ("we voelen dat het er is, maar we kunnen er niet komen").

Hamsun en het nazisme[bewerken]

Knut Hamsun, 1927, door Wilse.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog steunde Hamsun de pro-naziregering van Vidkun Quisling, wat zijn bijzondere reputatie danig aantastte. Hij had in 1943 een ontmoeting met Joseph Goebbels en schonk deze zijn bij de Nobelprijs behorende medaille. Tijdens zijn ontmoeting met Adolf Hitler, verzocht hij hem om Josef Terboven af te zetten als Noorse Reichskommissar. Veel is geschreven over het waarom van deze pro-nazistische opstelling van Hamsun, maar ook zijn belangrijkste biografen (Ferguson, Sletten Kolloen) blijken nauwelijks tot een bevredigende verklaring te komen. Oorzaken worden gezocht in de anti-modernistische en anti-Engelse houding van Hamsun (deels overblijfsel van zijn verblijf als jongeman in de Verenigde Staten), ook wordt gewezen op zijn sympathie voor het 'Blut und Boden'-denken', zijn succes als schrijver in Duitsland, maar dit alles lijkt niet afdoende. Werkelijke redenen zullen vooral gezocht moeten worden in de ontoegankelijke, “leugenachtige”, ijdele en vooral dwarse provocerende persoonlijkheid van Hamsun zelf, die zich in het beste geval vanuit een diep inlevingsvermogen in zijn werk openbaart, en zelfs dan zijn zijn keuzes niet te voorspellen (net als bij de meeste van zijn hoofdpersonages). Volgens Hamsuns biograaf Ferguson zit het probleem erin dat je bij Hamsun nooit weet wat waar is of wat niet, wat hij meent of wat hij niet meent. Vaak bleek Hamsun dat van zichzelf nog niet eens te weten. Ooit gaf hij aan zich nauwelijks meer te herinneren wat hij nu 'geleefd' had en wat er in zijn boeken was gebeurd. Vaak nam hij ook gewoon een standpunt in om zich tegenover iemand op te stellen, los van wat hij er misschien werkelijk van vond. Hij poseert voortdurend. Ook rondom zijn opstelling in de oorlog lijkt zoiets aan de hand te zijn geweest.

In Noorwegen werd de collaboratie van Hamsun bijna als een nationaal trauma ervaren. Na de oorlog werd Hamsun enige tijd in een psychiatrische kliniek opgenomen om te onderzoeken of hij geen psychiatrische aandoening had, maar dat wist hij op een toch weergaloze wijze te weerleggen in zijn zwanenzang Langs overwoekerde paden. In 1948 werd hij tot een boete van 325.000 Noorse kronen veroordeeld wegens collaboratie.

De invloed van Hamsun[bewerken]

Hamsun 1939, door Wilse.

De invloed van Hamsun op de wereldliteratuur is enorm geweest, vergelijkbaar met die van negentiende-eeuwse literaire grootheden als Dostojevski en Ibsen. Grote toonaangevende schrijvers uit de 20e eeuw namen hem tot belangrijk voorbeeld, zoals James Joyce ('stream of consciousness'), Thomas Mann, Isaac Bashevis Singer, Franz Kafka, Anatole France, Ernest Hemingway, Hermann Hesse en Henry Miller. Henry Miller noemde in zijn autobiografische The books of my life Mysteriën bij de drie beste, voor hem als persoon meest bepalende boeken die hij ooit had gelezen. Met name het vroege werk van Hamsun doet meer dan een eeuw later nog steeds onvoorstelbaar modern aan en was in de tijd dat het geschreven werd vrijwel zonder precedent. Door sommigen wordt Hamsun dan ook wel de eerste moderne schrijver genoemd. Thomas Mann gaf zelfs na de oorlog nog aan dat de Nobelprijs nooit naar iemand was gegaan die hem meer verdiend had dan Hamsun.

De invloed van Hamsun gaat overigens nog steeds door, tot de huidige tijd, het meest pregnant in Scandinavië (Christensen, Enquist). In Noorwegen bestaat nog steeds een levendige 'Hamsun-beweging'. Zijn honderdvijftigste geboortedag anno 2009 is er uitgebreid herdacht.

Hamsun in Nederland[bewerken]

Tot aan de Tweede Wereldoorlog was Hamsun in Nederland en België een veelgelezen auteur. Vrijwel al zijn romans werden kort na verschijnen in het Nederlands vertaald. De eerste Hamsun-vertaling dateert uit 1894: Raadselachtig!, een vertaling van Mysterier, door Philippine Wijsman. Jan en Annie Romein (marxisten nota bene, beiden ook Hamsun-vertalers), Marsman en Walschap waren in de periode voor de Tweede Wereldoorlog belangrijke pleitbezorgers van zijn werk. Na de oorlog had zijn reputatie sterk te lijden onder zijn collaboratie. Niettemin verscheen in 1959, bij zijn honderdste geboortejaar, bij uitgeverij Heideland te België, zijn verzameld werk in tien delen. Eind jaren zeventig verschenen de belangrijkste werken van Hamsun in een aantal nieuwe vertalingen. Opvallend is dat in deze periode ook Mysteriën door een Nederlandse cineast (Paul de Lussanet) werd verfilmd, met hoofdrollen voor Rutger Hauer en Sylvia Kristel. W.F. Hermans schreef een uitgebreid artikel over 'Honger' in 'Ik draag geen helm met vederbos' (1979).

Anno 2009 verschenen bij uitgeverij De Geus ter gelegenheid van zijn honderdvijftigste geboortedag opnieuw een aantal delen in nieuwe Nederlandse vertaling. In de kritieken naar aanleiding van een nieuwe vertaling van Mysteriën (begin 2009) blijft de 'foute Hamsun' van de oorlog echter steeds terugkeren. Die laatste periode blijft kleven aan Hamsun, maar kan de kracht van zijn werk niet keren. Wereldwijd blijft een schare Hamsun-fans de schrijver beschouwen als van een uniek literair niveau.

Bibliografie[bewerken]

  • Den Gaadefulde (1877)
  • Et gjensyn (1878)
  • Bjørger (1878)
  • Fra det moderne Amerikas Aandsliv (1879), artikelen
  • Sult (1890)
    Honger
  • Mysterier (1892)
    Mysteriën
1e druk Redakteur Lynge
  • Redaktør Lynge (1893)
    Redacteur Lynge
  • Ny Jord (1893)
    Nieuwe aarde
  • Pan (1894)
    Pan
  • Ved Rigets Port (1895), drama
  • Livets Spil (1896), drama
  • Siësta (1897), verhalen
    Siesta
  • Aftenrøde (1898), drama
  • Victoria (1898)
    Victoria
  • Munken Vendt (1902), drama
  • I Æventyrland (1903), verhalen
    In sprookjesland
  • Kratskog (1903), verhalen
    Kreupelhout
  • Dronning Tamara (1903), drama
  • Sværmere (1904)
    Dwepers
1e druk Nieuwe aarde

Biografieën[bewerken]

  • Marie Hamsun: Onder de regenboog (1953)
  • Tore Hamsun: Knut Hamsun, mijn vader (1959)
  • Piet Schepens: Knut Hamsun (1965) - nr. 54 uit de reeks 'Ontmoetingen' (Uitgeverij Desclée De Brouwer)
  • Amy van Marken: Knut Hamsun (1977)
  • Robert Ferguson: Enigma. The Life of Knut Hamsun (1987)
  • Ingar Sletten Kolloen: Knut Hamsun, dreamer and dissident (2004)

Externe links[bewerken]