Henrik Pontoppidan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Henrik Pontoppidan
24 juli 1857 - 21 augustus 1943
Henrik Pontoppidan (1917)
Henrik Pontoppidan (1917)
Geboorteland Denemarken
Geboorteplaats Fredericia
Nationaliteit Deense
Plaats van overlijden Kopenhagen
Nobelprijs Literatuur
Jaar 1917
Reden "Voor zijn authentieke beschrijvingen van het tegenwoordige leven in Denemarken."
Samen met Karl Adolph Gjellerup
Voorganger(s) Verner von Heidenstam
Opvolger(s) Carl Spitteler
Bekende werken Lykke-Per

Henrik Pontoppidan (Fredericia, 24 juli 1857 - Kopenhagen, 21 augustus 1943) was een Deense schrijver die in 1917 de Nobelprijs voor de Literatuur won voor zijn "authentieke beschrijving van het hedendaagse leven in Denemarken". Hij moest de prijs delen met Karl Gjellerup.

Pontoppidans romans en korte verhalen zijn vooral beroemd vanwege het beeld dat ze schetsen van het Denemarken in die tijd. Pontoppidan was het jongste en wellicht invloedrijkste lid van de literaire beweging De Moderne Doorbraak (Det Moderne Gennembrud).

Jonge jaren en carrière[bewerken]

Pontoppidan werd geboren als de zoon van een Jutse dominee. Hij kwam uit een oude familie van dominees en schrijvers. Hij gaf zijn opleiding echter op om een carrière als Ingenieur na te streven. Daarna werkte hij een tijdje als leraar op een Volkshogeschool van zijn broer, en was hij een freelance-journalist. Pas in 1881 maakte hij zijn debuut als schrijver. In zijn werk zijn twee richtingen te onderscheiden. In de eerste richting staat het leven van de boeren, vooral uit Jutland, centraal, in de tweede richting gaat het om kleinere werken,waarin andere milieus worden uitgebeeld.In bijna al zijn werken is het hoofdthema de mens, die zijn ik en het algemeen menselijke in zichzelf moet vinden, waarop kan worden voortgebouwd om de wereld vooruit te laten komen.

De eerste fase van zijn werk, 1881-1900, behoort tot de periode van zijn rijpwording en wordt gekenmerkt door verhalen waarin hij sterke kritiek uitte op de sociale situatie in Denemarken. Zo beschreef hij het leven van de boeren en de mensen op het platteland, met wie hij in zijn leven veel contact had. Daarmee was Pontoppidan een van de eerste Deense schrijvers die met de traditie brak om een idealistisch beeld van boeren op te roepen. De verhalen uit deze periode zijn verzameld in Landsbybilleder ("Dorpsbeelden", 1883) en Fra Hytterne ("Vanuit de hutten", 1887). Zijn standpunt tegenover de toenmalige opvatting over de liefde was, dat een huwelijk, gebaseerd op nuchterheid en zelfs tegen de wil van een der partners in, gelukkiger kan zijn dan een huwelijk, gebaseerd op wederzijdse aanbidding. Na deze periode volgt een fase van vaderlandloosheid (1891-1904) en de angstperiode (1905-1927) en gaat hij zich richten op psychologische en naturalistische problemen. Thema is vaak de angst voor de onverbiddelijkheid van het leven en de ondoorgrondelijkheid van de geheimen van de ziel, die een muur oprichten tussen twee mensen.

Hoofdwerk[bewerken]

De drie romans die doorgaans als Pontoppidans primaire werk worden gezien, werden door hem geschreven tussen 1890 en 1920. In deze werken stelde hij eigenhandig een Deense versie op van de "brede omschrijving van de samenleving"-roman, in de traditie van Balzac en Zola. In de romans schetst hij een beeld van het toenmalige Denemarken, gezien vanuit het perspectief van de hoofdpersoon. Centraal staat de strijd tussen de conservatieven en de liberalen, de opkomst van de industrialisatie en culturele conflicten. De romans zijn:

  • Det forjættede Land (I-III 1891-95, te vertalen als Het beloofde land 1896).
  • Het deels autobiografische Lykke-Per (1898-1904) (in het Nederlands vertaald door Siegfried van Praag als Peter de Gelukkige). Dit is wellicht zijn bekendste roman.
  • De dødes Rige (1912-16, "Het rijk der doden").

Ander werk[bewerken]

Pontoppidans laatste grote roman was Mands Himmerig (1927, "Het hemelrijk van de man"), een wanhopige omschrijving van de crisis waarin een Deense intellectueel verkeert bij de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog.

Pontoppidan schreef ook veel korte verhalen waarin hij politieke en zelfs seksuele problemen aankaartte:

  • Isbjørnen (1887, "De ijsbeer")
  • Mimoser (1886)
  • Nattevagt (1894, "Nachtwacht")
  • Den gamle Adam (1894,in het Nederlands vertaald als "De oude Adam")
  • Højsang (1896, in het Nederlands vertaald als Grote Gebeurtenissen)
  • Ung elskov, Blade af (1897, in het Nederlands vertaald als Jonge liefde en Herinneringen)
  • Borgmester Hoeck og Hustru (1905,in het Nederlands vertaald als "Burgemeester Hoeck en zijn vrouw")
  • Der store spøgelse (1907, in het Nederlands vertaald als Het spookslot)
  • Den kongelige gaest (1908, in het Nederlands vertaald als De koninklijke gast)

Een centraal thema in zijn verhalen is de moeite die de personages hebben om om te gaan met nieuwe ideeën, nieuwe tolerantie en democratie.

Tussen 1933 en 1943 schreef Pontoppidan verschillende versies van zijn Memoires, waarin hij zijn eigen persoonlijke ontwikkeling probeerde weer te geven. Hoewel hij later in zijn leven te kampen kreeg met blindheid en doofheid, bleef hij interesse houden in het politieke en culturele leven.

Literatuur[bewerken]

A. Jolivet: Les romans de Henrik Pontoppidan, Parijs, 1960

Piet Schepens: H.Pontoppidan, Hasselt: Heideland 1960

K. Ahnlund: Henrik Pontoppidan, Kopenhagen, 1972

P. M. Mitchell: Henrik Pontoppidan. Boston, 1979.

Externe links[bewerken]