Frédéric Mistral

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Frédéric Mistral
8 september 1830 - 25 maart 1914
Portret van Frédéric Mistral (door Paul Saïn)
Portret van Frédéric Mistral (door Paul Saïn)
Geboorteland Frankrijk
Geboorteplaats Maillane
Nationaliteit Franse
Plaats van overlijden Maillane
Nobelprijs Literatuur
Jaar 1904
Reden "Als erkenning voor de frisse originaliteit en ware inspiratie van zijn poëtische oeuvre, die het natuurlijke decor en het oorspronkelijke karakter van zijn volk trouw weerspiegelt, en bovendien ook voor zijn belangrijke werk als Provençaals filoloog."
Samen met José Echegaray y Eizaguirre
Voorganger(s) Bjørnstjerne Bjørnson
Opvolger(s) Henryk Sienkiewicz
Bekende werken Mireio, 1859; Lou tresor dou Félibrige, 1878

Frédéric Mistral (Maillane, 8 september 1830 - aldaar, 25 maart 1914) was een Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1904, samen met de Spaanse toneelschrijver José Echegaray. Hij werd vooral bekend als verdediger van het Occitaans, een taal die in Zuid-Frankrijk wordt gesproken.

Biografie[bewerken]

Het geboortedorp van Frédéric Mistral, Maillane, ligt net ten noorden van de stad Arles in Zuid-Frankrijk. Na zijn jeugd daar door te hebben gebracht, studeert hij rechten in Aix-en-Provence. In Aix leert hij de Occitaanse taal en geschiedenis en wordt hij een voorvechter van de Provençaalse zaak. Volgens hem is het Occitaans of Provençaals de eerste nog levende taal van beschaafd Europa.

In 1854 behoort hij tot de oprichters, van de "Félibrige", een vereniging van schrijvers en dichters met als doel de bevordering van de Provençaalse taal en culturele identiteit. Ook een van zijn vrienden, Alphonse Daudet, treedt toe tot dit genootschap. Het genootschap bouwt netwerken op met schrijvers van andere Europese talen die slechts regionaal worden gesproken, en dan met name het Catalaans, de taal waar het Occitaans het nauwst verwant aan is. Het Occitaans maakt een kleine renaissance door.

In 1859 verschijnt het lange gedicht van Mistral, Mireio (Mireille), aan dit gedicht heeft hij vele jaren gewerkt. Zijn stijl is duidelijk Romantisch. Mireio grijpt terug op de liefdeszangen van de middeleeuwse troubadours. Hij draagt het op aan Alphonse de Lamartine, een voorman van de Romantische stroming in Frankrijk aan wie hij veel te danken heeft.

De opleving van de Occitaanse taal en cultuur duurt totdat Frankrijk de Frans-Duitse Oorlog verloor en er na de Commune van Parijs onder de sterk gecentraliseerde Derde Republiek geen plaats meer is voor regionale afzonderlijkheden en Frans de norm werd.

In 1878 publiceert hij een woordenboek van het Provençaals van de Rhône-vallei waar hij jaren aan gewerkt heeft: Lou tresor dou Félibrige.

In 1904 wint hij de Nobelprijs voor de Literatuur gezamenlijk met de Spaanse schrijver José Echegaray. Het prijzengeld schenkt hij aan het museum Arlaten dat hij vijf jaar daarvoor in Arles gesticht heeft. Dat museum is gewijd aan de Provençaalse geschiedenis en folklore .

Hij sterft op 25 maart 1914. Mistral wordt in Frankrijk nog steeds alom geëerd met de vernoeming van straten en scholen en door middel van plaquettes en beelden.

werken[bewerken]

gedicht:

dichtbundels:

  • Calendau, 1867
  • Lis isclo d'or (De gouden eilanden), 1875
  • Nerto, 1885
  • La Rèina Jano, 1890
  • Lou pouémo dóu Rose (Het lied van de Rhône), 1897

Woordenboek van de Occitaanse taal:

  • Lou tresor dou Félibrige", 1878

De opera "Mireille" van Charles Gounod is gebaseerd op Mireio.