François Mauriac

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
François Mauriac (1952)

François Charles Mauriac (Bordeaux, 11 oktober 1885 - Parijs, 1 september 1970) was een Franse schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste Franse katholieke schrijver van de 20e eeuw.

Leven[bewerken]

Hij werd in de Bordeaux (Gironde) geboren en studeerde literatuur aan de plaatselijke universiteit. In 1905 trok hij naar Parijs, aanvankelijk om te studeren. Al spoedig wijdde hij zich geheel aan het schrijven. Zijn eerste dichtbundel Les Mains jointes verscheen in 1909. Zijn grote bekendheid volgde evenwel pas tien jaar later. Zijn loopbaan werd onderbroken door de Eerste Wereldoorlog waarin hij diende in een ziekenhuis van het Rode Kruis op de Balkan. In 1922 publiceerde hij zijn veelgeprezen Le Baiser au lépreux. In 1927 verscheen een andere succesvolle roman, Thérèse Desqueyroux, waarvoor hij in 1935 met La Fin de la nuit het vervolg schreef. Met de in 1925 gepubliceerde roman Le Désert de l'amour ontving hij een jaar later de Grand Prix du roman de l'Académie française. Hij schreef ook nog de positief onthaalde romans Le Noeud de vipères en Le Mystère Frontenac. In 1933 werd hij gekozen in de Académie française.[1] Tijdens de Tweede Wereldoorlog schrijft hij onder het pseudoniem « Forez » in Le Cahier noir. Naast een dertigtal romans, schreef hij verschillende stukken voor theater. Ook was hij journalist voor Le Figaro.

In de jaren 50 sprak hij zich uit voor de onafhankelijkheid van Algerije en Vietnam en veroordeelt hij het gebruik van martelmethoden door het Franse leger. Hij leverde een felle polemiek met de homoseksuele schrijver Roger Peyrefitte. Ook schreef hij zijn memoires en een biografie van Charles de Gaulle. In 1952 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.[2] In 1958 werd hij met het grootkruis van de légion d'honneur onderscheiden.[1]

Diverse geschreven bronnen, waaronder de biografie door Jean-Luc Barré getuigen dat Mauriac een vurige passie voor de jonge Zwitserse schrijver en diplomaat Bernard Barbey gehad heeft.[3] Het nieuws dat Mauriac, ondanks zijn officieel zeer strenge katholicisme menige relatie met jonge mannen gehad heeft werd overtuigend aangetoond in een interview met Daniel Guérin, opgenomen in het boek van Gilles Barbedette i Michel Carassou, Paris gay 1925.[4] Daniel Guérin heeft bevestigd dat dit feit, ondersteund door de correspondentie die hij met Mauriac gevoerd heeft, bewaard is in de Bibliothèque de documentation internationale contemporaine, ondanks het feit dat Mauriac wilde dat die documenten vernietigd zouden worden.[5]

Zijn volledig werk verscheen in twaalf banden tussen 1950 en 1956.

Hij stierf in Parijs op 1 september 1970. Mauriac ligt begraven op het kerkhof van Vemars in Val-d'Oise.

Claude Mauriac, een van zijn zonen, was ook schrijver en journalist. In 1954 kreeg hij de Prix Sainte-Beuve voor zijn boek André Breton en in 1959 werd hem de Prix Médicis toegekend voor zijn roman Un dîner en ville. De kleindochter van Mauriac, schrijfster en actrice Anne Wiazemsky (1947), ontving in 1993 de Prix Goncourt des lycéens en in 1998 de Grand Prix du roman de l'Académie française voor haar roman Une poignée de gens.

Belangrijkste werken[bewerken]

Romans[bewerken]

  • 1913 - L'Enfant chargé de chaînes
  • 1914 - La Robe prétexte
  • 1920 - La Chair et le Sang
  • 1921 - Préséances
  • 1922 - Le Baiser au lépreux
  • 1923 - Le Fleuve de feu
  • 1923 - Génitrix
  • 1923 - Le Mal
  • 1925 - Le Désert de l'amour
  • 1927 - Thérèse Desqueyroux
  • 1928 - Destins
  • 1929 - Trois Récits: Coups de couteau, 1926; Un homme de lettres, 1926; Le Démon de la connaissance, 1928
  • 1930 - Ce qui était perdu
  • 1932 - Le Nœud de vipères
  • 1933 - Le Mystère Frontenac
  • 1935 - La Fin de la nuit
  • 1936 - Les Anges noirs
  • 1938 - Plongées: Thérèse chez le docteur, 1933; Thérèse à l'hôtel, 1933; Le Rang; Insomnie; Conte de Noël
  • 1939 - Les Chemins de la mer
  • 1941 - La Pharisienne
  • 1951 - Le Sagouin
  • 1952 - Galigaï
  • 1954 - L'Agneau
  • 1969 - Un adolescent d'autrefois
  • 1972 - Maltaverne

Theater[bewerken]

  • 1938 - Asmodée
  • 1945 - Les Mal Aimés
  • 1948 - Passage du malin
  • 1951 - Le Feu sur terre

Vertalingen[bewerken]

  • 1933 - De adderkluwen (Gerard Wijdeveld)
  • 1934 - De loop van het lot (J.C. Bloem)
  • 1936 - Zwarte engelen, (W.A.M. Schoenmakers)
  • 1935 - Het einde van den nacht (M.W.K. [M.W. Stols-Kroezen])
  • 1936 - Thérèse Desqueyroux (M.W.K. [M.W. Stols-Kroezen])
  • 1936 - Het leven van Jezus (Frans van Oldenburg Ermke)
  • z.j. - Margaretha van Cortuna (H.Busch)
  • 1947 - Een voortreffelijke vrouw (H.Tielrooy-Bottenheim)
  • z.j. - De wegen zeewaarts (Dick Ouwendijk)
  • 1952 - Het snertjong (Herluf van Merlet)
  • 1955 - Het lam (Jan Oyen)
  • 1959 - De mensenzoon (J.W.Hofstra)
  • 1960 - Vlees en bloed, De betere kringen, Het levend brood (J.W.Hofstra)
  • 1965 - De Gaulle (A.J.de Swarte)
  • 1976 - De adderkluwen (C.Jongenburgers)
  • 1979 - Steekspel (C.C.J. de Stoubendorff-Weddelink)

Over Mauriac[bewerken]

  • Fr. Claessens François Mauriac, Brugge, 1961
  • Anton van Duinkerken François Mauriac, Hasselt:Heideland, 1960
  • Jan Lacouture François Mauriac, Parijs, 1980
  • Claude Mauriac Mauriac: Sa vie, son oeuvre Parijs, 1985
  • Pierre-Henri Simon Mauriac", Parijs, 1982

Referenties[bewerken]

  1. a b Académie française, Les immortels: François Mauriac (1885-1970) (fr)
  2. The Nobel Foundation, The Nobel Prize in Literature 1952: François Mauriac (en)
  3. Mauriac homo, le brûlant secret door François Dufay in: L'Express van 26 februari 2009 (in het Nederlands: Mauriac homo, het vurige geheim)
  4. Gilles Barbedette & Michel Carassou, Paris Gay 1925, Parijs, Editions Non Lieu, 2008, 241 blz, ISBN 978-2352700494 (in het Nederlands: Homo's in Parijs in 1925)
  5. Jean-Luc Barré, «Deel 1: C’était François Mauriac», François Mauriac: biographie intime 1885-1940, Paris, Fayard, 2009, 645 blz