Isaac Bashevis Singer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Isaac Bashevis Singer
21 november 190424 juli 1991
Isaac Bashevis Singer, tijdens de Miami Book Fair International 1988
Isaac Bashevis Singer, tijdens de Miami Book Fair International 1988
Geboorteland Polen
Geboorteplaats Leoncin
Nationaliteit Pools, Amerikaans
Plaats Miami, Florida
Nobelprijs Literatuur
Jaar 1978
Reden "Voor zijn gepassioneerde verhalende kunst welke, met wortels in de Pools-Joodse culturele traditie, universele menselijke condities tot leven brengt."
Voorganger(s) Vicente Aleixandre
Opvolger(s) Odýsseas Elýtis
Bekende werken Der Sotn in Goray (1935) (Nederlands: Satan in Goray)

De in het Jiddisch schrijvende auteur Isaac Bashevis Singer (Leoncin [1] bij Warschau, 21 november 1904 - Miami, Florida, 24 juli 1991) was een Pools schrijver die in 1943 Amerikaans staatsburger werd. In 1978 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor de Literatuur.

Biografie[bewerken]

Singer werd geboren als Isaac Hertz Singer, maar gebruikte behalve het pseudoniem Warhofsky de schrijversnaam Isaac Bashevis Singer. Zijn vader en grootvader waren arme chassidische rabbi's en ook zijn moeder Bathsheba (Jiddisch: Bashevis) was een rabbijnsdochter. Zowel zijn oudere broer Israel Joshua Singer, bekend van De gebroeders Ashkenasi en Yoshe Kalb, als zijn zuster Esther Kreitman waren literair actief.

Singer groeide op in de arme Jiddisch-joodse wijk van Warschau, waar zijn vader werkte als rabbijn, rechter en geestelijk leider. Hij woonde tijdens de Eerste Wereldoorlog in het sjtetl Bilgoraj. In 1920 bezocht hij het Rabbijns Seminarium te Warschau, maar keerde spoedig terug naar Bilgoraj, waar hij in zijn onderhoud voorzag door het geven van Hebreeuwse les. In 1923 verhuisde hij weer naar Warschau, waar hij werkte op de redactie van het Jiddische literaire tijdschrift Literarische bleter uitgegeven door zijn broer, die een sterke invloed op zijn seculier-geestelijke ontwikkeling had.

Singer debuteerde met Der Sotn in Goray (Satan in Goray), gepubliceerd in Polen in 1935, een kroniek over de gebeurtenissen rondom de valse messias Sjabbatai Zwi. In 1933 kwam Hitler aan de macht en wegens het toenemende antisemitisme emigreerde Singer naar de V.S.. Hij verliet zijn vrouw Rachel, die met hun zoon Israel naar Moskou en later naar Palestina vertrok. In New York vond hij werk als journalist en feuilletonschrijver bij de Jiddische krant Forverts (Voorwaarts, Jewish Daily Forward) en trouwde in 1940 met de Duitse émigrée Alma Haimann.

Sinds de jaren 40 groeide Singers reputatie bij de Jiddische gemeenschap in Amerika. Hoewel na W.O. II de joodse cultuur in Midden- en Oost-Europa was vernietigd, leefde in de V.S. de taal en de cultuur voort mede dankzij het werk van Singer. In een interview beschreef hij deze als een geest die voortleefde: "dit is een soort mystiek gevoel, maar volgens mij schuilt er waarheid in" (Encounter, 1979).

Hij beschreef in zijn werken de leefwereld in het getto van Warschau en de sfeer van de Oost-Europese sjtetls met haar geloof en bijgeloof, folklore, de kloof tussen joden en hun omgeving. Later werd zijn hoofdthema gevormd door de ervaringen en gevolgen van de Holocaust en de positie van de joden in Amerika. Kenmerkend voor zijn verhalen zijn de occulte en mystieke inslag - kenmerkend voor de vlucht uit de ellende -, de warme belangstelling en liefde voor zijn onderwerpen en de fantastische elementen en humor waarmee hij zijn werk doorspekt. Zijn boeken tonen zowel edelmoedigheid als misdadig gedrag, liefde en grove erotiek, religieuze overgave en wanhopig (on)geloof. Een singeriaans thema is ook het ethisch vegetarisme: "Hoe kan de mens liefde van God verwachten, wanneer hij zelf voor zijn culinair genoegen dieren doodt?"

In 1966 verscheen een autobiografisch werk met herinneringen aan de tijd in Polen onder de titel In my Father's Court (in het Nederlands verschenen onder de titel Het hof van mijn vader). Zijn korte verhaal Yentl werd in 1983 verfilmd onder dezelfde naam door Barbra Streisand (regie en hoofdrol). Een belangrijk thema in Singers werk is de botsing tussen de oude, traditionele waarden en de moderne wereld, tussen orthodoxie en vrijdenkerij. Dit thema is uitgewerkt in zijn epische romans De familie Moskat (1950), The Manor (1967) en The Estate (1969), die wel zijn vergeleken met Buddenbrooks van Thomas Mann. Behalve romans en verhalen schreef Singer ook kinderboeken, enkele toneelstukken en autobiografische werken.

Bibliografie[bewerken]

Romans[bewerken]

    • Satan in Goray (1935) (Satan in Goray)
    • The Family Moskat (1950) (De familie Moskat)
    • The Magician of Lublin (1960) (De duizendkunstenaar van Lublin)
    • The Slave (1962) (De slaaf)
    • The Manor (1967) (Het landgoed/ De landheer van Jampol)
    • The Fearsome Inn (1967)
    • Mazel and Shlimazel (1967)
    • The Estate (1969)
    • Elijah The Slave (1970)
    • Joseph and Koza or the Sacrifice to the Vistula (1970)
    • Enemies, a Love Story (1972) (Vijanden, een liefdesroman)
    • The Wicked City (1972) (De geschiedenis van de dwazen van Chelm)
    • Fools of Chelm (1975)
    • Naftali and the Storyteller and His Horse, Sus (1976)
    • Shosha (1978) (Shosha)
    • Reaches of Heaven (1980)
    • Lost in America (1981) (Reddeloos verloren in Amerika)
    • The Golem (1983) (De golem)
    • The Penitent (1983) (De boeteling)
    • Scum (1991) (Schorem)
    • The Certificate (1992) (Het visum)
    • Meshugah (1994) (Mesjogge)
    • Shadows on the Hudson (1998) (Schaduwen aan de Hudson)

Korte verhalen[bewerken]

    • Gimpel the Fool and other Stories (1957) (Gimpel de schlemiel, Simpele Gimpl)
    • The Spinoza of Market Street (1961) (De Spinoza van Warschau)
    • Short Friday (1964) (Vroege sabbat, Bruna; Yentl, Rainbow)
    • The Seance and other Stories (1968)
    • A Friend of Kafka (1970) (Een vriend van Kafka)
    • A Crown of Feathers (1973)
    • Der Ba'alteshuveh (1974)
    • Passions (1975)
    • Old Love (1979) (Oude liefde)
    • The Power of Light (1980)
    • Reaches of Heaven (1980)
    • Collected Stories (1982)
    • The Image and other Stories (1985) (De echtscheiding)
    • The Death of Methuselah and other Stories (1988) (De dood van Methusalem)
    • The King of the Fields (1988) (De koning van de akkers)

Toneel[bewerken]

    • Teibele and her Demon (-) (Teibele en haar demon)

Memoires[bewerken]

    • In My Father's Court (1966) (Het hof van mijn vader)
    • More Stories from My Father's Court (-) (Meer verhalen uit het hof van mijn vader)
    • A Little Boy in Search of God (1976) (Op zoek: Een kleine jongen op zoek naar God)
    • A Little Boy in Search of Love (1978) (Op zoek: Een jongeman op zoek naar liefde)

Kinderboeken[bewerken]

    • Zlateh the Goat (1966) (Zlateh de geit)
    • When Schlemiel went to Warsaw (1968) (Toen Schlemiel naar Warschau ging)
    • The Topsy-Turvy Emperor of China (1971)
    • The Fools of Chelm (1973)
    • Why Noah Chose the Dove (1974) (Waarom Noach de duif koos)
    • A Day of Pleasure (1976) (Een heerlijke dag)
    • Stories for Children (1986) (Kinderverhalen)

Externe link[bewerken]

Referenties
  1. In My Father's Court, 1966