Hoteldebotel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoteldebotel is een Nederlandse uitdrukking uit het Jiddisch afkomstig en betekent helemaal van streek, verward, stapelgek of ook wel dolverliefd.[1]

De uitdrukking is in het Nederlands overgegaan via het Jiddische woord overwotel hetgeen verbasterd is tot overlewotel in de betekenis van geheel overstuur.[2]

Het woord is ontleend aan het Hebreeuwse Awar OeWoteel hetgeen 'heengegaan en verdwenen van de wereld' betekent. Dit begrip komt uit het Misjna-traktaat Awot, ook Pirké Awot genaamd ("Spreuken der vaderen"), hetgeen onderdeel van de zogenaamde mondelinge leer vormt.[3]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1] Hoteldebotel op encyclo.nl
  2. H. Beem, Resten van een Taal, NIK Contact, Amsterdam, 1992, p. 91.
  3. Zie Pirké Awot hoofdstuk 5, 24: "Jehoeda de zoon van Tema had nog een kernspreuk: "Met 5 jaar beginnen de tenach te leren, met 10 jaar misjna, met 13 jaar het doen van mitswot, met 15 de talmoed-studie, met 18 jaar onder de choepa, met 20 streven naar eigen levensonderhoud, met 30 in volle levenskracht, met 40 met inzicht, 50 raadgever, met 60 senioriteit, met 70 rijpe oude leeftijd, met 80 wordt men tot de krachtigen gerekend, met 90 heeft men een gebogen houding en met 100 is men bijna gestorven, als iets dat voorbij is en van de wereld verdwenen". (Awar Oewoteel)