Eed op de Kaatsbaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prent Le Serment du Jeu de paume (Jacques-Louis David, 1791); 66x101cm. De burgemeester van Parijs, de astronoom Jean Silvain Bailly, staat op de tafel en leest de eed voor; Emmanuel Joseph Sieyès zit naast hem. De abbé Gregoire staat in het midden, in de zwarte pij. De graaf de Mirabeau staat rechts op de voorgrond; Dauch zit achter hem en wordt gevraagd de zaal te verlaten. Hij kijkt demonstratief naar de grond. Antoine Barnave staat tussen hen in. Marat staat rechts op het balkon.
Grote zaal van de Staten Generaal van 1789, tijdens de openingszitting van 5 mei, Versailles, Grands Salles des Menus-Plaisirs.

De Eed op de Kaatsbaan werd op zaterdag 20 juni 1789 te Versailles afgelegd door vertegenwoordigers van de derde stand en hun sympathisanten uit de lagere geestelijkheid en de adel - op initiatief van Jean-Joseph Mounier. Behalve Joseph Martin-Dauch deden 576 afgevaardigden een eed om niet uiteen te gaan voordat zij als Nationale Vergadering (Assemblée nationale) aan het koninkrijk een nieuwe grondwet hadden gegeven[1], de Verklaring van de rechten van de mens en de burger. Het was de tweede belangrijke gebeurtenis tijdens de Franse Revolutie.

Geschiedenis[bewerken]

De opening van de Staten-Generaal

Op 5 mei vond een belangrijke gebeurtenis plaats vanwege een dreigend bankroet. De koning ontving 1700 vertegenwoordigers van het volk, die sinds 1614 niet meer samen was geroepen, in de Salle des menus-plaisirs. Jacques Necker hield een toespraak die twee uur duurde. Het aantal vertegenwoordigers van de derde stand moest gelijk zijn aan dat van de twee anderen samen.[2] Aanvankelijk werd hij beschouwd als de verlosser van Frankrijk, maar uit zijn gedrag bleek dat hij de Staten-Generaal beschouwde als een orgaan dat slechts budgetten moest goedkeuren, geen hervormingen organiseren.
De volgende dag weigerden de 500 vertegenwoordigers van de derde stand te vergaderen samen met de geestelijkheid en de adel. De graaf de Mirabeau, die de vorige dag was overgestapt, eiste stemming per hoofd in plaats van per stand. De geestelijkheid weigerde; twee derde van de adel was tegen. In de daarop volgende dagen probeerde men tot een vergelijk te komen. Abbé Grégoire verzamelde iedere avond de sympathisanten onder de geestelijken, waaronder Emmanuel Joseph Sieyès om zich heen. Mondjesmaat sloten dorpspastoors zich aan bij de Derde stand, die een nieuwe constitutie voorstond.
De leden van de Derde stand sommeerden de overige adel en de geestelijkheid om deel te nemen. Op 15 juni was een omslagpunt bereikt; men zou niet langer wachten op toestemming van koning. De vergadering eigende zich het recht toe over belastingzaken te beslissen.[3]

Op 17 juni verklaarde de derde stand zich tot Assemblée nationale. Dit werd bij stemming besloten. De uitslag was 490 stemmen voor tegen 90 tegen. Iedere belasting, die niet met name genoemd werd, zou niet langer van kracht zijn. Necker riep vervolgens op tot een plenaire sessie van de Staten-Generaal, maar het compromis waarbij deels hoofdelijk, maar ook per stand zou worden gestemd was onacceptabel.[bron?] De volgende dag verordonneerde de koning dat er afzonderlijk moest worden vergaderd, maar het was te laat. Op 19 juni ging de meerderheid van de geestelijkheid over tot het innemen van het standpunt van de derde stand.
De koning liet de vergaderzaal in het Kasteel van Versailles op 20 juni 1789 sluiten, met het argument dat die moest worden aangepast voor de koninklijke zitting van de Franse Staten-Generaal, drie dagen later. De deur was gesloten en honderden afgevaardigden stonden buiten in de regen. De arts Guillotin stelde toen voor om naar de kaatsbaan te gaan.

De kaatsbaan[bewerken]

Le Serment du Jeu de paume, studies van afgevaardigden die de eed zweren, door David
Cathedrale Saint Louis in Versailles

Op de kaatsbaan werd het Franse jeu de paume gespeeld, een voorloper van het moderne tennis. De Salle de Paume was een hoge hal. De wanden waren zwart geschilderd, zodat de spelers de bal goed konden zien. Er werd een tafel gehaald bij de buurman, een kleermaker. Vervolgens vond de gedenkwaardige gebeurtenis plaats, waarbij volgens Louis Madelin geen enkel lid van de adel, noch monnik aanwezig was.[4] Inmiddels hadden twee liberale leden van de adel [5] en 149 geestelijken zich bij de derde stand gevoegd.

Buiten onweerde het[6], de gordijnen wapperden, maar de markies de Ferrières schreef later: "Een groote volksmenigte, die zich voor de ramen en buiten op straat verdrong, deed de lucht daveren van toejuichingen."

De kaatsbaan werd op 21 of 22 juni afgehuurd door de graaf van Artois, een broer van de koning; Lodewijk XVI liet opnieuw bekend maken dat iedere stand afzonderlijk op de daarvoor bestemde plaats zou moeten vergaderen. Daarop werd de Assemblée verplaatst naar de Kathedraal van Versailles.

De koninklijke zitting[bewerken]

De geschokte koning sprak op 23 juni de vergadering toe: een mengsel van toegevingen en afkeuringen. Hij eiste dat de Standen weer apart zouden vergaderen. Maar de Assemblée wilde niet wijken. De koning verklaarde de besluiten ongeldig en verliet de Staten-Generaal, gevolgd door een groot gedeelte van de clerus en de adel. Toen Henri-Évrard de Dreux-Brézé, ceremoniemeester van de koning, kwam vertellen dat de zaal ontruimd moest worden, verklaarde Mirabeau dat Brézé geen bevoegdheid had en dat hij terug moest gaan naar degene die hem gestuurd had. De vergadering was bijeen op gezag van het volk en zou alleen uiteen gaan bij de komst van bajonetten. Pierre-Victor Malouet verklaarde zich tegen de visie, waarbij aan het volk onbegrensde macht werd toegekend.

Tijdens de zitting kwam Necker niet opdagen, en na afloop vernam de koning dat Necker ontslag had genomen.[bron?]

Op de 25e sloten 47 leden van de adel zich aan onder leiding van Philippe Égalité[7][8] en op advies van Pierre Choderlos de Laclos, zijn secretaris. De koning ging door de knieën en schijnt uitgeroepen te hebben "Laat ze dan maar blijven". De drie standen werden op zijn bevel op de 27e samengevoegd en de Staten-Generaal afgeschaft. Hij gaf meer garanties op individuele en persvrijheid; de lettres de cachet verdwenen, behoudens enkele uitzonderingen. De ongelijkheid in belastingheffing werd opgeheven, de taille werd afgeschaft.

Iemand[bron?] meende dat de revolutie was geëindigd en dat er geen druppel bloed had gevloeid. Op 9 juli werd de Nationale Grondwetgevende Vergadering gevormd.

Handtekeningen onder de eed

De schilder David[bewerken]

Le Serment du Jeu de paume door David, Musée Carnavalet

David was als propagandist actief betrokken bij de Franse Revolutie en schilderde in opdracht van de Wetgevende Vergadering[9] of de jakobijnen?[10] de Eed op de Kaatsbaan, waarbij hij 500 mensen zou moeten afbeelden. Om het omvangrijke schilderij van negen meter breed en zes meter hoog te financieren begon David fondsen te werven; 3.000 mensen schreven in op het project in de verwachting een soort kopie te verwerven.Er schijnen honderden ontwerpen te sluimeren in het depot van Versailles.[11] David stond voor een probleem. Hoe moest hij gelijkheid en broederschap in de pas opgerichte Assemblée Nationale afbeelden? In het midden staan gebroederlijk drie voor- of tegenstanders van de staatsreligie, die zich verzoenen.[10] In de zaal staan sansculotten; de vrouwen juichen op het balkon. Sommige helden uit 1789 waren al in 1792 tot schurken bestempeld en David maakte het werk mogelijk nooit af[12], nadat het verraad van Mirabeau, die in 1790 in overleg was getreden met de koninklijke familie, in december 1793 bekend werd door toedoen van Robespierre.

Bronnen en referenties[bewerken]

  • Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 30-31.
  • Janssen Perio, E.M. (1989) Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel. Getuigenissen en documenten over de Franse Revolutie, p. 58-59.
  • Madelin, L. (1932) De Fransche Revolutie, deel I, p. 56-75.
  • Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 106-109.
  • Schama, S. (1989) Citizens. A Chronicle of the French Revolution, p. 358-364.
  1. Eed in de Kaatsbaan, op republikanisme.nl.
  2. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 99.
  3. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 106-107.
  4. Die feiten zouden inmiddels achterhaald kunnen zijn of een gevolg zijn van zijn optiek.
  5. Volgens Madelin Virieu en Blacons.
  6. Volgens Simon Schama.
  7. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 31.
  8. Hibbert, C. (1980) The French Revolution, p. 62.
  9. Algemeene konst- en letterbode, 3 januari 1794.
  10. a b Jacques-Louis David: Artistic Interpretation in Tumultuous Times [1]
  11. Classicisme en Romantiek. Architectuur, Beeldhouwkunst, Schilderkunst, Tekenkunst. 1750-1848, p. 375
  12. De schilder en zijn broodheer, op dekluizenaar.mimesis.nl.

Externe link[bewerken]