Erik de Vlieger
Erik Wim de Vlieger (Zandvoort, 25 november 1959) is een omstreden Nederlands ondernemer met belangen in onder meer luchtvaartbedrijven en vastgoed.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Erik de Vlieger werd op 29 november 1959 in Zandvoort geboren als zoon van Jan de Vlieger, een groothandelaar in naaimachines die werkte onder de handelsnaam Internationale Machinehandel voor de Confectie-Industrie Amsterdam (IMCA). De Vlieger deed de Havo op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Na zijn eindexamen begon hij op zijn negentiende in het bedrijf van zijn vader. Van 1979 tot 1981 was hij directeur Imca UK, van 1981 tot 1983 directeur Imca bv en van 1983 tot 1990 directeur van alle Imca's en tevens van Minerva Boskovice en Prostejov in Tsjechië. Begin jaren tachtig nam hij het bedrijf over, samen met zijn broer Frans de Vlieger. Ze gingen ook industrienaaimachines produceren. In 1991 werd de fabriek verkocht. Broer Frans ging verder met de groothandel. De Vlieger nam vervolgens in Oost-Europa veel kersvers geprivatiseerde metaalfabriekjes over van hun niet met kapitalistische methoden vertrouwde kleine aandeelhouders, die hij later voor veel geld verkocht. Vanaf de jaren negentig is hij actief als vastgoedhandelaar. Later waaierden zijn activiteiten steeds meer uit. Zijn poging om in 2003 het noodlijdende dagblad Het Parool over te nemen, mislukte. Hij moest zich tevreden stellen met de door Het Parool uitgegeven huis-aan-huisbladen (Weekmedia). Ook het door hem aangekondigde plan om een landelijk dagblad te beginnen met een strenge scheiding tussen feiten en opinies slaagde niet.
De Vlieger was in 2001 met Willem Endstra, en Herman Buurman betrokken bij de aankoop van de voormalige Britse luchtmachtbasis Laarbruch die werd omgebouwd tot Flughafen Niederrhein (later hernoemd tot Düsseldorf-Weeze en Airport Weeze). De Vlieger deed via IMCA Vastgoed zaken met een bedrijf waaraan Willem Holleeder was verbonden (Nieuwgraaf 114 Holding BV). In 2001 namen De Vlieger en Holleeder deel in een ander vastgoedbedrijf. Dit bedrijf, Electric BV, kocht dat jaar voor 6,9 miljoen gulden panden in de hoofdstad.
In 2003 was hij de op zes na rijkste Amsterdammer. De Vlieger stond in dat jaar op plaats 140 van de Quote 500-lijst, met een vermogen van 125 miljoen euro. Zijn vermogen was ondergebracht in een holding die in totaal circa 130 vennootschappen omvatte, verdeeld over de bedrijvengroepen Argo Beheer (drukkerijen, reclame, uitgeverij), Exel Aviation Group (luchtvaartbedrijven, waaronder Air Exel), Imca Group (naaimachines, scheepvaart (Figee, Shipdock), staal, vastgoed) en Imca Media Group (internet, kranten, radio, tijdschriften (Nederlandse Tijdschriften Groep)). Inmiddels zijn de meeste van deze bedrijven het onderwerp van een faillissement.
[bewerken] Uitbreiding Exel
In 2004 was hij betrokken bij verschillende overnamepogingen, gericht op het uitbreiden van zijn Exel-luchtvaartgroep. Zeer tegen de zin van zijn concern-directeuren gebruikte hij hierbij het onroerend goed van de Imca Group als onderpand. Eind 2004 probeerde De Vlieger met Holland Exel DutchBird over te nemen, Vanaf 2005 stapelden de problemen zich in hoog tempo op en raakte het imperium van De Vlieger in een vrije val. Zijn zakenpartner Niek Sandmann lukte het wel de BonairExel onderdelen in handen te krijgen en KLM-man Floris van Pallandt aan het werk te zetten, met ondersteuning van de Antilliaanse minister Omayra Leeflang.
Op 11 januari 2005 maakte De Vlieger bekend dat hij ging stoppen met de Imca-groep en de Exel-groep, omdat hij er "geen lol" meer in zou hebben. Zijn stap volgde na negatieve publiciteit over zijn luchtvaartbedrijven en beslagleggingen door de Belastingdienst en leveranciers bij verschillende onderdelen van zijn bedrijvengroep. De Vlieger zou zijn vastgoedbedrijf willen verkopen aan de managers ervan en zou ook zijn mediagroep willen verkopen. Hij zou wel grootaandeelhouder van Exel blijven. De Vlieger klaagde ook dat hij door de politie van Amsterdam werd gevolgd en werd getreiterd. Een motoragent zou hem hebben verteld dat hij op een speciale lijst stond van mensen die opzettelijk herhaaldelijk zouden moeten worden staande gehouden.
De luchtvaartonderneming Holland Exel van zakenlieden Erik de Vlieger, Niek Sandmann en Harm Prins was niet -naar wat eerst aangenomen was- gedoemd om te mislukken. Onlangs is er een rapport van de ondernemingskamer verschenen waarin staat dat het niet ondenkbaar is dat door de arrestatie van Harm Prins het fout is afgelopen met de luchtvaartmaatschappij.
[bewerken] Justitie
Vanaf 2005 kreeg De Vlieger met justitie te maken: hij werd gearresteerd, maar na enkele dagen weer vrijgelaten. Hij trok zich grotendeels uit zijn bedrijven terug. Een Frans justitieel onderzoek inzake onregelmatigheden bij zijn poging om in 2003 de Franse luchtvaartmaatschappij Air Lib over te nemen resulteerde in een veroordeling door een Franse rechtbank tot een voorwaardelijke celstraf van een jaar en een boete van 60.000 euro. De Vlieger is volgens Franse media schuldig bevonden aan malversaties bij de geplande overname van de noodlijdende vliegmaatschappij.
In 2009, zeven jaar na het eerste onderzoek, begon de rechtbank aan een proces tegen de Vlieger wegens afpersing, maar hij werd op 10 september 2009 vrijgesproken. De rechtbank vindt dat de bewijsmiddelen van het OM niet voldoende duidelijk maken dat er in de zomer van 2002 echt sprake was van afpersing, en ontkent dat De Vlieger door het OM kapot is gemaakt, zoals De Vlieger het zelf stelt. Op 14 juni 2011 werd De Vlieger wederom vrijgesproken. Volgens het Hof is niet bewezen dat de voormalig topman van IMCA zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing, bedreiging of wederrechtelijke vrijheidsberoving, zoals hem door justitie ten laste was gelegd. Het Hof stelt dat justitie de hele zaak heeft gebaseerd op de verklaring van de Amsterdamse horecabaas Alberto Fernandez, die vertelde dat hij door De Vlieger was afgeperst. Het Hof beoordeelt deze verklaring als inconsistent, niet betrouwbaar en onvoldoende om de zware verdenking te baseren.
[bewerken] Externe links
Bronnen, noten en/of referenties:
- Het overzicht van de diverse bedrijfsonderdelen is ontleend aan Elsevier van 22 januari 2005
- Le Figaro 4 juni 2007