Félix Houphouët-Boigny

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Félix Houphouët-Boigny
Houphouet-Boigny.jpg
President van Ivoorkust
Ambtstermijn 1960 - 1993
Voorganger Auguste Denise
Opvolger Henri Konan Bédié
Geboren 18 oktober 1905
Geboorteplaats Yamoussoukro
Overleden 7 december 1993
Overlijdensplaats Yamoussoukro
Politieke partij PDCI
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Félix Houphouët-Boigny, eigenlijke naam Dia Houphouët (Yamoussoukro, 18 oktober 1905 – aldaar, 7 december 1993), was een Ivoriaans politicus. Hij was van 1960 tot 1993 de president van Ivoorkust.

Vroege carrière[bewerken]

Félix Houphouët-Boigny werd in 1945, tijdens de eerste verkiezingen in Ivoorkust, gekozen tot lid van de Franse Nationale Assemblée. In 1946 droeg hij bij aan de Franse wet die gedwongen arbeid in de koloniën (vanaf 1945: Overzeese Gebiedsdelen) afschafte. In 1946 werd hij tevens herkozen in de Nationale Assemblée. In dat jaar richtte hij de PDCI (Parti Democratique de la Côte d'Ivoire) op, een onderdeel van de West-Afrikaanse territoriale RDA (Rassemblement Democratique Africain). Tussen 1956 en 1958 werkte hij zowel in Frankrijk als kabinetsminister als in de Ivoorkust als lid van de regeringsraad van Frans West-Afrika en burgemeester van Abidjan.

Nadat generaal Charles de Gaulle in Frankrijk aan de macht kwam (1958) veranderde de Franse houding ten opzichte van haar 'Overzeese Gebiedsdelen' en in 1959 werd Ivoorkust een autonome staat binnen de Franse Gemeenschap. Houphouët-Boigny werd in dat jaar premier en in 1960, na de onafhankelijkheidsverklaring, president van de Republiek Ivoorkust.

Presidentschap[bewerken]

Hoewel zijn bewind niet bijzonder democratisch was, bleef hij tot 1993 aan de macht. Direct na het aanvaarden van het presidentschap begon Houphouët-Boigny met de opbouw van een leger (dat had Ivoorkust voorheen niet) bestaande uit de vroegere gendarmes en inwoners van de Ivoorkust, die in het Franse leger dienden. Daarnaast begon hij al met de uitbouw van zijn autoritaire regime. Spoedig verkreeg de PDCI een monopoliepositie en werden andere politieke partijen verboden. Houphouët-Boigny was tevens voorzitter van de PDCI. Veel ambtenaren en bestuurders waren lid van de PDCI.

Handhaving van de nauwe banden met Frankrijk vormde de kern van zijn buitenlandse beleid evenals een militant anticommunisme. Vanaf de jaren 60 betrok hij traditionele bestuurders (stamhoofden enz.) nauw bij het bestuur. Eind jaren 70 groeide de onrust, met name over zijn autoritaire regeerstijl. In 1980 nam hij het uitvoerend bestuur van de PDCI in handen en democratiseerde de partij door haar verder uit te bouwen en meer mensen bij de politiek te betrekken. Daarnaast werd de rol van de vrouw verbeterd. Begin jaren 80 startte de bouw van de Basilique Notre-Dame de la Paix, een prestigieus project. Deze basiliek was een exacte kopie van de Sint-Pietersbasiliek in het Vaticaan. De onrust over dit project groeide, met name over de vraag waar het bouwgeld (ca. US$ 300 miljoen) vandaan kwam. In 1989 was de Notre-Dame de la Paix af en een jaar later werden andere politieke partijen toegelaten.

Langstzittende president van Afrika[bewerken]

Tijdens de eerste democratische verkiezingen van 1990 werd Houphouët-Boigny tot president herkozen. Toen hij in 1993 overleed was hij de langstzittende president van Afrika.

Hoewel zijn regime gebaseerd was op een eenpartijstelsel bleven een aantal democratische instituten overeind en werd zijn regime gekenmerkt als stabiel (er zijn maar enkele mislukte staatsgrepen tegen hem gepleegd).

Hij werd opgevolgd door Henri Konan Bédié.

Félix-Houphouët-Boigny Vredesprijs[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Félix Houphouët-Boigny-Vredesprijs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 1991 wordt de Félix Houphouët-Boigny-Vredesprijs van de UNESCO uitgereikt. De prijs heeft tot doel personen en actieve publieke of private groepen of instituten te eren die een belangrijke bijdrage hebben geleverd in het promoten, zoeken, beschermen en houden van vrede, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en de grondslagen van de UNESCO.