Firouz Mirza Nosrat-ed-Dowleh Farman Farmaian III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nosrat Dowleh als jongeman

Prins Firouz Mirza Nosrat-ed-Dowleh III (rond 1889 - april 1937) is minister van verscheidene posten geweest tijdens de Kadjarendynastie in Perzië (tegenwoordig Iran). Firouz is tevens gouverneur geweest. Hij oudste zoon van prins Abdol Hossein Mirza Farmanfarma en prinses Ezzat-Dowleh. Hij was een kleinzoon van zijn naamgever Nosrat Dowleh Firouz Mirza en van Mozzafar-al-Din Shah, via zijn moeders kant.

Hij sprak vijf talen, Perzisch, Arabisch, Frans, Engels en nog een taal, die onbekend is. Hij ging naar het 'Lycee Jansen' in Parijs. Omdat achternamen nog niet normaal waren in Perzië in de tijd dat hij zijn studie in Frankrijk volgde, registreerde hij zich als 'Firouz Firouz'. Hij gebruikte zijn grootvaders naam als achternaam. Later, toen de Persische regering achternamen mogelijk maakte via de wet, noemde zijn vader zich Farmanfarmaian van achteren. Dezelfde naam gebruikte hij voor zijn kinderen. Desondanks hielden Nosrat-ed-Dowleh en zijn zuster vast aan de achternaam 'Firouz' en werden zij respectievelijk bekend onder de naam Firouz Firouz en Maryam Firouz.

Firouz werd minister van Buitenlandse Zaken onder Ahmad Shah; hij was architect van de tot mislukken gedoemde Anglo-Perzië afspraak in 1919, kandidaat voor de troon van de Kadjaren na sultan Ahmad Shahs verwijdering en in 1921, tijdens de overname die Reza Shah aan de macht bracht, bracht hij drie maanden door in de gevangenis met zijn vader en jongere broer Abbas Mirza Salar Lashgar terwijl Reza Shah zijn machtbasis in handen hield. Na zijn vrijlating ging hij negen jaar door met zijn publieke leven, als lid van het parlement, provinciale gouverneur, minister van justitie en minister van financiën.

In juni 1930, toen als loyale minister van financiën optrad voor Reza Pahlavi, liet de sjeik hem arresteren voor het aannemen van geld. Het was ongeveer vijfhonderd toman (ongeveer 80 euro vandaag de dag). Omdat hij een extreem rijke prins vwas met talrijke ondernemingen, had Nosrat Dowleh weinig aan vijfhonderd toman. Dit was alleen maar een voorbode voor de afkeer die hij voor hem had en hoe hij probeerde van hem af te komen. Dit resulteerde in het feit dat Nosrat Dowleh voor een maand naar de gevangenis werd gestuurd. Dit gebeuren schudde Nosrat Dowlehs vader, Abdol Hossein Mirza Farmanfarma, wakker en hij waarschuwde zijn zoon om te stoppen met zijn extravagante levensstijl als prins. De waarschuwingen werden niet verhoord. Tegen het eind van 1936 werd Reza Pahlavi alleen maar tyranischer en onvoorspelbaarder dan eerst. Nosrat Dowleh werd gearresteerd door de Teheraanse politiechef Mokhtari die hem in de gevangenis hield. Ondanks pogingen van de Farman Farmafamilie werd hij niet vrijgelaten, maar verplaatst naar een wachthuis in Semnon, een dorpje ongeveer tachtig mijl ten oosten van Teheran, waar hij vastgehouden werd zonder contact met de buitenwereld. In 1937, kwam het nieuws naar Nosrat Dowlehs vader dat zijn zoon dood was. De sjeik had bepaald dat hij werd begraven zonder ceremoniële omstandigheden of vermelding in de pers. Abdol Hossein Mirza Farmanfarma verzekerde dat zijn zoon werd begraven in de tuin van Shah Abdol Azim, waar vele andere leidende personen van de Kadjaren waren begraven.

Later werd duidelijk dat hij vermoord was in zijn kamer onder de toezicht van een dokter genaamd Ahmadi. In 1940 had de rechtbank besloten dat dokter Ahmadi schuldig was aan het vermoorden van vele politieke gevangenen en veroordeelde hem tot de doodstraf door ophanging. Mottaki werd veroordeeld tot een lange gevangenisstraf.

Regeringsposities die Firouz heeft bekleed[bewerken]

  • Minister van Buitenlandse zaken (ca 1925)
  • Minister van Financiën
  • Minister van Justitie
  • Gouverneur
  • Minister van het parlement