Fred Spijkers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Fred Spijkers (17 juni 1946) is een Nederlands maatschappelijk werker en klokkenluider.

Ondeugdelijke landmijnen[bewerken]

Spijkers werkte als bedrijfsmaatschappelijk werker bij het ministerie van Defensie. Toen de mijnexpert Rob Ovaa in 1984 bij een ongeluk met een Nederlandse AP-23 mijn omkwam, kreeg Spijkers opdracht de weduwe, Marjolein Ovaa, te vertellen dat haar man door eigen nalatigheid was omgekomen.

Spijkers vermoedde echter dat mijnen van dat type ondeugdelijk waren omdat er al eerder een dodelijk ongeluk mee was gebeurd waarbij zes dienstplichtigen waren omgekomen. Tijdens het gesprek met de weduwe op 14 september 1984 maakte Spijkers duidelijk dat hij was gestuurd en niet achter zijn boodschap stond. Vervolgens begon hij een onderzoek.

Spijkers ontdekte dat de ondeugdelijkheid van de door Eurometaal geproduceerde mijnen van dit type al sinds 1970 bekend was. Hierop liet zijn chef door de Marine Inlichtingendienst (Marid) en Landmacht Inlichtingendienst (Lamid) een onderzoek uitvoeren naar Spijkers.

Op 13 mei 1986 gaf de Lamid Spijkers de kwalificatie "politiek crimineel" mee. Het jaar daarop werd Spijkers psychiatrisch onderzocht. Hij werd als paranoïde en schizofreen omschreven, en kwam in de WAO terecht. In 1989 werd Spijkers door twee militairen beschoten; het duo kwam er met een disciplinaire straf vanaf. Per 1 september 1998 werd betaling van zijn inkomen en zijn pensioenvoorziening gestaakt.

Strijd tegen Defensie[bewerken]

Na jarenlange strijd volgde bemiddeling door de Nationale Ombudsman en een onderzoek door KPMG. In een zogeheten vaststellingsovereenkomst erkende het ministerie van Defensie op 29 november 2002 dat het Spijkers, de Tweede Kamer, de media en de samenleving achttien jaar lang systematisch had misleid.

Spijkers werd een schadevergoeding toegezegd, plus een vergoeding van juridische en medische kosten. Spijkers zou worden gerehabiliteerd en zijn dossiers zouden worden geschoond van kwalificaties als "politiek crimineel" en "politiek psychiatrisch geval". Ook Marjolein Ovaa en haar twee kinderen kregen een schadevergoeding. Spijkers en Ovaa zouden beiden koninklijk worden onderscheiden. Ook zou Spijkers wachtgeld ontvangen over de periode 1993 - 2011.

Compensatie[bewerken]

Spijkers ontving in 2003 een onbelaste schadevergoeding van 1,6 miljoen euro. Na Kamervragen door het Kamerlid Krista van Velzen zorgde staatssecretaris van Defensie Van der Knaap er alsnog voor dat Spijkers op 27 november 2003 werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Op 29 augustus 2005 liet Van der Knaap de Tweede Kamer weten dat de archiefstukken over Fred Spijkers pas 50 tot 70 jaar na diens dood openbaar zullen worden. Ook meldde Van der Knaap dat hij de juridische en medische kosten van Spijkers niet zou vergoeden.

In september van dat jaar kreeg Spijkers in strijd met de gemaakte afspraken toch een belastingaanslag van 900 duizend euro opgelegd over de toegekende schadevergoeding. Op 18 oktober maakte Spijkers in het programma Nova bekend dat hij enkele jaren eerder door toenmalig staatssecretaris van Defensie Henk van Hoof was bedreigd met "een dodelijk wapen" als hij de stukken waarover hij beschikte naar buiten zou brengen.

Spijkers kreeg in 1999 de door de SP ingestelde Rooie Reus-Prijs. Ook mocht hij in april 2000 met toenmalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal de klokkenluidersmeldlijn van de FNV openen.

Aandacht in de media[bewerken]

Op 27 oktober 2006 verscheen bij uitgeverij Papieren Tijger het boek 'Een man tegen de staat', waarin journalist Alexander Nijeboer gedetailleerd verslag doet van de hele affaire-Spijkers.

Zo beschrijft het boek hoe bewindslieden in totaal 49 keer de Tweede Kamer voorlogen over deze klokkenluidersaffaire. Van staatssecretaris van Defensie Van der Knaap toont Nijeboer aan dat hij 20 maal de fout in ging bij het inlichten van Kamervragen.

Ook beschrijft het boek hoe Spijkers via een vervalst psychiatrisch rapport door Defensie werd ontslagen. Tot op de dag van vandaag weigert Van der Knaap de destijds gepleegde fraude terug te draaien, ondanks het feit dat dit middels een overeenkomst tussen Spijkers en de Staat in 2002 al werd afgesproken. Het boek werd gepresenteerd op het hoofdkantoor van het FNV, waar vakbondsvoorzitter Agnes Jongerius het eerste exemplaar in ontvangst nam. In haar toespraak pleitte ze voor een betere bescherming van klokkenluiders. Tegen het boek werd door (ex-)bewindslieden vijf juridische procedures aangespannen. Uiteindelijk werd de uitgever gedwongen geen herdruk van het boek meer te produceren.

Tevens wordt Fred Spijkers door Lange Frans genoemd in zijn lied Kamervragen dat verscheen op 04 februari 2008.

Universitair onderzoek[bewerken]

Het vakblad 'Openbaar Bestuur' publiceerde vrijdag 7 maart 2008 de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek [1], uitgevoerd door een team van elf academici onder leiding van de Universitair docent prof. dr. Joep van der Vliet naar de 'klokkenluidersaffaire'. Van der Vliet constateerde dat Spijkers' leven 'verwoest' werd 'door toedoen van politieke, bestuurlijke, rechterlijke en ambtelijke gezagsdragers namens de Nederlandse staat'.

Sommige gezagsdragers hebben volgens de onderzoekers hun politieke verantwoordelijkheden en natuurlijke plichten ten opzichte van Spijkers 'op een reeks van manieren grof geschonden'. De onderzoekers benadrukken dat zij daarbij ook doelen op ministers en staatssecretarissen van Defensie en Binnenlandse Zaken, van 1984 tot nu. Zij hadden Spijkers moeten prijzen, stellen de onderzoekers in hun bevindingen. Het ontbreekt de betrokken gezagsdragers aan 'morele moed en waardigheid'. "Ze hebben rechtsstatelijke middelen 23 jaar lang gebruikt om onrecht te begaan en zijn dus 'slecht' of zelfs 'kwaadaardig' wegens de klaarblijkelijke onverschilligheid over dat onrecht." "Zij waren geen hoeders van rechtvaardigheid en van de rechtsstaat, integendeel, ze gebruikten de bevoegdheden die hen ten dienste stonden om de rechten van een burger met voeten te treden."[2] "Ministers, staatssecretarissen, hoge ambtenaren, rechters en zelfs de Nationale Ombudsman negeren rechtsstatelijke beginselen en procedures als hun dat uitkomt. Ze doen dat om hun eigen hachje te redden of de vermeende belangen van hun ministerie, of van hun politieke partij te beschermen."

April 2008; Gemeenteraad Culemborg schrijft premier Balkenende brief[bewerken]

Op 23 april 2008 besloot de Culemborgse gemeenteraad unaniem om een brief aan Premier Balkenende te sturen.

De Culemborgse raad vraagt Balkenende in deze brief over zijn eigen schaduw heen te stappen en verantwoordelijkheid te nemen voor een royale en ruimhartige uitvoering van de in 2002 gesloten overeenkomst tussen de Staat en Fred Spijkers.

Half maart schreef de raad ook al een dergelijke brief. De reactie van premier Balkenende op die brief wordt door de plaatselijke politiek als te mager en formalistisch ervaren.

Helft Tweede Kamer verwacht oplossing voor zomer 2008[bewerken]

Zes partijen hebben vrijdag 16 mei in een brief [3] aan staatssecretaris van Defensie Jack de Vries opgeroepen om tot overeenstemming te komen met Fred Spijkers. Dit bevestigde Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie).

De partijen die gezamenlijk de brief hebben opgesteld (PvdA, SP, Groen Links, ChristenUnie, D66 en Groep Verdonk) zijn samen goed voor de helft van het totale aantal Kamerzetels van 150.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie bevestigde de ontvangst van de brief, maar wilde inhoudelijk geen uitspraken doen.

Pieter van Vollenhoven betrokken[bewerken]

Op 17 mei 2008 maakt Pieter van Vollenhoven in het radioprogramma Met het oog op morgen bekend dat hij wil optreden als vertrouwenspersoon van Fred Spijkers als het ministerie van Defensie hem daarom vraagt. Die vraag heeft hij op dat moment nog niet gekregen. Later wel op initiatief van SP-Kamerlid Krista van Velzen. Hij stelde in hetzelfde radioprogramma dat als de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de jaren tachtig in haar huidige vorm had bestaan, hij als voorzitter de zaak zeer waarschijnlijk onder ogen zou hebben gekregen.

In juli 2008 wordt bekend dat Pieter van Vollenhoven toch niet de vertrouwensman voor klokkenluider Fred Spijkers wordt.

Onder druk van onder anderen premier Balkenende heeft Van Vollenhoven besloten van de zaak af te gaan om niet het onderwerp van discussie te worden.

Eind juli 2008 mengt oud-politicus Willem Aantjes (oud-fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor de ARP en het CDA) zich in de discussie, door middel van een ingezonden stuk met kanttekeningen bij de affaire in het dagblad Trouw [4].

Officieel is er nog geen nieuwe vertrouwensman voor Spijkers, maar inmiddels houdt FNV-voorzitter Jongerius zich met de zaak bezig. De RVD wil geen mededeling doen over de zaak, maar wijst erop dat er rechtstreeks overleg is tussen Spijkers en het ministerie van Defensie om tot een oplossing te komen.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Hard oordeel over affaire bij Defensie, NRC Handelsblad, 6 maart 2008
  2. Hard oordeel over bewindslieden in zaak-Spijkers, Trouw.nl, 5 maart 2008
  3. Kamer wil snelle oplossing zaak-Spijkers, Trouw, 17 mei 2008
  4. Willem Aantjes In de zaak-Spijkers past geen zwijgen in dagblad Trouw 30 juli 2008, Podium pag.8.