Frederick Browning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederick Browning
Browning als commandant, 1e Airborne Divisie, oktober 1942
Browning als commandant, 1e Airborne Divisie, oktober 1942
Bijnaam Boy
Tommy
Geboren 20 oktober 1896
Kensington, Groot-Londen, Engeland
Overleden 14 maart 1965
Menabilly, Cornwall, Engeland
Land/partij Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Onderdeel BritishArmyFlag2.svg British Army
Dienstjaren 19151948
Rang UK Army OF8-2.png Lieutenant General
Eenheid Grenadier Guards
Leiding over First Allied Airborne Army
1e Luchtlandingsdivisie
I Airborne Corps (United Kingdom)
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Ander werk Brits hof

Frederick Arthur Montague Browning (Kensington, 20 december 1896Cornwall, 14 maart 1965) was een Britse officier en Olympisch deelnemer. Zijn belangrijkste rol was die van plaatsvervangend commandant van de Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger tijdens Operatie Market Garden.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

De militaire carrière van Browing begon tijdens de Eerste Wereldoorlog en hij ontving voor zijn verdiensten in 1917 de Distinguished Service Order en het Croix de Guerre. Tijdens de oorlog ontmoette hij Winston Churchill.

Interbellum[bewerken]

Hij was in 1920 kapitein en in 1928 majoor. Hij bracht een tijd door als adjudant aan de Royal Military College in Sandhurst waar hij eerste adjudant was. Tijdens de Sovereign’s Parade van 1926 reed hij op zijn paard "The Vicar" de trap van de Old College op en stapte in de Grand Entrance af. Er is geen bevredigende verklaring te geven waarom hij dit deed, maar het werd een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Browning was tijdens de Olympische Winterspelen in 1928 in Sankt Moritz in Zwitserland een lid van het Britse bobsleeteam. Zijn team Great Britain II eindigde tiende in de vijfmansbob. Hij was ook een bekwaam zeiler met zijn boot Ygdrasil. Hij trouwde in 1932 met Daphne du Maurier, toen zij 25 jaar was en hij een 35-jarige majoor in de Grenadier Guards die gestationeerd waren in Frimley. Ze vestigden zich in Menabilly House in Fowey Harbour in Cornwall.

Browning werd later bevorderd tot luitenant-kolonel, gevolgd door zijn benoeming tot bevelhebber van het 2e Bataljon van de Grenadier Guards. Hij behield deze positie tot de Tweede Wereldoorlog toen hij benoemd werd tot commandant van de Small Arms School als brigadier.

Browning observeert trainingen in Netheravon, oktober 1942

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1940 kreeg Browning het bevel over de 24e Guards Brigade en in 1941 werd hij bevelhebber van de 1e Luchtlandingsdivisie. Hij behield de positie toen de eenheid vocht in Noord-Afrika. Op 6 mei 1943 deed hij afstand van zijn commando en met zijn bevordering in december 1943 tot luitenant-generaal werd hij toegevoegd aan de HQ Airborne Forces in Groot-Brittannië. Op 16 april 1944 werd hij benoemd tot commandant van de 1e Luchtlandingskorps. Het korps maakte deel uit van de Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger waarvan het commando werd gevoerd door de Amerikaanse luitenant-generaal Lewis H. Brereton. Browning werd naast bevelhebber van het korps ook plaatsvervangend commandant van het Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger ondanks de slechte relatie met Brereton en door de meeste Amerikaanse officieren te worden gehaat, inclusief Ridgeway. Tijdens de voorbereidingen voor een van de vele afgelaste operaties, Linnete II, deed verschil van mening met Brereton hem tot ontslag dreigen vanwege verschil in militaire cultuur. Brereton beschouwde dit als niet gehoorzamen van een order.

Het 1e Luchtlandingskorps voerde de luchtlandingstroepen aan tijdens Operatie Market Garden. Browning landde met een tactisch hoofdkwartier vlak bij Nijmegen maar ondervond moeilijkheden om bevelen door te geven vanwege communicatiefouten en hun geografische afscheiding. Zijn gebruik van 38 vliegtuigen om zijn korpshoofdkwartier tijdens de eerste dropping te verplaatsten werd bekritiseerd; het aantal gevechtstroepen bij de eerste dropping was al beperkt vanwege het besluit om niet meer dan twee droppingen op de eerste dag te maken. De Amerikaanse generaal James M. Gavin, bevelhebber van de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie had hevige kritiek op Browning.

Operatie Market Garden tekende voor het grotendeels het leven van Browning. Hij en zijn staf landden per zweefvliegtuig vlak bij Nijmegen en vestigden daar een veldhoofdkwartier samen met die van de 82e Luchtlandingsdivisie. Voor de rest van de operatie had hij geen contact meer met de Britse 1e Luchtlandingsdivisie bij Arnhem of met de Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie bij Eindhoven. Deze situatie werd op 20 september 1944 verholpen door een vlucht van vier Spitfires van RAF-squadron nr. 16 met droptanks uit Evere bij Brussel om berichten af te leveren van het hoofdkwartier van de 21e Legergroep aan de hoofdkwartieren van het 30e Legerkorps en de 1e Luchtlandingsleger bij Nijmegen.

Na de slag leidde Brownings kritiek op de bijdrage van de Poolse troepen tot het ontslag van de Poolse generaal-majoor Stanisław Sosabowski als commandant van de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade.

Nadat Browning gediend had als de stafchef van Louis Mountbatten in India werd hij opperbevelhebber van de South East Asia Command. Hij werd op die post opgevolgd door Henry Royds Pownall. Browning bleef in Zuidoost-Azië tot het einde van de oorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De laatste militaire post van Browning was van 1946 tot 1948 Military Secretary bij de War Office. Van 1948 tot 1952 was hij comptroller en treasurer bij kroonprinses Elizabeth. Van 1944 tot 1962 was hij commodore bij de Royal Fowey Yacht Club. Hij werd in 1946 geridderd en was van 1952 tot 1959 treasurer bij de Hertog van Edinburgh.

Browning werd in 1943 benoemd tot Companion of the Order of the Bath. Hij werd in diverse dagorders genoemd en werd in 1945 onderscheiden met de Legion of Merit. In 1946 werd hij benoemd tot Knight Commander of the Order of the British Empire. In 1943 werd hij benoemd tot Knight of the Royal Victorian Order en in 1959 tot Knight Grand Cross of the Royal Victorian Order.

Militaire loopbaan[bewerken]

Militaire registratienummer[bewerken]

  • 22588

Decoraties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Mead, Richard (2007). Churchill's Lions: A biographical guide to the key British generals of World War II. Stroud (UK): Spellmount.
  • Murray, Williamson; Millett, Allan Reed (2000). A war to be won: fighting the Second World War. Cambridge Mass.: Belknap Press of Harvard University Press