Gerrit Jan van de Waal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gerrit Jan van de Waal (Rhenen, 5 december 1904Gouda, 5 mei 2010) was een Nederlandse dichter en verzetsstrijder.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Van de Waal deel aan het verzet omdat hij het onrecht dat joodse Nederlanders werd aangedaan niet kon verdragen. Onder de schuilnaam Mees beheerde hij onder meer de Rotterdamse Bank Bodegraven en zorgde voor de financiering van talloze illegale activiteiten. Vanaf 1942 nam Van de Waal als afgevaardigde van de Rijnstreek deel aan vergaderingen van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). In de loop der tijd werd hij districtleider in Rotterdam, Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Na de oorlog werd hij rechercheur bij de Politieke Recherche Afdeling Collaboratie en was tot zijn 85e actief voor Stichting 1940-1945.[1]

In augustus 1943 schreef hij een gedicht over vaderlandsliefde. Het gedicht is destijds via omwegen en mondelinge overlevering bij koningin Wilhelmina in Engeland terechtgekomen. De naam van de schrijver was op dat moment onbekend.

Het gedicht sprak de koningin erg aan. Zij gebruikte het vierde couplet voor een strooifolder:

Aanhalingsteken openen

Voorwaarts Vaderland! Riemen om de kin. Met God door bloed en tranen. Een schooner toekomst in, Wilhelmina.

Aanhalingsteken sluiten

De folder met de handgeschreven tekst en een foto van Wilhelmina is kort voor de bevrijding uitgestrooid boven Zuid-Holland.

Kroonprins Willem-Alexander bracht Van de Waal op 5 december 2009 in Gouda een bezoek om hem te feliciteren met zijn 105e verjaardag.[2] Van de Waal overleed vijf maanden later, op Bevrijdingsdag 2010.[3]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Klazien van Brandwijk. Veteranenverhalen - Overzicht veteranenverhalen - Gerrit Jan van de Waal. Veteraneninstituut Geraadpleegd op 9 december 2009
  2. Kroonprins feliciteert 105-jarige verzetsdichter. NU.nl (2009-12-05) Geraadpleegd op 9 december 2009
  3. Overlijdensadvertentie in Kijk op Reeuwijk, 12 mei 2010 (pagina 4).