Grieks-Italiaanse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grieks-Italiaanse Oorlog
Onderdeel van de Joegoslavische campagne, Tweede Wereldoorlog
Griekse artillerie in november 1940
Griekse artillerie in november 1940
Datum 28 oktober 1940 - 23 april 1941
Locatie Zuidelijke Balkan
Resultaat Griekse tactische overwinning, strategische impasse
Strijdende partijen
Vlag van Italië 1861-1946 Italië Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Commandanten
Sebastiano Visconti Prasca
Ubaldo Soddu
Ugo Cavallero
Giovanni Messe
Aléxandros Papagos
Troepensterkte
529,000 man Minder dan 300,000 man
Verliezen
13.755 gedood,
50.874 gewond,
25.067 vermist,
12.368 uitgeschakeld door bevriezing,
ca. 23.000 gevangengenomen
13.325 gedood,
42.485 gewond,
1.237 vermist,
ca. 25.000 uitgeschakeld door bevriezing,
2.392 gevangengenomen

De Grieks-Italiaanse oorlog is een Italiaans offensief in de Tweede Wereldoorlog om Griekenland vanuit het onder protectoraat gestelde Albanië te veroveren en te annexeren. De oorlog betekende de eerste nederlaag voor de asmogendheden, maar leidde ook tot de Duitse interventie in Griekenland.

Voorgeschiedenis[bewerken]

In 1940 stond Hitler op het toppunt van zijn roem, en kwam Mussolini steeds meer in diens schaduw te staan. Italië bezette weliswaar ook wat gebieden, maar hield duidelijk geen gelijke tred met de Duitsers. Hitlers plotselinge bezetting van de Roemeense olievelden was voor Mussolini de druppel die de emmer deed overlopen: hij wilde laten zien dat ook hij een grote veroveraar was.

Op 28 oktober 1940 overhandigde de Italiaanse ambassadeur in Athene de Griekse dictator Ioannis Metaxas een ultimatum waarin stond dat Italië militaire steunpunten en bepaalde garanties opeiste. De termijn die gold was daarbij belachelijk kort, slechts een paar uur. Metaxas antwoordde met een duidelijk nee (hetgeen nog ieder jaar op Óchi-dag wordt herdacht) en de bevolking meldde zich massaal bij het leger.

Als antwoord op de dreiging werd het noorden van het land versterkt, en de Grieken maakten zich klaar voor een aanval van de Italianen. Griekenland was bijster slecht op oorlog met Italië voorbereid: het kon aanvankelijk slechts 10 divisies (ca. 100.000 man) in het veld brengen en bezat geen noemenswaardige luchtmacht. De Metaxas-linie in het noorden was slechts tegen Bulgarije gericht en was niet doorgetrokken tot de Albanese grens.

De Italianen waren echter al bijna even slecht voorbereid. Legerbevelhebbers klaagden dat ze te weinig voorbereidingstijd, en het feit dat ze een veldtocht in november moesten voeren nu de weersomstandigheden zo slecht waren. Toch zag men het optimistisch in: men verwachtte dat de veldtocht tegen de slecht bewapende Grieken een militaire "wandeling" zou worden.

Verloop van de strijd[bewerken]

Deze aanval begon al op 28 oktober met een Italiaanse aanval op de linie. De aanval eiste aan beide zijden veel slachtoffers. Toch liep na verloop van tijd het Italiaanse offensief dood. De Grieken werden geholpen door het slechte weer en het moeilijk begaanbare terrein. Door het slechte weer moest de luchtmacht aan de grond blijven, waardoor de Italianen datgene waarin ze het meest superieur waren aan de Grieken niet konden inzetten. Door de ruwe zee konden landingen op o.a. Korfoe niet doorgaan.

De Italianen trachtten op twee punten op te rukken: Epirus en West-Macedonië. Winston Churchill deed een aanbod aan Metaxas om Britse legereenheden naar Griekenland te verschepen om de Italiaanse opmars tegen te houden. Metaxas gaf bevel het Griekse leger te laten overgaan tot de aanval. In de Slag bij de Pindus wisten de Grieken de Italiaanse Julia-divisie te verslaan. Deze slag was een keerpunt in de strijd.

Het door de Grieken bezet gebied november 1940 - maart 1941

De Griekse tegenaanval begon op 14 november 1940 en dreef de Italiaanse eenheden terug over de grens. Het Griekse leger overschreed deze, en veroverde de Albanese steden Përmet en Sarandë. De Italianen werden over de rivier Kalamas teruggedreven. Uiteindelijk wisten de Grieken ongeveer een kwart van Albanië te bezetten. De Italianen konden pas de opmars stoppen na versterkingen te hebben aangevoerd. Uiteindelijk bonden minder dan 300.000 Grieken weerstand aan meer dan 500.000 Italiaanse troepen.

Intussen landden Britse troepen op Kreta, terwijl de Grieken ook Britse luchtsteun ontvingen. Dit en de nederlagen van de Italiaanse bondgenoot dwongen Hitler tot ingrijpen om de Balkan te beschermen. Hij maakte zich op om met Bulgarije Griekenland binnen te vallen. De Britten probeerden de Grieken te overtuigen zich uit Albanië terug te trekken om te voorkomen dat het leger door een Bulgaars-Duits offensief zou worden afgesneden van Griekenland. De Grieken weigerden echter ook maar een meter bezet gebied op te geven.

Van 9 tot 20 maart 1941 probeerden de Italianen nog een keer op eigen kracht de Grieken terug te drijven, maar ook deze aanval mislukte. Op 6 april 1941 kwam uiteindelijk de verwachte Duits-Bulgaarse aanval: de slag om Griekenland was begonnen.

Gevolgen[bewerken]

Dat was officieel het einde van de Italiaans-Griekse oorlog, omdat Duitse, Italiaanse en Bulgaarse troepen nu de Balkancampagne startten tegen Joegoslavië en Griekenland. De Bulgaren konden gemakkelijk de onverdedigde noordgrens passeren, het leger in Albanië werd in de rug aangevallen, en binnen enkele weken waren beide landen ingenomen.

Italië kreeg controle over delen van Noord-Griekenland en Montenegro. Kosovo werd bij Albanië gevoegd, en omdat Albanië een protectoraat was van Italië betekende iedere vergroting van Albanië ook een vergroting van Italië. De Bulgaren bezetten het noordoosten (West-Thracië), en de Duitsers een aantal strategische punten waaronder de Turkse grens. Voor Griekenland waren nu de jaren van bezetting aangebroken.