Grote Verdrukking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Grote Verdrukking is een uitdrukking uit de christelijke Bijbel in verband met de Eindtijd. In dit artikel gaat het om de christelijke zienswijzen hierover.

Voor andere uitdrukkingen en zienswijzen in verband met de Eindtijd

1rightarrow blue.svg zie het artikel Eschatologie vooral voor religieuze meningen
1rightarrow blue.svg zie het artikel Einde van de wereld vooral voor seculiere of wetenschappelijke meningen

Definities[bewerken]

Sommige christenen zien de Grote Verdrukking als de allerlaatste periode voordat Jezus Christus uit de hemel zal terugkomen op aarde. Dikwijls ziet men een verband tussen de Grote Verdrukking en Antichrist, die volgens één verklaring deze Grote Verdrukking veroorzaakt door de christenen hevig te vervolgen. Ook zou de mensheid tenslotte door vele oorlogen en natuurlijke en bovennatuurlijke rampen op de rand van totale vernietiging staan. Dit wordt ook in verband gezien met wat Jezus zei toen hij over de 'laatste dingen' sprak: Als die dagen niet ingekort zouden worden zal er geen 'vlees' behouden blijven.

De bron van het idee van de Grote Verdrukking wordt gevonden in de Bijbelhoofdstukken Matteüs 24 en Lucas 21.

Aanhalingsteken openen

Maar wanneer u ziet dat Jeruzalem door legers omsingeld wordt, weet dan, dat haar verwoesting nabij gekomen is. Laten dan degenen die in Judea zijn vluchten naar de bergen; en laten degenen die in het midden [van de stad] zijn er uit trekken. En laten degenen die op het veld zijn niet in [de stad] komen. Want dit zijn de dagen van wrake opdat alles vervuld worde, dat geschreven is. Maar wee de bevruchte en de zogende vrouwen in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land, en toorn over het volk. En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard, en als gevangenen weggevoerd worden naar alle volken. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zijn. (Luk. 21:20-24)

Aanhalingsteken sluiten

Doorheen het grootste deel van de kerkgeschiedenis werd deze 'profetie' uitgelegd als vervuld door de Romeinse belegering van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel in 70 na Christus. 'Preterisme' is de zienswijze volgens welke de vervulling van profetieën in het verleden lag. Preteristen gaan ervan uit dat dit de enige vervulling was. Sommigen veronderstellen een dubbele vervulling, terwijl nog anderen, onder invloed van het dispensationalisme, dit zien als een passage die in de toekomst zou worden vervuld.

Gebeurtenissen[bewerken]

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament (met name in de boeken Daniël en Openbaring) werd voorzegd dat er een koning zou opstaan die zwaar in opstand zou komen tegen God en zijn heiligen:

  • Daniël 7:25 “Hij (een bepaalde koning in de eindtijd) zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd.”
  • Daniël 9:27 “Hij (een toekomstige vorst) zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’ ”
  • Daniël 12:7 “Daarop hoorde ik (Daniël) de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond, spreken. Hij hief beide handen op naar de hemel en zwoer bij de eeuwig Levende: ‘Eén tijd, een dubbele en een halve tijd: wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.’ ”
  • Daniël 12:11 “En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken.”
  • Openbaring 11:2 “De voorhof buiten de tempel moet je overslaan. Meet die niet op, want hij is bestemd voor de heidenen, die de heilige stad tweeënveertig maanden lang zullen vertrappen.”
  • Openbaring 11:3 “Ik zal mijn twee getuigen opdracht geven om te profeteren. Gedurende twaalfhonderdzestig dagen zullen ze dat doen, gehuld in een boetekleed.” Dit slaat op de twee getuigen.

Er worden in deze aanhalingen verschillende tijdsaanduidingen gebruikt, die wat de tijdsduur betreft gelijkaardig zijn. Het wordt dikwijls geconcludeerd dat deze op eenzelfde periode zouden duiden. “Eén tijd, een dubbele tijd en een halve tijd” is drieënhalf. “De helft van de week” is drieënhalve dag. “Twaalfhonderdnegentig dagen” is ongeveer drieënhalf jaar (1.277 dagen). “Tweeënveertig maanden” is eveneens drieënhalf jaar. En ook “Twaalfhonderdzestig dagen” is ongeveer drieënhalf jaar. “Drieënhalve dag” zou volgens een oude interpretatie als een periode van drieënhalf jaar kunnen worden gezien.

In onder andere Matteüs 24 spreekt Jezus over “een tijd van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen.” (Matth. 24:21).[1] En in het volgende vers: "En indien die dagen niet ingekort werden zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort" (Matth. 24:22). Hoewel hier geen tijdsduur genoemd wordt, gaat men er dikwijls van uit, dat dit op de in Daniël en Openbaring vermelde periode van ca. 3,5 jaar slaat.

Rampen tijdens de Grote Verdrukking[bewerken]

In de Bijbel staan ook grote rampen en oorlogen beschreven, die volgens vele interpretaties tijdens de Grote Verdrukking zouden plaatsvinden. In Matteüs hoofdstuk 24, vers 29-31 staat hierover: "29Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. 31Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere." Deze tekst geeft aan dat er (volgens sommigen letterlijk, volgens anderen symbolisch) een zonsverduistering en een maansverduistering zouden zijn en dat er sprake zou zijn van “vallende sterren” (kometen). Dikwijls wordt aangenomen, dat daarna Christus’ Wederkomst zou plaatsvinden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 staat in plaats van enorme verschrikkingen: grote verdrukking.