Grote maagdenpalm
| Grote maagdenpalm | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| soort | |||||||||||||||||||
| Vinca major L. (1753) |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
De grote maagdenpalm (Vinca major) is een vaste plant behorend tot de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). De plant komt van nature voor in Zuid-Europa.
De plant lijkt sterk op de kleine maagdenpalm (Vinca minor), maar is hoger en kan 50-70 cm hoog worden. Ook de 3-9 cm x 2-6 cm grote bladeren zijn eivormig, langer gesteeld (lengte 1-2 cm) en hebben een groter kleurverloop, van donkergroen tot geel. Ook zijn de bladranden behaard dit in tegenstelling tot die van de kleine maagdenpalm. De 5-6 cm grote, violetpurperen bloemen zijn ook groter, en de kelkslippen zijn langer en spitser. De grote maagdenpalm bloeit van het vroege voorjaar tot de herfst. De vrucht is een dubbele kokervrucht.
In België en Nederland komt ze niet in het wild voor, al verwildert ze soms vanuit tuinen en parken.
De plant wordt gebruikt als bodembedekker.
Namen in andere talen [bewerken]
- Duits: Großes Immergrün
- Engels: Greater/Large periwinkle
- Frans: Grande pervenche
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Vinca major op Wikimedia Commons. |