Haarspeldbocht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Haarspeldbocht op de Mont Ventoux

Een haarspeldbocht is de naam voor een zeer scherpe bocht in een bergweg.

Het is niet doenlijk een weg recht tegen een helling op te leggen - de helling is te steil. Daarom legt men de weg ongeveer (niet precies) evenwijdig aan de hoogtelijn, zodat de stijging betrekkelijk gering is. Het wegverkeer ziet steeds aan de ene kant de berghelling en aan de andere kant de afgrond.

Af en toe moet er 180 graden gedraaid worden, en dat is dan de haarspeldbocht.

Autoverkeer[bewerken]

Bij normaal wegverkeer moet de bocht ruim genoeg zijn om een auto, en ook een vrachtauto, te laten keren. Om dat mogelijk te maken, binnen de beperkte ruimte van de steile helling, is het vaak nodig dat bij de wegaanleg een deel van de berg wordt weggehakt of opgemetseld. Komen twee voertuigen elkaar tegen die beide de buitenbocht willen nemen, dan is de regel dat het stijgende verkeer voorrang heeft.

Voetpad[bewerken]

Bij een voetpad in de bergen komen haarspeldbochten ook voor. Aangezien een voetganger zonder bezwaar kan omdraaien, is hier meestal niet sprake van een echte bocht maar van een zigzagpad.

Spoorwegen[bewerken]

Een trein kan zelden scherpe bochten maken en een bergspoor loopt daarom ook vaak in een zigzagpatroon. Bij elke bocht moet een wissel worden omgelegd waarna de trein kopmaakt om verder te rijden. Meestal wordt daarbij de locomotief niet omgereden. In plaats daarvan gebruikt men een treinstel of een locomotief aan elk uiteinde van de trein.

Wielrennen[bewerken]

Bij het wielrennen vormen de scherpe bochten samen met het grote hoogteverschil een gevaar: als een wielrenner uit de bocht gaat, kunnen dodelijke ongelukken gebeuren. Wielrenner Klaas-Jan Bakker vond zo op de Alpe d'Huez de dood.