Mont Ventoux

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mont Ventoux
weerstation op de top van de Mont Ventoux
weerstation op de top van de Mont Ventoux
Top 1912 m
Coördinaten 44° 10′ NB, 5° 16′ OL
Locatie Provence, Frankrijk
Westzijde Z.O.-zijde
Startplaats Malaucène Bédoin
Hoogteverschil 1569 m 1609 m
Lengte 21.000 m 22.000 m
Stijgings-% 7,5% 7,3%
Steilste km 10,5% 10,5%
Mont Ventoux
Mont Ventoux
Portaal  Portaalicoon   Wielersport
Uitzicht op het maanlandschap vanaf de top
Lavendel met de Mont Ventoux op de achtergrond

De Mont Ventoux is een berg in het departement Vaucluse in het zuiden van Frankrijk, gelegen op zo'n twintig kilometer ten noordoosten van Carpentras.

Deze top in het Massif des Baronnies in de provençaalse Voor-Alpen is de enige van deze hoogte (bijna 2000 m) in de streek de Provence en hij wordt daarom ook wel de Reus van de Provence genoemd. De naam 'Mont Ventoux' is afgeleid van het Occitaanse woord vent dat wind betekent en zou zijn opgedragen aan Vintour, de Keltische (Liguurse) god van de wind. Er zijn op de top van de berg windsnelheden tot 300 km/uur geregistreerd. Een andere verklaring van de naam dateert uit de 1e of 2e eeuw na Christus. De Gallische naam laat zich reconstrueren als 'Ven-top(s)', hetgeen 'sneeuw-top' betekent. In de 10e eeuw verschijnen de namen Mons Ventosus en Mons Ventorius.

In de streek wordt de wijn A.O.C. Ventoux gemaakt.

De top van de Mont Ventoux ligt op 1912 meter hoogte. Het hoogteverschil met de voet van de berg bedraagt 1614 m. Op de top van de berg bevindt zich een weerstation met een grote zendmast. De berg is bekend doordat de beklimming ervan herhaaldelijk is opgenomen in enkele gerenommeerde wielrenwedstrijden, zoals de Ronde van Frankrijk, vanwege de moeilijkheidsgraad en het kale 'maanlandschap'. De bestijging te voet werd in de Renaissance reeds beschreven door Petrarca in zijn Beklimming van de Mont Ventoux.

Ontstaan[bewerken]

In het Trias werd een sedimentatiebekken gevormd in wat nu zuidoost Frankrijk is. In het Juratijdperk ontstond er door bodemdaling een verbinding met de al aanwezige zee op de plaats waar nu de Alpen liggen. Dit is de Tethyszee. Deze zee kende onderzeese ruggen (de huidige Vercors en Mont Ventoux) en dalen (de zogenaamde ‘fosse voconcienne’ ). In deze laagte werden dikke lagen sedimenten afgezet. In de Krijtperiode raakte dit bekken gevuld en door het tropische klimaat ontstonden koraalriffen.

Aan het einde van het Mesozoïcum begint een ingewikkeld proces van plooiing en overschuiving als gevolg van de convergentie tussen de Europese en Apulische tektonische platen. Het grondpatroon van het huidige reliëf in dit deel van Frankrijk met de Mont Ventoux en de Dentelles de Montmirail werd toen vastgelegd. In het Mioceen bereikte de alpine orogenese (zie Geologie van de Alpen) haar eerste hoogtepunt. Aan de zuidzijde van de Alpen ontstond een zee. De Mont Ventoux, het plateau van Vaucluse en de Montagne de Lure vormden eilanden in deze zee. Bij het begin van het Kwartair was deze zee geheel gevuld met sediment. Na de laatste IJstijd was het huidige hydrografische systeem in de omgeving van de Mont Ventoux min of meer gevormd.

In vroeger tijden was dit voor de bevolking de heilige berg. Zo zou het ook heel aannemelijk zijn dat "Mont Ventoux" de betekenis had : "Berg van alle geesten'.

Ligging[bewerken]

De Mont Ventoux ontleent zijn kenmerken aan de markante ‘vrijliggende’ positie in het landschap van dit deel van de Provence: vanuit het zuiden en zuidwesten is de top immers bij helder weer van op grote afstand te zien. Aan de noordzijde wordt het Ventouxmassief van de Montagne de Bluye (1062) gescheiden door de diepe vallei van de Toulourenc. In het zuiden vormen de Gorges de la Nesque de scheiding met de Monts de Vaucluse en in het oosten vormt de laagte rondom Sault de scheiding met de Montagne de Lure. In het westen is het bekken van Malaucène de overgangszone naar de Dentelles de Montmirail (hoogste punt 734 m). Heel typerend voor de Mont Ventoux is de asymmetrische vorm van het massief. De noordhelling is steiler dan de meer geleidelijk verlopende zuidhelling.

Microklimaat[bewerken]

Het grote hoogteverschil tussen de top van de Mont Ventoux en het omliggende gebied én de overwegend west-oostverlopende richting van het Ventouxmassief veroorzaakt een grote verscheidenheid in de klimatologische omstandigheden.

De zuidwestzijde van het massief (grenzend aan de vlakte van Bédoin) kent tot ongeveer 1000 meter hoogte een uitgesproken mediterraan klimaat. De oostzijde is meer blootgesteld aan storingen en heeft daarom een kouder en vochtiger klimaat. Het massief zelf is verantwoordelijk voor een krachtige opwaartse beweging van de luchtmassa, waardoor de neerslaghoeveelheden aanzienlijk zijn. Gemiddeld zijn er per jaar 90 regendagen. Bij Chalet-Reynard is de gemiddelde jaarlijkse neerslag 1130 mm, op de top is dat 1220 mm. De neerslag is onregelmatig over het jaar gespreid met een hogere intensiteit in de herfst en het einde van de lente. Heftige wolkbreuken van 100 mm in één uur zijn geen uitzondering.

In de zomer schommelen de temperaturen in de zones hoger dan 1000 meter tussen 10º en 18°C. Gemiddeld 100 dagen per jaar is de top van de berg gehuld in mist of laaghangende bewolking. In de winter is de top bedekt met sneeuw (gemiddeld 50 dagen per jaar) en de temperatuur kan dalen tot -27°C.

Wind is onverbrekelijk verbonden met de Mont Ventoux. Met name de mistral (relatief koud en droog) kan zorgen voor plotselinge temperatuurdalingen. In het landschap rondom de Mont Ventoux is goed te zien hoe groot de invloed van deze krachtige noordenwind is. Hagen van populieren en cipressen dwars op de overheersende windrichting en zo klein mogelijke openingen in de noordwanden van agrarische gebouwen.

Waterreservoir[bewerken]

Hoe dor de top van de Mont Ventoux ook lijkt, de berg functioneert toch als een groot waterreservoir. Regen- en smeltwater worden zeer snel door de kalksteen opgenomen. Het water vindt vervolgens zijn weg door een netwerk van ondergrondse waterlopen om vervolgens op verschillende plaatsen als bron tevoorschijn te komen: de bron Groseau in Malaucène bijvoorbeeld of de beroemde Fontaine-de-Vaucluse aan de zuidzijde van het massief. Ook de noordzijde van de Mont Ventoux kent talrijke bronnen. Ze liggen tussen de 1000 en 1788 meter, zoals de Fontfiole (1788 m), de Font-du-Contrat op 1400 m en de Fontaine-Froide (1000 m).

Terrassen[bewerken]

Op de zuidelijke hellingen van het Ventouxmassief treft men nog op verschillende plaatsen een terrassenlandschap aan. Lokale namen voor deze terrassen met hun karakteristieke muren van gestapelde stenen zijn onder andere ‘restanques’ en ‘bancaous’. Ze zijn vaak eeuwen oud al is de exacte ouderdom meestal niet bekend. Nadat de oorspronkelijke vegetatie was verwijderd, bouwde men muurtjes van ongeveer 2 meter hoog. Op de min of meer vlak liggende terrassen werd een grote verscheidenheid aan agrarische cultures aangetroffen : olijf- en amandelbomen, graanverbouw, abrikoos, meekrap en jujube. Deze verscheidenheid maakte de lokale bevolking voor een groot deel zelfvoorziend. Door de voortschrijdende mechanisatie en rationalisatie in de landbouw verloren de terrassen hun agrarische functie. Ze worden meer en meer verlaten en verwaarloosd. Het gevolg daarvan is dat hun bodembeschermende functie afneemt. De afwezigheid van agrarische culturen, in combinatie met verwaarloosde en dus afbrokkelende terrasmuurtjes, versnelt het erosieproces. Hellingen kunnen minder goed het regenwater vasthouden en de grond spoelt weg. Op een aantal plaatsen is men om deze reden begonnen met het herstel van de terrassen. De overheid stelt hiervoor onder voorwaarden subsidies beschikbaar.

Vegetatie[bewerken]

De noordelijke hellingen van de Mont Ventoux

In de loop der eeuwen is de vegetatie van het bergmassief aan veranderingen onderhevig geweest. Met name in de 19e eeuw viel de Mont Ventoux ten prooi aan grootschalige ontbossing. In 1836 was het gebergte nagenoeg ontbost. In 1861 begon de herbebossing van de zuidhellingen en vanaf 1888 die van de noordhellingen. Momenteel is het gehele massief weer bebost op de kale top na. Door de hoogteverschillen en de bijbehorende variaties in het microklimaat is de verscheidenheid aan bomen groot. Van de loofbomen vindt men er de zachte eik, de steeneik en de beuk. Van de naaldbomen zijn onder andere de zeeden (typisch voor een mediterraan klimaat) aanwezig, naast de Atlasceder. Bomen die veel wind kunnen verdragen zoals de Oostenrijkse den of de bergden zijn goed aangepast aan de ruige weersomstandigheden op het bergmassief.

Ook van de bloemen kan worden gezegd dat de variatie in soorten is aangepast aan de microklimatologische omstandigheden. Naast mediterrane soorten op de lagere zuidelijke hellingen, vindt men alpiene soorten zoals de alpenanemoon, de alpenleeuwenbek en de gele gentiaan. Daarnaast is de kruisdistel een bekende verschijning op de kale rotsachtige hellingen. Op de wat rijkere kalkrijke bodems groeit de Turkse lelie. De steenbreek groeit in rotsspleten.

Sport[bewerken]

Autoraces[bewerken]

Kort nadat de eerste verharde wegen naar de top van de Mont Ventoux waren aangelegd (de eerste in 1882) ontstond het idee wedstrijden voor auto’s te organiseren. De klassieke route voor een groot aantal races tegen de klok was die van Bédoin naar de top een afstand van 21.5 km met een te overwinnen hoogteverschil van 1589 meter. De eerste race vond plaats in 1898. In 1900 bereikten drie vierwielers van het type De Dion-Bouton de top in 2.5 uur. In 1902 won een Panhard-Levassor in de tijd van 27 minuten en 17 seconden (een gemiddelde snelheid van 47.5 km per uur). Vanaf dat jaar tot 1977 werden regelmatig races georganiseerd waaraan de grote automerken meededen. In 1957 doorbrak een Maserati de 100 km. per uur grens en bij de laatste race in 1976 werd een gemiddelde snelheid van 149.192 km per uur gerealiseerd. Men had evenwel voor deze laatste race het parcours ingekort. De finish was bij Chalet-Reynard, een afstand van 15.4 km. Dit punt werd in 6 minuten en 11 seconden bereikt. Om veiligheidsredenen is na 1977 afgezien van nog meer recordpogingen. Wel worden regelmatig voor oldtimers rally’s georganiseerd. Tegenwoordig worden de limieten van auto's nog getest door op topsnelheid naar boven te rijden.

Wielersport[bewerken]

De berg is vooral bekend van wieleretappes in onder andere de Ronde van Frankrijk. De beklimming vanuit Bédoin is erg zwaar door de lengte van de klim (21,4 km), het gemiddelde stijgingspercentage (7,5 %) en de zomerse temperaturen in Zuid-Frankrijk. In totaal zijn er drie beklimmingen met een racefiets mogelijk (een zuidelijke beklimming vanuit Bédoin, noordelijk vanuit Malaucène en vanuit het oosten vanuit Sault). De klim werd de wielrenner Tom Simpson in 1967 fataal door een combinatie van amfetamine, alcohol en de hitte. Drie jaar later had Eddy Merckx, op weg naar een zege, nog de tegenwoordigheid van geest om zijn petje af te nemen bij het passeren van het monument dat ter nagedachtenis aan Simpson is neergezet.[1] Na de finish zou Merckx alsnog zijn bezweken, maar in latere jaren beweerde Merckx dat hij dit speelde om onder de grote media-aandacht uit te komen. In de Ronde van Frankrijk 2000 schonk de veel sterkere Lance Armstrong de zege op de Ventoux aan de Italiaanse klimmer Marco Pantani. Hij betuigde al een dag later spijt van dit cadeau.[2][3]

Ook in Parijs-Nice en het Critérium du Dauphiné wordt de Mont Ventoux regelmatig in het schema opgenomen. De meest recente winnaars waren Cadel Evans (in Parijs-Nice 2008) en Sylwester Szmyd (Dauphiné Libéré 2009). De recordtijd voor de klim staat op naam van de Spanjaard Iban Mayo. Hij realiseerde in het jaar 2004 tijdens de Dauphiné Libéré een beklimming in 55 minuten en 51 seconden. De Spanjaard verbrak daarmee het vijf jaar oude record van Jonathan Vaughters met 59 seconden. Hiervoor was het record met 1u 02 '09 uur al 41 jaar lang in handen van Charly Gaul.

De Mont Ventoux wordt in de zomer vooral bezocht door toeristen die de berg beklimmen, voornamelijk met de fiets. De Nederlandse dichter Jan Kal wijdde een van zijn bekendste sonnetten aan de Mont Ventoux en Tom Simpson.

Winnaars van Tourritten met de Mont Ventoux in het parcours[bewerken]

Jaar Winnaar Nationaliteit
1951 Lucien Lazarides Vlag van Frankrijk Frankrijk
1952 Jean Robic Vlag van Frankrijk Frankrijk
1955 Louison Bobet Vlag van Frankrijk Frankrijk
1958 Charly Gaul Vlag van Luxemburg Luxemburg
1965 Raymond Poulidor Vlag van Frankrijk Frankrijk
1967 Jan Janssen Vlag van Nederland Nederland
1970 Eddy Merckx Vlag van België België
1971 Gonzalo Aja Vlag van Spanje Spanje
1972 Bernard Thévenet Vlag van Frankrijk Frankrijk
1987 Jean-François Bernard Vlag van Frankrijk Frankrijk
1994 Eros Poli Vlag van Italië Italië
2000 Marco Pantani Vlag van Italië Italië
2002 Richard Virenque Vlag van Frankrijk Frankrijk
2009 Juan Manuel Gárate Vlag van Spanje Spanje
2013 Chris Froome Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk

Winnaar van Dauphiné-ritten met aankomst op de Mont Ventoux[bewerken]

Winnaar van Parijs-Nice-ritten met aankomst op de Mont Ventoux[bewerken]

Ventourist[bewerken]

Sinds 2005 organiseert Sporta jaarlijks de Ventourist, een wielerevenement waarbij 2000 Vlamingen de Mont Ventoux tegelijk proberen te beklimmen.[4] Wie wil, krijgt zelfs de kans om 24 uur na elkaar de berg op en af te rijden. Voorlopig staat het record op naam van Toon Claes (55) uit Herentals en Jef Van Dyck (56) uit Brecht. Tijdens de Ventourist van zaterdag 9 juni 2007 beklommen ze de berg 10 maal. Wegens de in België geldende leerplicht is de minimumleeftijd om te mogen deelnemen 18 jaar. In 2011 nam een delegatie getransplanteerden van het UZ-Leuven deel aan dit wielerevenement, en dit onder de groepsnaam 'Transplantoux'. Uiteindelijk haalden 28 patiënten de top, onder wie Geert De Vlamynck, die dit met een ruilhart deed.[5]

Club des Cinglés du Mont-Ventoux[bewerken]

De Club des Cinglés du Mont-Ventoux (Club van Gekken van de Mont-Ventoux) werd in 1988 opgericht. Alleen zij die de Mont-Ventoux op één dag van drie zijden beklimmen, dus vanuit Bedoin, Malaucène en Sault, kunnen lid worden van deze club[6].

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Rolf Toman, Christian Freigang, Achim Bednorz, La Provence. Art, architecture et paysages, Könemann, Cologne, 1999
  • Guide Bleus, Provence, Alpes, Côte d’Azur, Hachette, 1987
  • Rudolf Bakker, Provence en Côte d’Azur, benevens de Alpes-Maritimes en de Alpes-de-Haute-Provence. Een reisgids voor vrienden, de Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1995
  • Dominique Bottani, Le guide des pays du Ventoux, La Manufacture, Besançon, 1991