Hanna Van de Voort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johanna Catharina Maria (Hanna) Van de Voort (Meerlo, 26 november 1904 - Utrecht, 26 juli 1956), ook bekend als tante Hanna, was een Nederlands verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze heeft in oorlogsjaren samen met Nico Dohmen en Kurt Loewenstein meer dan honderd Joodse kinderen ondergebracht bij vele pleeggezinnen in Noord-Limburg en zo van deportatie en ondergang gered.

Jeugd[bewerken]

Hanna Van de Voort werd in 1904 in de gemeente Meerlo geboren als dochter van Anselmus Theodorus (Anselm) Van de Voort, banketbakker, en Maria Katharina Hendrika (Marie) Everts.

Oorlogsjaren[bewerken]

123 Joodse kinderen[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Hanna Van de Voort kraamverzorgster in het Limburgse Tienray. Aangemoedigd door haar moeder Marie bezorgt ze samen met de 22-jarige student Nico Dohmen en onderduiker Kurt Loewenstein tussen 1942 en 1944 123 Joodse kinderen een plaats om onder te duiken. Het gaat voornamelijk om kinderen die worden weggesmokkeld uit een crèche in Amsterdam, tegenover de Hollandsche Schouwburg, waar joden worden verzameld voor deportatie. De kinderen zijn bijna allemaal door de studentenverzetsgroep van Piet Meerburg weggesmokkeld. De kinderen blijven doorgaans eerst enkele dagen bij Van de Voort thuis, waar ze les in de katholieke leer en onderricht over het stratenplan van Rotterdam krijgen. Er wordt duidelijk gemaakt, dat deze kinderen wees geworden zijn door het bombardement op Rotterdam in 1940. Alle kinderen krijgen een schuilnaam en een identiteitskaart van het Centraal Bureau voor Kinderuitzending uit het gebombardeerde Rotterdam. Na enkele dagen worden ze geplaatst bij boerenfamilies in de omgeving. De kinderen worden geregeld overgeplaatst naar nieuwe locaties als ze ontdekt dreigen te worden. 'Tante Hanna' en vooral 'Oom Nico' - zoals ze werden genoemd - blijven contact houden met de onderduikertjes en steunen ze door ze aan te moedigen om vol te houden. De pleegouders kijgen een geldelijke vergoeding, kleding en schoeisel. De benodigde bonkaarten voor kleding en voedsel komen uit Amsterdam.

Fransen en Amerikanen[bewerken]

Niet alleen voor Joodse kinderen kan een beroep gedaan worden op Hanna Van de Voort en Nico Dohmen, ook volwassenen weten hen te vinden. De families Peres en Ratzker, in totaal met zeven personen, staan onaangekondigd op de stoep. Ook diverse Franse krijgsgevangenen, die ontsnapt zijn, kloppen aan en worden via Sevenum naar België gebracht. Toen in de buurt van Melderslo een Amerikaanse bommenwerper neerstortte, zijn Thomas Wilcox uit Ohio en Mac Neil uit New York nog dezelfde avond in huize Van de Voort. Zij waren per parachute neergekomen langs de spoorlijn, vier kilometer ten oosten van Melderslo. Nico Dohmen brengt hen naar een familie in Meerlo, waarna ze via een adres in Swolgen uiteindelijk in het klooster in Tienray terechtkomen. Hier blijven de twee tot daags voor de bevrijding.

Arrestatie[bewerken]

In de Groene Lantaarn, een café in Tienray, verbleef sinds 1942 Lucien Nahon uit Gulpen. Hij was controleur van de Nederlandse Landstand en was erachter gekomen waar de joodse kinderen ondergebracht waren. Nadat hij de gegevens aan de politiecommandant O. Couperus heeft doorgegeven, vindt op 1 augustus 1944 een razzia plaats. Enkele hoofden van gezinnen, waar joodse kinderen ondergebracht waren, worden opgepakt. Hun verhaal komt blijkbaar heel geloofwaardig over. Deze mannen geven te kennen dat de kinderen inderdaad uit Rotterdam komen. Enkele kinderen worden meegenomen, vier van hen komen in 1944 in concentratiekamp Auschwitz om het leven: Floortje de Paauw (15-12-1933), Wim de Paauw (17-12-1934), Louis van Wezel (16-5-1936) en Dick van Wezel (6-3-1934). Rebecca (Beppie) Aldewereld, 18 jaar en levend onder de schuilnaam Truuske Smits wordt ook opgepakt, maar overleeft de oorlog. Ook Hanna Van de Voort wordt door de Duitsers gearresteerd en naar een cel in Vught gebracht.

Marteling[bewerken]

Ze wordt gemarteld om informatie te geven over het verzet, maar laat niets los. Na negen dagen wordt ze vrijgelaten. Ze houdt er blijvende schade aan haar gezondheid aan over.

Na de oorlog[bewerken]

Album van Tienray[bewerken]

Na de oorlog verzamelt Mien van de Voort, een zus van Hanna, foto's van circa 50 kinderen, en vraagt de kinderen of hun pleegouders naar hun verhaal. Deze verhalen bundelt ze in een album dat ze aan haar zuster geeft. Het "album van Tienray" behoort sinds 1998 tot de collectie van het Verzetsmuseum in Amsterdam. Van 5 juni tot en met 28 september 2003 heeft het museum hier een speciale expositie aan gewijd.

Overlijden[bewerken]

Hanna Van de Voort overlijdt op 26 juli 1956.

Reünie[bewerken]

Op initiatief van Fred Roodenburg, zelf ondergedoken geweest in Tienray, komen op 4 juni 2003 circa negentig kinderen en betrokken helpers voor het eerst in 60 jaar bij elkaar.

Monument[bewerken]

Begin jaren 70 is in Tienray op het Hanna van de Voortplein een verzetsmonument geplaatst. Dit is in mei 1989 vervangen door een bronzen beeldengroep van drie kinderen die schuilen voor de regen. Het beeld is geplaatst op een voetstuk van beton. Bij het beeld staat een bronzen schaal waarin het vredesvuur ontstoken kan worden. Op het voetstuk van het beeld staat een tekst: Veel Joodse kinderen vonden hier bescherming tegen vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog Alleen de palquette onder aan het beeld herinnert nog aan het oude monument. Het beeld van de drie schuilende kinderen staat symbool voor de 123 joodse kinderen die Hanna Van de Voort tijdens de Tweede Wereldoorlog onder haar hoede heeft genomen. In 1994 werd een plaquette op het voetstuk geplaatst. Het beeld is 2 meter hoog, 2 meter breed en 2 meter diep en is ontworpen door Elly van den Broek. Jaarlijks op 4 mei wordt bij dit monument stilgestaan bij slachtoffers van oorlogsgeweld.

Eerbetoon[bewerken]

  • Hanna Van de Voort ontvangt in 1956 postuum een onderscheiding van de Israëlische Ambassadeur
  • In 1957 wordt een plaquette op haar ouderlijk huis in Tienray geplaatst
  • In 1971 wordt in Tienray een plein naar haar genoemd: het Hanna Van de Voortplein
  • In 1987 wordt Hanna Van de Voort (postuum), net als Nico Dohmen geëerd met de Israëlische onderscheiding Yad Vashem. Voor hun werk in de oorlog worden beiden geëerd met de titel 'Rechtvaardigen onder de volken'
  • In oktober 2006 eindigt Hanna Van de Voort in de top vijf van de verkiezing Grootste Limburger Allertijden

Externe links[bewerken]

Bronnen